Nieuwe liefde.

5 november 2016

Soms komen er dingen op je pad, maar zijn de plaats en het moment verkeerd. Iets te snel, of juist veel te laat. Maar soms moeten dingen gewoon zijn zoals ze zijn. Want sommige tekenen moet je niet negeren. En dan kan het zo maar zijn dat je grote liefde stiekem al jaren voor je neus zit.
Plotseling vallen alle puzzelstukjes in elkaar. Het klopt. Er volgen steelse blikken, liefdevolle knuffels, intense dates. Je gaat in elkaar op en vergeet de wereld om je heen. Oh heerlijke, magische, ongedwongen liefde.

In die romantische roes vertrokken we twee weken geleden naar Milaan, m´n lief en ik. Italiaanse sferen, mooie winkels, prachtige mode, lekker eten, fijne ijsjes, historische architectuur en… San Siro. Voor zij die ook geen kaas hebben gegeten van voetbal, da´s één van Europa’s grootste stadions.
Opgroeiend met een broer en vader die geen wedstrijd kunnen missen, kwam mijn aversie tegen voetbal al vroeg tot bloei. Moeders leerde me dat er op elk moment van de dag wel ergens voetbal op televisie is en dat je je maar naar dat lot moet schikken. Nee, dat zou mij nooit gebeuren, mijmerde ik vaak. Gekscherend zei broerlief een poos geleden dat hij het op prijs zou stellen als ik nu eens iemand zou uitzoeken die wel van voetbal houdt. Ik lachte hem vriendelijk toe en dacht er het mijne van. Maar… hij lacht het laatst. Ik heb een voetbalman getroffen.

En laat er nu toevallig een UEFA Cup wedstrijd zijn in die twee hele dagen dat we in de Italiaanse hemel zijn. Wat een geluk! Ach joh, dacht ik, hoe groot is de kans dat je op de dag zelf nog een kaartje kan scoren? Nou, dat bleek fluitje van een cent. Viel dat even tegen. Maar goed, we zijn er nu toch, dus ik zette mijn twijfels opzij en daar gingen we. Op naar 22 overbetaalde mannen die achter een bal aan rennen.

In de metro lieten de fanatiekelingen flink van zich horen en buiten het stadion waren de scanderende supporters al goed hoorbaar. Ik vond het indrukwekkend en intimiderend tegelijk. Maar ik was met m’n lief en hij drukte me dicht tegen zich aan, dus wat kon mij gebeuren?
We betraden de tribune en werden verwelkomd door een zee van licht, fel groen gras en duizenden zingende mannen. ‘Eehm, ken ik hier iemand van?’ En in de verte zag ik het stipje dat Frank de Boer moest zijn. Misschien had ik m’n lenzen in moeten doen.
‘Ja da’s goed, doe mij ook maar een biertje.’, als ik dan toch buiten m’n comfort zone treed, dan ook maar all te way, vond ik. Na het atten van een halve duurbetaalde plastic beker werd me duidelijk dat ik nog steeds geen bierliefhebber ben. En dat ik er ook eigenlijk niet tegen kan.

Toen gebeurde er iets wonderlijks. Na een kwartier speeltijd kwam ik een beetje in de wedstrijd en vond ik het verdomd spannend. Ik noemde Southampton gemakshalve gewoon Engeland, maar ik snapte in elk geval in welk netje de bal moest. De ontlading was groot toen Inter scoorde. Ik wist niet eens dat ik voor Inter was, maar als je in een donkerblauw gekleurd vak zit en die bal gaat erin, dan juich je mee alsof je leven ervan af hangt. Waarop ik vol zelfvertrouwen zei: ‘Ik wist het wel schat, ik had alle vertrouwen in m’n kluppie.’ Met een grote glimlach op ons gezicht keerden we terug. Dit hadden we toch maar mooi samen meegemaakt.

De dag na terugkomst speelde Ajax-Feyenoord. Dus nu heb ik Fox Sports Eredivisie Live en bedenk of ik voor Ajax moet zijn (zoals broer en pa) of voor Feyenoord (zoals manlief).
Maar eigenlijk maakt het niet uit. Ik geniet. Op de bank, van mijn lief en van het voetbal.
Oh heerlijke, nieuwe liefde.

Verder.

6 oktober 2016.

Ik heb naar deze dag uitgekeken. Een periode van meer dan vijf jaar zal worden afgesloten. Na veel geregel en geduld maar ook wederzijds begrip, ben ik er helemaal klaar voor. Nee, ik ben er aan toe. Vanaf vandaag zal ik een echte ´independant woman´ zijn. Volledig verantwoordelijk voor mijn eigen huis en niets en niemand om verantwoording aan af te leggen. Tijd om afscheid te nemen van wat is geweest, en te omarmen wat komen gaat.

Vanochtend stond ik op met Queen´s ´It´s a beautiful day´ in mijn hoofd. Ik was vroeg wakker en voelde me net die zeehond uit de reclame. Een zee aan kansen en mogelijkheden strekt zich voor me uit. Enkele minuten twijfelen voor mijn kast leverde een donkerpaarse kokerrok met hoge hakken op. Ingetogen maar vrouwelijk. Zelfverzekerd. Boven mijn dagelijkse bakje yoghurt mijmer ik over het gevoel dat ik zal hebben als ik later die dag mijn handtekening zet. Hoe opgelucht ik me zal voelen.

