I said no no no…

25 juli 2015
Nu de zomerprogrammering weer is ingezet, is er natuurlijk helemaal geen drol op de televisie. Meestal lukt het mij nog wel één of ander leeghoofdig programma te vinden waar ik de avond mee door kom. Niet zelden omdat ik te lui ben om de afstandsbediening van de tafel te pakken. Niels kijkt dan een of andere film of serie op z´n laptop, want die kan geen aflevering van Say Yes to the Dress, Grenzeloos Verliefd of Barbie & Michael meer zien. En persoonlijk vond ik ook wel dat mijn niveau een onacceptabel dieptepunt bereikt had, dus ik moest eens een stevig gesprek met Niels voeren.

‘Lieverd, kunnen we niets iets regelen waardoor we die films en series van jou gewoon op tv kunnen kijken?’ Beteuterd zei Niels dat hij de Apple TV, waarmee je het beeld van je laptop op TV kan zien, niet meer aan de praat krijgt. Nou mooi, dat heeft toch zeker een half jaar gewerkt. Dat is weer 100 euro goed besteed. En toen zag ik plotseling een twinkeling in zijn ogen. Niels had duidelijk een ondeugend plannetje. ´Lieffie…?’, ‘Ja?’, ‘Enneh, als we nou eens Netflix zouden nemen?’, ‘Netflix?’, ‘Ja, Netflix! Duizenden series en films, zo onder handbereik! Duizenden! We kunnen kijken wat we willen! Wanneer we willen! En ik kan het zo aanzetten, en iedere maand weer opzeggen! We kunnen het proberen toch?’ Iets deed me vermoeden dat mijn honnepon hier al eerder over had nagedacht.

‘Nou prima, waarom niet? Dan kunnen we gezellig samen televisie kijken. Toastje erbij, colaatje erbij, kat erbij, onder een zacht dekentje. Kaarsen aan, de regen die tegen de ramen klettert en de wind die huilend rondom het huis stormt terwijl wij warm en droog in ons fijne huis zitten. Ik kan niet wachten tot de winter!
Maargoed, nu het hoogzomer is biedt Netflix een uitgelezen kans om het gebrek aan leuke televisie op te vangen. Dus Niels meldde zich direct aan en toen hadden we Netflix! Wat voelden we ons machtig. De televisiewereld lag aan onze voeten. Duizenden films en series. Ik ken niet eens duizenden films en series, dus op Netflix staat vast alles dat ik ken! Alles dat ik maar kan bedenken!

‘Laten we Game of Thrones kijken!’, zegt Niels. Hij toetst het in. -Series vergelijkbaar met Game of Thrones-, staat er in het scherm. Nee… Nee nee nee. We willen Game of Thrones. De echte. Niet iets dat erop lijkt. Hoe kan dé serie van het moment nou niet op Netflix staan? Zou het stuk zijn? Niels googelt. Game of Thrones is blijkbaar van HBO en HBO levert hun series niet uit aan Netflix. Ok, nou dan kijkt Niels die toch maar via z’n computer. ‘Laten we dan gewoon een Golden Oldie kijken’, opper ik, ‘Friends ofzo!’ Maar ook die is niet te vinden. Wat? Hoe kan Friends er nou niet op staan? ‘Seinfeld dan? Frasier? Will and Grace? Allemaal niet te vinden. Suits dan? Dat loopt 2 seizoenen achter. Lekker dan.

Duizenden films en series, maar geen van de degenen waar ik nu zin in heb om naar te kijken. Maar er moet toch iets op staan wat nu leuk is om naar te kijken? ‘Zullen we dan een nieuwe serie proberen? Dat Orange is the New Black lijkt me wel wat…’. We moesten even door de eerste aflevering heen. En wilde ik de tweede zien. En de derde. ‘Ik denk dat ik Netflix maar opzeg’, zegt Niels, ‘Er is toch niet echt iets leuks op ofzo…’. ‘Pardon? Dat dacht ik dus niet, hè! Ik heb nog 3 seizoenen te gaan!’

Netflix is alcohol, nicotine, heroïne en cocaïne tegelijk.
But if they try to make me go to rehab, I’ll say no no no…

Roarrr!