Maar ik krijg geen hap door mijn keel. Gedurende de dag zie ik er steeds meer tegenop. De tijd vliegt en kruipt tegelijk. Ik ben er nooit aan begonnen om het te laten eindigen, maar het was noodzakelijk. En hoe zeer ik achter mijn keuze sta, vandaag is niet gemakkelijk.

Kwart voor vier. Terwijl ik in de auto stap check ik nogmaals of ik de post en het squashracket wel heb meegenomen. Tien minuten later zit ik samen met hem aan tafel in de wachtruimte. Met hem waar ik zo lang lief en leed mee heb gedeeld. Slechts twee jaar geleden zaten we hier ook, toen met een heel ander doel. Het ligt als een steen op mijn maag. We wisselen beleefdheden uit en bespreken onze plannen. Dat hij een nieuwe start maakt met een andere baan in een andere stad. Dat het goed gaat op mijn werk en ik bijna vakantie heb. Ik ben blij en trots dat hij zijn hart volgt. En gelukkig dat we beiden ons leven oppakken en verder gaan.

We doen luchtig, maar voelen het drukkende ongemak. Flauwe grapjes passeren de revue, maar echt gelachen wordt er niet. Na een half uur is het in kannen en kruiken. Na een ferme handdruk lopen we met onze enveloppen onder de arm gezamenlijk naar buiten.
´Alsjeblieft, je squashracket. De post zit in de hoes. En even over de ANWB…´ Ik hoor mezelf verder praten over futiliteiten, alsof we niet zojuist al die jaren hebben afgedaan met een lullige handtekening in een tenenkrommende situatie, met een notaris die ik nota bene ken uit de kroeg. Waarvan ik overigens blij ben dat ze er was, want ze was duidelijk en voelde de situatie feilloos aan.
Hij wil me een knuffel geven, maar ik geef drie zoenen. ‘Dag schat’, zegt hij, en gaan ieder ons eigen weg. Dat was het dan.

Terug in de auto vecht ik tegen mijn tranen, maar verlies. Bij binnenkomst trekt collegaatje L. mij en mijn betraande hoofd het archief in en geeft me een dikke knuffel. Wat fijn, en zo nodig. Ik laat mijn tranen even de vrije loop maar herpak mezelf snel. Al was het zwaar, er is zojuist is goeds gebeurd. Ik droog mijn tranen en loop de trap op naar mijn computer. Met iedere trede voel ik me sterker.

Vandaag is de eerste dag van de rest van mijn leven.
Ik kijk mijn toekomst recht in de ogen en zie een leven lang lol, liefde, vertrouwen en geluk.

Liefde.

2 juli 2016
Ik begon zo sterk aan het telefoongesprek, maar gaandeweg werd ik steeds verdrietiger. Broerlief hoorde het gebeuren. Het is ook niet niks, en nog zo vers. Hoewel op een verjaardag, kwamen broer- en schoonzuslief er direct aan. Over een uurtje bij hen, met frietjes. Want frietjes doen het natuurlijk altijd goed.
‘Issa!’hoorde ik hem roepen toen ik nog in de gang stond. Kleine Spruit zat al aan tafel. Toen ik de kamer binnenliep kraaide hij van plezier, met z’n vieze handjes in de lucht. Volgens schoonzuslief riep hij in de auto op de terugweg ook steeds mijn naam, althans het stukje wat hij al zeggen kan. Huh? Dus hij weet wie ik ben, en wordt daar nog enthousiast van ook? Die zag ik even niet aankomen.

Tijdens het eten kwamen de gesprekken op gang. Hoe het kwam, hoe het zat en hoe nu verder. Het ene moment sterk en vastberaden, het andere intens verdrietig en verslagen. Kleine Spruit kleide rustig verder in z’n frietjes met appelmoes en af en toe belandde er zelfs iets in z’n mond. Toen viel het stil en biggelden de tranen over m’n wangen. Kleine Spruit keek me met een schuin hoofdje schalks aan. Dit was zijn charmante pose waarmee hij doorgaans iedereen om z’n plakvingertje windt. Vandaag werkt het echter niet. Tante Issa is te verdrietig. Hij leek even van z’n stuk en nam enkele seconden om dit te verwerken. Het hoofdje ging weer schuin, maar nu niet met de schalkse blik. Het leek bijna alsof hij het begreep. ‘Ma-issa?’ kwam er voorzichtig uit. Ik leunde met mijn gezicht naar hem en kreeg een dikke kus. Een dikke kus met appelmoes en kwijl. Maar het kon me niets schelen. Even later wrong hij zich uit z’n stoel kwam naast me staan. Z’n handjes op m’n been. Kleine Spruit was me aan het troosten.
Gatverdarrie, ben ik verdrietig, gaat ie ineens superschattig zitten doen. Wat snapt die kleine broekenpoeperd nou van grote-mensen-problemen? Bijdehandje.

Er moest een schone broek komen dus schoonzuslief en Kleine Spruit trokken zich even terug. Ondertussen neem ik plaats op de bank en trekt m’n grote broer me dicht tegen zich aan. Ik heb nog nooit in de armen van m’n grote broer gelegen, maar op dit moment was het precies wat ik nodig had. Ik moet helemaal op nieuw beginnen. En ik geloof dat dit is waar ik begin.
Boven hoor ik Kleine Spruit nog steeds enthousiast mijn naam roepen terwijl code bruin wordt opgelost. En ik vraag me af waar ik zoveel liefde in godsnaam aan heb verdiend.
Waar ik een deel van mijn hart heb verloren, hebben zij weer een stukje opgevuld.

Dankjewel broerlief, schoonzuslief, maar zeker niet te vergeten Kleine Spruit.
Ik kom er wel. Of ik ben er al. Eén van de twee.

2 Minuten.

4 mei, 2016
Moet zo de afwas nog afmaken. Gatsie, straks is het water natuurlijk koud. Wanneer zou de buurman de vaatwasser ook alweer komen repareren? Shit, dat kan ik nu even niet vragen. Oh, da’s goed getimed met die trompet en de kerkklokken. Zal ik zo eerst die hoge hakken maar eens uitdoen, of eerst de afwas afmaken? Doe ik daarna m’n bankhangoutfit aan, of m’n pyjama? Ik denk m’n bankhangoutfit. Wat goed dat ik nog twee van die bankhangshirtjes heb gekocht. Ze zitten zo lekker. En ik voel me er mooi in. Wat fijn dat ik dat tegenwoordig over mezelf durf te denken. Wat ga ik morgen doen? Misschien toch maar even m’n mail checken. Als de zon schijnt ga ik de hele dag in de tuin liggen. Krijg ik wel weer meer vlekjes in m’n gezicht. Ach, die vlekjes staan best eigenwijs. Mijn haar valt er een beetje overheen. Kan er altijd nog make-up op doen. Ik houd niet van een laag make-up. Dat zie je toch altijd. En volgens mij geeft het af. Daar kan ik helemaal niet mee omgaan. En ik heb altijd kriebeltjes, dan is het er zo weer af. Dan maar een vlekje meer of minder. Alleen die rimpeltjes van tegenwoordig ben ik minder blij mee. Gelukkig heb ik de hele antirimpellijn van Nivea ingeslagen. Als ik blijf smeren, komt het goed. Eigenlijk geloof ik niet in die geldklopperij. Maar botox is ook maar niets. Ik haat naalden. Ik wil er niet ouder uit gaan zien. Dat alles naar het zuiden vertrekt. Na je 30e begint de aftakeling. Sommige mensen geloven me niet als ik m’n leeftijd noem. Ik vind het zelf ook nogal ongelofelijk. Wanneer is dat gebeurd? Ik knipperde met m’n ogen en ineens was ik 32. Hopelijk heb ik een lange houdbaarheidsdatum. Ik wil er later uitzien als een cougar. MILF vind ik een compliment. De M staat dan voor Marissa. Vind ik m’n uiterlijk te belangrijk? Vast, maar ik ga het ook niet allemaal maar laten waaien. Lijkt me voor m’n omgeving ook beter. Mag ik best moeite voor doen. Maxima, je kijkt chagrijnig. Eigenlijk kijk je zo triest dat het niet meer oprecht lijkt. Alsof je je gezicht met moeite in de plooi houdt. Alsof je voor de spiegel je trieste gezicht hebt geoefend. Zou je zelf snappen waarom je zo kijkt? Is toch gek dat je als Koningin van een voor jou eens wildvreemd land chagrijnig staat te kijken vanwege een geschiedenis waar je tot een aantal jaar geleden nog geen weet van had. En op zich zijn je vaders handen ook niet helemaal schoon. Maar je haalt die Houten Klaas aardig op, dus het land vergeeft je. Leuk zeg, veel mensen dragen dat felle blauw. Zou dat nog steeds komen door die jurk die ze toen droeg? Ik droeg die kleur al eerder. Was een mooie jurk. Vanuit welke hoek wordt dit nu gefilmd? Ah, de Bijenkorf. Veel Aziaten de vorige keer. En geen lingerie in mijn maat. Willem-Alexander kan ook wel een zonnebankje gebruiken. Als hij geen Koning was zou hij nu ook gewoon met een vadsige vrouw naast hem op de bank zitten. Biertje in de ene hand, afstandsbediening in de andere. In korte broek en witte sokken in z’n slippers. Zou er dit jaar weer een damschreeuwer zijn? Op zich heeft die man ook alleen maar z’n mond opengetrokken. Als ik gestraft zou worden voor elke keer dat ik m’n mond open trek… Ik snap die man wel. Nee, volgens mij houdt iedereen keuring z’n mond dit jaar. Ik ga het ook volhouden, denk ik. Hoever zitten we nu? Ik vind dat ze hierbij ook wel een aftelklokje in beeld mogen zetten. Of van die bolletjes aan de rand van het beeld, net als bij een stoplicht voor voetgangers. Of een zandlopertje. Met Oud & Nieuw tellen we ook af. Alleen geen vuurwerk maar, denk ik. Dat zou niet gepast zijn. Oh bleh, over een paar seconden moet ik weer aan de afwas. Ik houd m’n hakken nog maar even aan. Dan is de beloning groter als ik daarna m’n bankhangoutfit aantrek. Wanneer moest ik ook alweer naar de kapper? Volgens mij volgend weekend.

Het Wilhelmus. Zo zeg, toch maar weer 2 minuten respect getoond.
Goede traditie vind ik dat, die moeten we in ere houden.