19 juli 2015
Een paar maanden geleden maakte ik me zorgen over mijn ‘Bikini body’. Technisch gezien heb je daar alleen een ‘bikini’ en een ‘body’ voor nodig, maar zo werkt het natuurlijk niet. De winter had haar sporen nagelaten. Het kerstdiner zat nog op m´n heupen, de oliebollen op m’n buik en door gebrek aan zon had mijn huid de kleur van sneeuw. Kortom, ken je dat Michelin-mannetje? Of zo’n dikke witte winterpeen, met hobbels en bobbels op de verkeerde plaatsen? Nou, als de zomer voor de deur staat, wil ik me niet voelen als een winterpeen. Want dat bikini-moment komt. Hoe dan ook.

Er wordt me keer op keer verzekerd dat ik me geen zorgen hoef te maken over mijn uiterlijk. Fijn dat mijn omgeving er zo over denkt, nu ik nog. Het was tijd om actie te ondernemen. Het was tijd om me dit jaar niet door het bikiniweer te laten overvallen. Dit jaar kom ik mijn huis wel uit op bikinidag! Dit jaar voel ik me wel zelfverzekerd tussen het gebruinde schoons! Sterker nog, dit jaar bèn ik gebruind schoons! Tijd om de sexy gebronsde slanke godin in mij los te laten! Roarrrrr!

Maar hoe? Nou geen idee, dus ik begon maar met een kappertje. Ik liet me iets hips asymmetrisch aanmeten in het bruin met een paarse gloed. Mocht de rest mislukken, dan leidt een leuk paars kapsel in elk geval de aandacht af van witte rolletjes op de rest van mijn lichaam, dacht ik zo.
Toen keek ik in mijn ‘Spiegeltje Spiegeltje aan de Wand’, en vond dat het tijd was om afscheid te nemen van Sneeuwwitje. De natuurlijke zon liet het afweten deze lente, dus dan maar de elektrische. Ik ben 3x geweest en tadaaaaa! M’n benen waren klaar om zonder panty aan de wereld geshowd te worden. Misschien niet de meest gezonde methode, maar wel succes gegarandeerd. Een fijn kleurtje doet je bovendien automatisch slanker lijken. Twee vliegen in één klap!
Verder ben ik gestopt met alle snoepjes en slechte tussendoortjes. Ik neem tomaatjes mee naar m’n werk. Tomaatjes! Het scheelt anderhalve kilo, zonder ook maar één keer extra de trap te nemen. Niemand die het ziet behalve ikzelf, maar toch. Inmiddels zie ik het niet meer als lijnen, ik blijf dit doen. Als ik dan eens chocola mag van mezelf, dan is het ook wel echt genieten.

Toen was het moment was daar. Ik heb me er niet door laten overvallen, dit jaar was ik voorbereid. Ik heb me niet eens ongemakkelijk gevoeld, zelfs niet naast mooi strak slank vriendinnetje D.
Wat een perfecte middag! Gezellig met vrienden en mijn lieve Niels. Ik had twee rosé op en nog niets gegeten. Een beetje rozig en ultiem tevreden, kon niemand mij iets maken. Ik lag op mijn handdoekje, keek naar de lucht en hoorde de anderen in de verte vrolijk kletsen. Toen ik plotseling bedacht: Ik moet NU een selfie maken! Dus ik ging rechtop zitten, pakte mijn telefoon en klik!

Plotseling was ze daar in al haar glorie. Zo maar op m’n telefoon. Sexy, gebronsd en slank. Slank! In bikini! Met goed gewaaid haar en zonder vervelende vetjes. ’Jeetje, ben ik dat?’ Vroeg ik verbaasd aan Niels. Voor het eerst zag ik het ook zelf. Dat ben ik op die foto en ik zie er goed uit. En iedereen mag het weten!

ROARRR!

ROARRR!

Wave.