Paaspoep

30 maart 2016
Onze familie kent weinig tradities. Maar de tradities die we hebben zijn hardnekkig. Zo is daar vrijdag-frietjesdag en natuurlijk de jaarlijkse Paasbrunch. ‘Hoe laat zullen we afspreken?’ vroeg moeders. ‘Uurtje of 11?’, dat leek me een mooie tijd voor een brunch. Dat was akkoord. Een dag later appte ze of we ook om 10 kunnen beginnen in verband Kleine Spruit z’n middagslaapje.

Pardon? Kleine Spruit z’n slaapje? Wat denk je van mijn slaapje? Brunch is een samentrekking van ‘breakfast’ en ‘lunch’. Dat is om aan te geven dat het plaatsvindt tùssen ontbijt en lunch. Ertussen. Dus niet op ontbijttijd. En niet op lunchtijd. Maar in die tijd ertussen.
10 uur is geen Paasbrunch. 10 uur is een Paasontbijt. En ik was uitgenodigd voor een brunch. Dus ik typte vinnig een appje waarin ik dat fijntjes duidelijk zou maken. Dat 10 uur geen brunchtijd is en waarom men geen rekening houdt met mijn slaapje. Weemoedig dacht ik terug aan vervlogen tijden. Toen ik om 12 uur uit bed rolde en aanschoof voor een zacht eitje waar ik warme pistoletje in doopte. Toen de tafel rijk versierd was met glinsterende paaseitjes en er een chocolade Paashaas op mijn bordje stond. Niets meer van dat al. Tegenwoordig moet ik voor dag en dauw opstaan als ik een ei wil. En die Paashaas zit er sinds vorig jaar al helemaal niet meer in.

Voordat ik het appje stuurde bedacht ik me; Het maakt niet uit of ik protest aanteken. Niels (oftewel mijn leukere helft volgens de familie, inclusief de hond) is er niet bij dit jaar, dus dat heb ik dit jaar ook al tegen. Dan kom ik toch niet? Zal hen worst zijn. Dan past de kinderstoel van Kleine Spruit tenminste fatsoenlijk aan tafel. Ik weet wat je denkt: ‘Natuurlijk niet, jij hoort er ook bij.’ Maar nee, ik ben van mijn troon gestoten door de jongste generatie Harmsen. Kortom: waar ik vorig jaar nog teleurgesteld was dat ik geen Paashaas kreeg, ben ik dit jaar blij dat ik überhaupt werd uitgenodigd. Dus eerlijk gezegd durfde ik het niet zo op het spits te drijven. Daarom appte passief agressief: ‘ Ja hoor, geen probleem. We passen ons wel weer aan aan die kleine drol.’

En ik gedroeg me op m’n Paasbest. Ik droeg een nieuw jasje, want dat doet het goed bij moeders, en had zelfgebakken kaneelbrood meegenomen. Toen ik binnenkwam dook Kleine Spruit spontaan met zijn handjes voor zijn gezicht op de grond, want tante Marissa betekent blijkbaar kiekeboe spelen. Toegegeven, dat was grappig. Ik pakte hem op, tilde hem hoog boven mijn hoofd en gooide hem een stukje de lucht in. Wat een lol! Het leek me een goede bootcampoefening, dus dat deed ik nog een paar keer. En toen viel er een dikke druppel kwijl op mijn wang. Hè gatsie. Ga maar weer ergens anders spelen.

Nadat ik iedereen begroet had kwamen Kleine en Papa Spruit stiekem samen uit de gang. Kleine Spruit rende naar me toe. In zijn handjes hield hij vol trots een chocolade Paashaas omhoog. Voor tante Marissa! Voor tante Marissa?
Wel potverdikkie. Hoe kan ik die Kleine Spruit nu nog een lastige kwijlende herrie-makende schema-in-de-war-schoppende kleine stinkende broekenpoeperd vinden?

Totdat… hij ineens rood aanliep en een beetjezat te kneden in z’n kinderstoel. Ja hoor, ook de vorig jaar opgerichte code-bruin-tot-aan-de-oksels-aan-de-paastafel-traditie werd in ere gehouden. Al onze zintuigen werden geprikkeld en geen enkele op een prettige manier. Hè gatsie. De ultieme test.

Maar… heel gek, het kon me geen drol schelen…
Well played, kleine stinkerd, well played.

Stiekem sportief.

31 januari 2016
Ergens is er iets misgegaan. Het ene moment keek ik uit het raam en dacht: ‘Mooi niet dat ik in die stortregen ga bootcampen!’ En het andere moment, zomaar, zonder dat ik er ook maar enige invloed op had, parkeerde ik mijn auto in de modderige berm van het Lingebos. Ach, ik ben vast de enige die vandaag is op komen dagen, dacht ik. Dus dat wordt gewoon een gesprekje met trainer E., zo van ‘Nou ja zeg, dat er niemand komt opdagen in dat beetje regen, hè? Pffff, daar laat een echte sportbikkel zich toch niet door tegenhouden? Maarja, als er verder niemand is, dan gaan wij ook maar, hè? Nou doei!’

Maar nee. Iedereen was er. Het was verschrikkelijk. Ik voelde me al een hele eindbaas omdat ik daar stond, maar een uur bootcampen in de regen was ik eigenlijk niet van plan. Je gaat toch niet in het bos rondhuppelen in de stromende regen? Maar er was zelfs iemand komen joggen vanuit Arkel. Vanuit Arkel. In de regen. Doe even normaal. Hoe moet ik me dan ooit sportief voelen? En tot mijn verbazing begonnen we aan de warming-up. Gaat er dan echt niemand zeggen dat we helemaal hartstikke debiel zijn met z’n allen? Nee? Dat we allemaal maandag ziek zijn als we dit achterlijke gedoe doorzetten? Maar hee, als iedereen het doet, dan kan ik niet achterblijven. Maar vooruit, de warming-up was nog onder een afdakje. Straks geeft er vast wel iemand op, dacht ik, en dan kan ik ook lekker naar m’n warme douche…’ En gelukkig, trainer E. zei dat we teruggingen naar de auto’s.

Maar nee. Ja, we gingen wel terug naar de auto, maar niet om te stoppen. Nee… Om autobanden te halen! Autobanden! En nog steeds niemand die er de brui aan gaf. Dus ik laat me niet kennen, gooi zo’n autoband om m’n middel en ren met de groep mee. Nog steeds kan mijn hoofd er niet bij dat ik aan het bootcampen ben in de regen, maar op de een of andere manier is dat wel wat mijn lichaam doet. De regen striemt in m’n gezicht en die autoband lijkt nog zwaarder dan normaal. Bij iedere stap probeer ik de diepste modderplassen te ontwijken. Mijn haar plakt tegen m’n gezicht en ik weet dat de mascara van gisteravond zich nu ergens halverwege mijn wangen bevindt.

Dan bedenkt trainer E. dat we een stukje door het gras gaan rennen. Tot dat moment waren mijn voeten nog het enige droge stukje Marissa. Maar er was geen houden meer aan. Ik omarmde mijn natte sokken. Ik moest wel, want de plassen waren niet te ontwijken en ik stond tot aan m’n enkels in het water. Op een gegeven moment raakte mede-bootcampster F. en ik een beetje achter. We overwogen letterlijk om af te snijden door een stuk te zwemmen.
De motivatie zakt me helemaal in de soppige schoenen toen trainer E. vrolijk verkondigde dat we ‘al’ op de helft van de tijd waren en dat we dus nog ‘maar’ een half uurtje hoefden. Ik zou namelijk zweren dat dit geploeter al anderhalf uur duurde.

‘This too shall pass’, ‘This too shall pass’, ‘This too shall pass’, fluisterde ik als een mantra tegen mezelf. Het zag er niet meer naar uit dat er voortijdig gestopt zou worden, dus dan maar mentaal sterk zijn. Nog een paar keer opdrukken op de autoband en ineens besefte ik het me: Ik ben aan het sporten. In de regen. En niemand houdt me onder schot. Dus eigenlijk loop ik hier vrijwillig.
Ja, ik vond het verschrikkelijk en dat schoof ik niet onder stoelen, banken of autobanden. Ja, ieder moment lonkte mijn bed, bad, douche en al het warms in mijn huis. Maar hee, ik lig me hier gewoon in de regen op te drukken en het lukt nog ook. Dat kon ik een half jaar geleden nog niet. En ik wil hier niet zijn, maar ik ben er toch. Volgens mij ben ik stiekem sportiever dan ik denk…

It takes balls to be a woman.

29 januari 2016
Tijdens de lunch ging het gesprek eens gezellig over verkrachtingen en aanrandingen. Aanleiding was Keulen, waar niemand over uitgepraat raakt. Een jonge mannelijke collega verkondigt met gebalde vuisten dat hij niet begrijpt hoe een man het in zijn hoofd haalt ongevraagd aan een vrouw te zitten. Het zou bijna aandoenlijk zijn als hij niet zo´n gelijk had. Wij, drie dames, hoorden hem gelaten aan. We legden uit dat je als vrouw niet door ieder ´wissewasje´ je leven kunt laten verpesten. Dat lang niet alle mannen zo denken als hij. We hoefden niets te benoemen, maar duidelijk was dat we alle drie te goed wisten waar we over praatten.

De verontwaardiging over Keulen is groot. Plotseling staat Jan en allemaal op de bres voor ´ons´ vrouwen, alsof we plotseling allemaal zielige slachtoffers zijn.
Maar houd je vast, want ik heb schokkend nieuws. Intimiderend gedrag, aanranding, verkrachting en ongewenste seksuele uitingen jegens vrouwen zijn aan de orde van de dag. Er is geen enkel excuus voor wat er in Keulen is gebeurd. Maar het is slechts een klein topje van de ijsberg:

3 jaar oud: Een man vroeg of ik met hem mee naar huis ging, want hij vond mijn blonde haar en blauwe ogen zo mooi. Hij had geitjes en konijntjes die ik mocht komen aaien. Hij droeg een licht pak, gouden ringen en had witgrijs haar. Zie hier mijn aller-vroegste herinnering. Het bleef bij die vraag, maar er is vast een reden dat ik dit nog weet. Waarschijnlijk snapte ik toen al dat het niet klopte.

11 jaar: Op kamp. Een jongere jongen probeerde een satéprikker tussen mijn benen te houden en zei daar onprettige dingen bij. Die heeft er uiteindelijk meer last van gehad dan ik, vermoed ik. Hoe tenger ik ook was, van me afschoppen kon ik inmiddels best.