11 juli 2015
Eens in de zoveel tijd kom je een uitspraak tegen die je raakt. Een uitspraak waarvan je weet dat je die de rest van je leven bij je zult dragen, die je koestert. Internet wordt volgepropt met ´inspirational quotes´, die fungeren als hedendaagse wandtegeltjes. Af en toe weet zo’n spreuk me tot een glimlach te verleiden, of een strijdbaar ‘En zo is het maar net!’. Soms ‘like’ ik hem dan, of deel hem voorzien van commentaar. Maar veruit de meeste van die semi-diepzinnige spreuken vind ik zoetsappig, oppervlakkig, een open deur, of ronduit zum kotsen. Maargoed, ieder z’n smaak en niveau, denk ik dan maar. De meeste van die spreuken vergeet je direct en zie je nooit meer terug.

Maar eens in de zoveel tijd komt die ene spreuk voorbij die je niet meer loslaat. Die ene spreuk die steeds opnieuw in je gedachten verschijnt. Waar je om blijft glimlachen, of waar je zelfvertrouwen van krijgt iedere keer dat je eraan denkt. Waardoor je een nieuw inzicht hebt verkregen of waardoor je gesterkt wordt in je zijn. Waar je troost uit kan putten of waar je hoop van krijgt.
Je snapt het; Ik ben laatst op zo’n spreuk gestuit die me bij blijft. Ik zag hem niet eens op internet, maar hij kwam toevallig voorbij op mijn werk. Collegaatje M. had hem gebruikt en collegaatje L. was daar zo enthousiast over dat ze me erover vertelde. Sindsdien komt ‘ie een paar keer per dag in me op en moet ik steeds weer lachen. Ik weet niet eens in welke context hij is gebruikt en met wie, maar dat doet er ook niet toe. Hij spreekt voor zich.
Ik waarschuw je; het is geen standaard spreuk. Maar dat is waarschijnlijk de reden dat ik hem onthoud. Hij is niet diepzinnig en het bied me weinig hoop. Ik vind hem vooral ont-zet-tend grappig. Zo grappig dat ik regelmatig een binnenpretje krijg dat er stiekem weleens uitkomt. Zo zit ik dan in m’n eentje te grinniken in de auto, aan m’n bureau, of terwijl ik de badkamer aan het poetsen ben. En een spreuk die me kan laten giechelen als ik de badkamer aan het poetsen ben, die wil ik nooit meer kwijt. En daarom zie ik het als mijn plicht om hem met de wereld te delen. Misschien dat hij jou ook een keertje laat gniffelen tijdens het strijken, of als je in een saaie vergadering zit.

Eigenlijk is het niet eens een spreuk maar meer een manier om aan te geven dat iemand een triest figuur is. Een spelbreker. Een droeftoeter. Iemand die problemen ziet in plaats van oplossingen. Waarbij het glas halfleeg is in plaats van halfvol. Die bij ieder idee zegt dat het toch niet kan lukken. Die daarom niets nieuws probeert en anderen daarin remt. Een droefsnoet van de bovenste plank.
En wat zeg je vanaf nu tegen zo’n persoon, waarmee je eigenlijk het beste medelijden kunt hebben?
Komt ie dan hè: ‘Zeg, jij bent echt zo iemand door wie de wave stopt.’

Stel je even voor; Je zit bij een voetbalwedstrijd. Er wordt gescoord, het halve stadion gaat uit z’n dak en er wordt een wave ingezet. 20.000 man staat na elkaar op met de handen in de lucht, ondertussen een enthousiast ‘Yeeeeeaaaaaah!!!’ uitschreeuwend. En dat jij dan niet opstaat. Niet omdat je dat niet kunt, maar omdat je daar even geen zin in hebt. Het is gewoon even niet je momentje. Het is niet zo je ding. En dat dus door jou de wave stopt. Nou, zo’n persoon dus.

En als ik dan zo’n bui heb waarin ik me rot voel over mezelf, of als ik mezelf weer eens te dik vind… Als ik me in een enthousiaste flapuit-bui weer eens in de nesten heb gewerkt en me afvraag of mijn aanwezigheid de wereld wel goeds doet…

In zo’n bui denk ik dan: ‘Kom op Harmsen, het kan altijd erger. Je kunt ook altijd nog zo iemand zijn door wie de wave stopt!’ En verdomd dat helpt.

Hoera!