12 jaar: Een inval-gymdocent prikte ons meisjes steeds in de buik met zijn wijsvinger en hielp ons een beetje ‘vreemd’ met koppeltje duikelen. Ik heb door de gymzaal geschreeuwd dat ‘als ie dat nog een keer deed, ik hem zou aanklagen voor seksuele intimidatie, lul!’ Blijkbaar had ik een punt, want ik heb nooit straf gekregen voor het uitschelden van een docent.

13 jaar: In het zwembad. Met hand en tand verdedigde ik me tegen een iets oudere jongen die zijn hand op plaatsen duwde waar ik die niet wilde hebben. Helemaal voorkomen lukte niet. Bij de politie vroeg ik na of ze iets konden doen. Had geen zin, zeiden ze. Uit ‘beleefdheid’ kreeg ik een kaartje mee voor als ik toch echt persé melding wilde maken.

14 jaar: ’s Middags op een bankje bij de skatebaan. Plotseling stonden er een stuk of 4 jongetjes om me heen die mijn kleding probeerden uit te trekken. Ze zullen rond de 12 zijn geweest. Ik trapte ze weg met mijn skates, beet in de hand die mijn mond dicht moest houden en skeelerde er vandoor. Ik durfde pas te stoppen toen ik een vriend tegenkwam die vroeg wat er in godsnaam aan de hand was.

15 jaar: Op de camping in Spanje liep ik ’s avonds terug naar onze stacaravan. Plotseling zat er een oudere jongen achter me aan terwijl hij in niet mis te verstane bewoordingen riep wat hij met me van plan was. Gelukkig was hij dronken waardoor ik sneller kon rennen dan hij. Die nacht was ik bang dat hij onder mijn raampje stond.

16 jaar: Ik ontmoette mijn eerste vriendje, 6 jaar ouder. Het bleek een monster dat me 4 jaar lang heeft gekleineerd, bedreigd, geslagen, geschopt, aangerand en verkracht. Ontelbare angstige momenten schieten me nu door het hoofd. Mijn aangifte is door de politie zeer hoog opgenomen, maar zoiets is nauwelijks te bewijzen.

19 jaar: Op stage in Luxemburg belde ik weleens vanuit een telefooncel. Het was klaarlichte dag, 50 meter verwijderd van mijn voordeur. Toen ik ophing trok een forse, gezette man de deur open. Hij versperde de doorgang en stelde vragen in de trant van wat zo’n mooi en lief meisje alleen op straat deed. Ik kon onder zijn arm doorglippen en rende naar huis.

Gelukkig was er vlakbij nog telefooncel, want die ene gebruikte ik even niet meer. Terwijl ik stond te bellen draaide ik me om en zag hoe een man in een bestelbusje ‘de hand aan zichzelf sloeg’ waarbij hij gebruik maakte van het uitzicht op mijn achterste. Ik schoot in de lach waarop hij snel wegreed.

25 jaar: Mijn nieuwe manager begon met verwijzingen die ik als grapje opvatte. Daarna deed hij oneerbare voorstellen, probeerde me te kietelen en duwde me klem in mijn stoel tegen het bureau als ik alleen in mijn kantoortje zat. Ik gaf aan hier niet van gediend te zijn en maakte duidelijk dat ‘het’ niet ging gebeuren. In zijn ego aangetast kleineerde hij me daarna tegenover mijn collega’s bij elke vergadering. Mede hierdoor nam ik ontslag.

Ik ben nu 32 jaar en dacht dat het zo’n beetje over zou zijn. Het jonge onschuldige is er wel vanaf en schaarde mezelf dus niet meer in de ‘risicogroep’. Toch is het onlangs nog nodig geweest om iemand op zijn intimiderende gedrag aan te spreken.

Naast bovenstaande opsomming zijn er nog de talloze keren dat er quasi-onschuldig langs mijn kont wordt ‘gegleden’. In een discotheek, in de kroeg, of in de Albert Heijn. Of de ‘Oeps, het is zo druk dat ik toevallig met mijn kruis tegen je opreed’. Of ‘Schampte ik nu per ongeluk met m’n arm langs je borsten? Ze zijn ook niet te missen.’ Nagehijgd worden tijdens het joggen, smakkende geluiden die groepjes jongens maken. ‘Kapsoneshoer’ genoemd worden als je niet reageert.

Ligt het dan aan mij? Lok ik het uit? Zend ik de verkeerde boodschap? Draag ik te onthullende kleding? Straal ik uit dat je dat zomaar bij mij kan doen? Kijk ik te uitdagend? Waarom overkomt dit soort dingen me steeds? Waarom moet ik het met me meedragen en komen zij er altijd mee weg?
Nee, inmiddels heb ik niet meer de illusie dat ik een uitzondering ben. Iedere vrouw heeft deze verhalen. Dit is wat je gebeurt als vrouw. Zo zit de maatschappij elkaar. Dus laten we starten met Keulen, maar laat dat pas het begin zijn van de lange weg die we met z’n allen hebben te gaan.

Ik ben een vrouwelijke, mooie, zelfverzekerde, trotse vrouw. Dat is hetgeen ik uitstraal met mijn houding, mijn kleding en mijn blik. Iedereen die daar een andere interpretatie aan geeft en zichzelf daardoor bepaalde rechten verleent, heeft een kronkel in het hoofd. Of dat nu in Keulen is, in Nederland, of in Saudi Arabië. Of ik nu in een skipak loop, een rokje, bikini of poedeltje naakt.

It takes balls to be a woman

Zwelgje.