6 juli 2015
Kleine Spruit vierde gisteren zijn 1e verjaardag. Eigenlijk is vandaag jarig, alleen een maandag viert niet zo lekker. Dat zal Kleine Spruit een worst wezen. Die snapt überhaupt niet wat een verjaardag is, laat staan wanneer de zijne is. Dus ik denk dat we veilig kunnen stellen dat niet Kleine Spruit zijn 1e verjaardag viert, maar dat wíj zijn 1e verjaardag vieren. En we doen allemaal vrolijk mee.

Kosten noch moeite werden gespaard. Er is een officiële uitnodiging verstuurd met een foto van de ‘hoeraënde’ jarige Job. Na 41 pogingen is het gelukt een plaatje te schieten waarbij hij én de handjes in de lucht hield, én in de camera keek, én ook nog lachte. Schattig.
Er werden maar liefst 3 taarten aangerukt waarvan een kleine speciaal voor het feestvarkentje. ‘Kijk eens! Een taartje voor jou!’ ‘Toe maar!’ Kleine Spruit zat aan het hoofd van de tafel. Hij keek de tafel eens rond, toen naar zijn taart en toen naar zijn moeder. ‘Wat moet ik in vredesnaam met die berg slagroom voor m’n neus?’, leek hij te denken. Hij werd een beetje verlegen van de aandacht. Dat is logisch, want er keken 11 mensen vol verwachting toe, waarvan 2 met een zoomlens-camera en één filmende opa. ´Toe dan, manneke!´ We hoopten allemaal op twee slaande handjes in de taart en overal spetters. Op twee handjes die smakelijk worden afgelikt en witblonde haartjes onder de slagroom. We hoopten op een smeerboel, een Kleine Spruit die kraait van plezier, rondvliegende stukjes aardbei en kiwi. Op misschien wel een heel gezichtje in de taart! We stonden er klaar voor.

Normaal stopt ie z’n eten overal behalve in z’n mond. Normaal zitten de bruine bonen in z’n haar en de andijvie-wortel-puree in z’n neus. Maar vandaag gedroeg hij zich voorbeeldig. Hij pakte een stukje perzik en stopte het in z’n mond. Ok, er kwam een beetje slagroom naast z’n mond terecht, maar het was in de goede richting. Er was niet eens een omkleedsessie nodig. Eén snoetenpoetser was genoeg. Alsof hij wilde zeggen: ‘Ik ben al 1, de tijd van eten rondsmeren ben ik nu wel gepasseerd.’

De cadeaus waren groot(s). Een interactieve jungle-boom, een loopauto, een loopfiets, een loopkar met blokken en rode kaplaarsjes. Hij loopt nog niet, maar iets zegt me dat dat vanaf vandaag enorm gestimuleerd gaat worden. Bij het derde cadeau was hij er al klaar mee, maar wat wil je ook? Hij gaat gebukt onder enorme druk! Kruipen (nouja, tijgeren) heeft hij inmiddels in de smiezen, maar lopen is echt wel een ander niveau. We hebben hem maar even in de stoelschommel gezet, zodat hij kon bijkomen van alle stress en onzekerheid.

En dat was de familiefase. Hierna volgde de vrienden-met-kinderen fase. Inmiddels kan ik het prima aan om er eentje om me heen te hebben. Maar dit zijn veel vrienden. Met heel veel kinderen. Plotseling kreeg ik flashbacks van een vorige verjaardag waarbij de autootjes over de tafel gingen en kinderen zich door mijn benen wurmde terwijl ik probeerde de glazen rode wijn op de salontafel te beschermen. Dus: ‘Niels, het lijkt me een mooi moment om te gaan’.

‘Ben jij nou een echte tante?’, hoorde ik opa W. vragen. En die vraag snap ik. En jawel, ik ben een echte tante, maar wel van die ene. En dat vind ik al heel wat. Kleine Spruit, ik wil niet constant met je kroelen en ik vind het niet zo smakelijk dat je veel kwijlt nu je kiesjes krijgt. Maar ik vind je een lief ventje en ik zal je straks met liefde voorlezen uit ‘Jip en Janneke’. Maar sorry, al je rondrennende vriendjes trek ik niet. Ik ga er vandoor voor vandaag makker, you’re on your own!

Vakantioni à la maisoni.

2 juli 2015
Ik heb dus deze week vakantie. `Oooh, dat tref je zeg! Wat een geluk dat je zulk lekker weer hebt tijdens je vakantie!´ Ehm, ok. Natuurlijk is het fijn dat de regen niet met bakken uit de hemel valt tijdens mijn spaarzame vrije dagen. En natuurlijk zijn wij Nederlanders kampioenen in klagen. Maar 35 graden valt bij mij niet onder de definitie van ´lekker weertje´. Niels moest deze week wel werken dus ik was op mezelf aangewezen. Dinsdagochtend stond ik op, sprong onder de douche en kleedde me aan. Zo zeg, 9:00 uur. Ik had de hele dag nog voor me. De hele dag. Niets op de planning. Het maakte niet uit wat ik ging doen. De ´sky is the limit´. Heerlijk, zeg. Geen verplichtingen. Alle tijd van de wereld. Genieten! Ik kon doen wat ik wilde. Alles. Wat ik maar wilde.

Dus daar zat ik op de bank. Het zou een graad of 28 worden. Bleh. Dat is ook niet echt een temperatuur om heel actief bij te zijn. En de rest van de week wordt het nog een tikkie warmer. Dus eigenlijk had ik niet alleen de dag voor mezelf. Ik had de hele week voor mezelf. De hele week. Niets op de planning. Het maakte niet uit wat ik ging doen. De ´sky is the limit´. Heerlijk, zeg. Geen verplichtingen. Alle tijd van de wereld. Genieten! Ik kon doen wat ik wilde. Alles. Wat ik maar wilde.
Dus daar zat ik op de bank. Oh, dan heb ik mooi de tijd om de badkamer goed te poetsen! Top idee! Mwah, misschien kan ik dat beter doen als het wat minder warm is. Oh, dan regel ik even twee pallets en dan ga ik dat tuintafeltje van Facebook in elkaar klussen! Mwah, misschien kan ik dat beter doen als het wat minder warm is.

Dus daar zat ik nog steeds op de bank. Wat moet ik met een week voor mezelf? Zal ik dan donderdag en vrijdag toch maar gaan werken met die hitte? Wat doen andere mensen dan op zo’n dag? Mensen die minder werken, of niet werken? Hoe komen zij de tijd door? Ik verdronk in mijn zee van tijd.
Dus na een uurtje tv-kijken, nietsdoen en zwelgen in zelfmedelijden, dacht ik: ‘Vriendinnetje D., die weet vast raad!’ Ik appte haar wanhopig met de vraag hoe zij de dag doorkwam met die hitte.
En ze wist inderdaad raad. Wandelend naar de stad en dan in het gras liggen bij Buiten de Waterpoort. In het gras liggen. Ja, dat is ook een activiteit. Dat klinkt wel als een manier waarop ik de dag door zou kunnen komen eigenlijk. Ja, da’s verdikkeme geen slecht idee.

Zo gezegd, zo gedaan. Vriendinnetje D., haar Kleine Druifje en ik. Onderweg nog een schandalig lekker broodje gehakt met satésaus gehaald, want het is ten slotte vakantie. Beetje zonnen, flesje voor het Kleine Druifje, beetje kletsen, spelen met waterdruppels en het Kleine Druifje, muziekje erbij, beetje lachen naar het Kleine Druifje. En verdomd, ze lachte nog terug ook!
De tijd vloog voorbij! Dat was nog eens een lekkere dag! Ik kan me niet herinneren wanneer ik voor het laatst zo’n relaxte dag heb gehad. ‘Kijk’, zegt vriendinnetje D., ‘Dat warme weer zorgt er wel voor dat je ook even echt rustig aan doet’. Eeehm ja. Da’s waar.
Goed, dag 1 is voorbij. Blijft nog steeds de rest van de week over. De paniek sloeg weer toe.
‘Dussseh, wat ga je morgen doen dan?’, vroeg ik haar. ‘Hetzelfde als vandaag, maar dan bij het Cariba Bad. Dus als je zin hebt…’ ‘Oh… Nou ik denk van wel…’

Aha, zo werkt dat dus. Je gaat gewoon ergens liggen op zo’n dag, maakt niet uit waar.
Ja, zo kom ik die vakantie wel door.