3 januari 2016
Het begon veelbelovend. Geheel tegen de traditie in was Oud & Nieuw een gezellig feestje. Op Nieuwjaarsdag hebben we netjes de familie een fijn 2016 gewenst en daarna hadden we nog een heel weekend voor de boeg! Ik stel voor dat we Oud & Nieuw vanaf nu elk jaar op donderdagavond vieren. Wie doet er mee?

Gisteren hield de vreugde aan bij de bootcamp, gevolgd door een succesvolle lunch en shopping sessie in Rotterdam. Schoenen voor Niels. Jurkje voor mij. En tot overmaat van gelukzaligheid gisteravond online nóg een jurkje besteld dat al jaren op mijn verlanglijstje staat. Want één nieuw jurkje is hartstikke leuk, maar twee nieuwe jurkjes zijn natuurlijk veel leuker.
Gewoon omdat het kon, heb ik mezelf vanochtend maar even afgebeuld in de sportschool. Toegegeven, in 2015 zou dat niet in het rijtje met vreugdevolle feiten voorkomen, maar vandaag de dag sla ik een uurtje lichamelijke inspanning en een warme douche niet af. Ik denk zelfs dat ik morgen en overmorgen op mijn extra vrije daagjes ook maar een rondje ga hardlopen.

En toen, toen was ik er klaar voor. Het hoogtepunt van het weekend. Vanmiddag is de Nieuwjaarsborrel in De Knijp. Één van mijn goede voornemens dit jaar is vaker leuke dingen doen met vrienden, en daar valt een drankje doen zeker onder. Ik had de aankondiging al een paar keer langs zien komen en vond het een voldongen feit dat ik daar bij zou zijn. Niet dat ik plannen ondernam om mensen te mobiliseren, want ik ging er vanuit dat dit gewoon ging gebeuren. Dus ik app vanmiddag zo eens een paar mensen en dan gaat het helemaal goed komen. Dacht ik. Want wie wil er nu niet met mij naar de Nieuwjaarsborrel in de Knijp?

Nou, wat blijkt? Helemaal niemand wilde met mij naar de Nieuwjaarsborrel in De Knijp. Nou ja, ik geloof best dat de tent nu op z’n kop staat, maar niet met mensen uit mijn inner circle. Harmsen, ga dan alleen! Nee, want ik heb ‘mijn’ mensen al geappt. En die zijn er niet. En dan zit ik daar dus ofwel zielig in een hoekje, ofwel tegen mensen te praten die toch niet op me zitten te wachten. En daar ben ik te schijterig voor. Dames en heren, zie hier de eerste teleurstelling van 2016. Alsof ze wil zeggen: Jij blijft lekker thuis met je kont dit jaar. Wat nou drankjes in de stad? Je gaat maar Netflixen! Je bank heeft ook iemand nodig die erop zit. En die iemand ben jij. Jij gaat op je bank zitten en je komt er niet meer vanaf! In je Minnie Mouse trui. Onder een dekentje. Met je berensloffen. En de poes. Zwelgen in zelfmedelijden zal je!

2016: Je bent een bitch.
En ik zwelg in zelfmedelijden. In m’n Minnie Mouse trui.
En dat online gekochte jurkje zal ook wel niet passen.

Gelukkig nieuwjaar.

Ambitiebroek.

21 december 2015
´Zou ik het aandurven?’, vroeg ik mezelf af. De ontluikende bloemen keken me spottend aan. De tijgers loerden vervaarlijk door het gebladerte heen. Moet ik het proberen? Of moet ik nog even wachten? Ik heb het natuurlijk over de print op mijn broek. En niet zomaar een broek. Mijn ambitiebroek.

Anderhalf jaar geleden heb ik alle kleding die niet meer paste rigoureus in de zak van Max gemieterd. Behalve deze. Als ik eerlijk ben kreeg ik haar niet eens meer fatsoenlijk over mijn bovenbenen. En als ik me er dan met bruut geweld in had gewurmd, kon ik niet meer zitten. Alleen… er staan tijgers op! En jungle en bloemen! Hoe kan ik nu afscheid nemen van een broek met tijgers en jungle en bloemen? Dus ik besloot haar te houden en heel diep weg te stoppen in m’n kast. Zo af en toe kwam ik haar weer tegen. Met weemoed dacht ik dan terug aan de tijd dat ik er nog soepel in gleed en de knoop daadwerkelijk dicht kreeg. Eerst had ik nog de hoop er ooit weer in te passen, maar ze verdween steeds dieper in m’n kast en daarmee ook de hoop. Ik probeerde het te laten rusten, maar ergens bleef het knagen. Want eenmaal ambitiebroek blijft toch ambitiebroek.

Je raad het al; Toevallig kwam ik haar weer tegen vandaag. Plotseling had ze haar weg gevonden vanuit de krochten van mijn kast naar de oppervlakte. Plotseling lag ze daar te shinen als altijd. Een beetje geweldig en gewaagd te wezen met die gele tijgers en groene bladeren. Ze glimlachte verleidelijk naar me, provoceerde me. Zou ik…?
Nu heb ik de afgelopen tijd redelijk m’n best gedaan met sporten en eten. En de laatste weken is zelfs de weegschaal het daarmee eens. Wat een dilemma! Als ze past, weet ik dat ik op de goede weg ben. Maar als ze niet past is dat een uitermate teleurstellende ervaring. Een trauma waar ik waarschijnlijk veel chocola bij nodig zou hebben om het te boven te komen. Dus kon ik niet beter even wachten totdat ik het zeker zou weten? Misschien nog een kilootje of 2 zodat het geen teleurstelling zal zijn? Maar hee, ik heb zojuist de Santa Run gelopen. Als er een moment is dat ik strak en afgetraind ben moet het nu zijn!

Dus de nieuwsgierigheid won het van de vrees. De spanning was te snijden. Eerst mijn rechtervoet. Daarna de linker. Over m’n kuiten, bovenbenen, en floep, de billen. En dan het knoopje… Het moment van de waarheid.
En zonder enige moeite of buik inhouden ging het knoopje dicht. En dan draag je ineens weer je ambitiebroek van een paar jaar terug. Ik deed een sprongetje en een dansje. Ze zat nog wel ietsje strak om de bovenbenen, maar hee, ze past!

Goh, dacht ik, dan zal ik ook wel een hele goede BMI score hebben. Dus enthousiast google ik zo’n calculator en vul snel de gegevens in. Jippie, ik heb een gezonde BMI score! Oh en ik kan ook mijn ideale gewicht berekenen, ik ben benieuwd! Wat denk je; Blijkt dat ik daarvoor nóg 5 kilo moet afvallen!

Kutcalculator.

Ah schiet te hulp.

16 december 2015
Nee, waarom zou het verse sap ook gewoon bij de andere sappen staan? Ik moest alleen crème fraîche, bananen en een vers sapje. Moet in 5 minuten te doen zijn. Maar ik had er al 4 rondjes AH opzitten en werd pissiger en pissiger. De bananen lagen inmiddels beurs in mijn mandje en de crème fraîche was bijna kaas, maar geen verse sapje te bekennen. Ik kan maar niet wennen aan die verdomde nieuwe indeling en voel me een verdwaalde demente bejaarde als ik er rondloop.

Het goede nieuws is dat supermarktmedewerkers tegenwoordig ingezet worden als maatschappelijk werker. Ze maken nu melding bij een of andere instantie als ze vermoeden dat het niet zo goed gaat met een oudere klant. Met mijn bijna 32 lentes kan ik toch ruimschoots tot de oudere klanten worden gerekend. En het ging zeker niet goed met me. Dus gelukkig was ik in goede handen.

Ik ging op zoek naar een supermarktmedewerker. Nergens iemand in een blauw pakje te bekennen natuurlijk. Nu is mijn zicht wat achteruit gegaan in de loop der jaren, maar ik had echt mijn bril op. Uiteindelijk liep er een puisterige puber mijn richting op. Als overduidelijk verdwaalde oudere zou hij me vast te hulp schieten. Maar hij deed eigenlijk zijn best om vooral geen oogcontact te maken. Nu is deze oudere niet voor één gat te vangen, dus had die even pech;
‘Jongeman!’ Vermoeid draaide hij zich om en ik hoorde hem denken ‘Oh shit, weer zo’n demente’. Hij had duidelijk geen idee wie hij voor zich had.
‘Mag ik je iets vragen? Ik ben op zoek naar het de verse sapjes, waar staan die tegenwoordig?’
‘Eh ja, ik heb geen idee. Misschien in de koeling bij het sap?’
‘Ik ben al 4 keer rond geweest en in het bijzonder bij de koeling bij het sap. Daar staat het niet.’
‘Oh ja, eehm, dan weet ik het ook niet.’ Ik keek hem strak aan en zag de twijfel tussen de vecht- of vlucht reactie in zijn ogen. Dus ik besloot om hem een handje te helpen.
‘Daarom vraag ik het aan jou. Omdat ik het niet kan vinden. En jij werkt hier, dus hoe ga jij ervoor zorgen dat we dit mysterie oplossen?’ Hij was duidelijk niet gewend zelf na te denken.
‘Ehm, ik kan wel even kijken of ik een collega kan vinden…’
‘Dat klinkt als een plan!’ Hij stoof ervandoor. Nu wist ik dat hij geen collega zou vinden, want anders had ik die ook wel gevonden, maar hee ik ben maar een demente bejaarde.
‘Mevrouw, ik kan niemand vinden, dus…’ En hij deed een poging om te ontsnappen.
‘Sorry wacht eens even, verwacht je nu van mij dat ik rondjes blijf lopen tot ik de verse sapjes tegen het lijf loop? Of dat ik hier blijf staan wachten tot de verse sapjes mij tegen het lijf lopen?’
‘Oh eeehm, nee… Ik zal wel even naar achteren lopen om te kijken of daar een collega is.’
‘Nou, dat lijkt me wel wat. Wacht ik even hier, goed?’
Vol verwachting klopte mijn hart. ‘Nou, het staat helemaal vooraan, naast het vlees. Eeehm, ik loop wel even mee.’

‘Goh zeg, naast het vlees. Dat is wel verrassend, vind je ook niet?’
De arme drommel wist niet wat het goede antwoord was en ik zag de vertwijfeling weer toeslaan. Ik besloot hem uit z’n lijden te verlossen. ‘Dan vind ik het wel hoor, dankjewel!’

Misschien moeten ze dat plannetje in AH Gorinchem nog maar even uitstellen. Als ik echt een demente bejaarde was geweest had ik mezelf waarschijnlijk al lang voor een winkelwagentje gegooid.