Dampende douche. (II)

14 mei 2019
‘Anders kom je een keertje meedoen in Vuren?’ Het bootcamp clubske in Arkel ging niet door, maar m’n kleding zat nog steeds te strak, dus ik moest wat. Vuren? Da’s best een stukkie rijden. Dinsdagavond? Nee, dat komt niet goed uit. Vrijdag? Nee, eigenlijk ook niet. Kortom, Harmsen had smoesjes genoeg.

‘Kleine, zo ver is Vuren niet. Als jij wilt gaan bootcampen, dan moet je dat lekker doen.’ Wat manlief eigenlijk bedoelde was: ‘Ga alsjeblieft sporten, luie drol. Hopelijk knapt je humeur er ook een beetje van op.’, want het was duidelijk dat het thuiszitten ook zijn weerslag had op mijn anders zo zonnige karakter. Ok, ik had de boodschap begrepen en trok de stoute sportschoenen aan.

Enkele jaren geleden had ik ook een sportieve vlaag van verstandsverbijstering. Ik bootcampte trouw iedere week, waarbij ik ook trouw iedere week de dood minimaal 3x in de ogen zag. Zelfs na meer dan een jaar kon ik de groep niet bijhouden. Hoe hard ik ook mijn best deed, ik bleef er maar achteraan hobbelen met mijn tong op de knieën. Na een uur bleek ik het toch ook die keer weer overleefd te hebben en na afloop waste ik de bijna-dood-ervaringen van me af onder een dampende douche.

Strijdvaardig, en me bewust van mijn uitdagingen op sportief gebied (Lees: ik ben meer gemaakt voor slapen), zette ik de barre tocht in naar Vuren. Daar bleek een idyllisch groen veldje verscholen te liggen tussen hoge bomen achter de dijk. Da’s prettig, want dan is de lokale bevolking in ieder geval geen getuige van mijn aan epilepsie grenzende talent voor beweging.

Het begon meteen goed. Opwarmen met een rondje hardlopen. Hardlopen is de hel. Ik heb flashbacks van het groepje dat op me wacht en weer doorrent precies als ik ze paars aangelopen heb ingehaald. Maar vooruit, dit rondje was te overzien. Verder warmden we op met een spelletje met pionnetjes. Hoe vaak doe je dat nou nog na de basisschool? Daarna een circuitje met oefeningen waarbij het hele lichaam aan bod kwam. De krijger kwam in me los bij het boxen. De buikspieroefeningen koste nog wat moeite na de operatie. Opdrukken heb ik nooit gekund en vandaag was geen uitzondering. Tot slot het liedje ‘Sally Up’. Bij ‘Up’ mochten we staan, bij ‘Down’ moesten we in de squad blijven. Au… Au… Au… Nooit geweten dat dat liedje anderhalf uur duurt.

De torenklok sloeg, het uur vol afwisseling was voorbij gevlogen. In de auto terug verwerkte ik wat er zojuist gebeurd was. Mijn lijf had nog een lange weg te gaan om te herstellen en weer fit te worden. Het buikje moest een stuk strakker om weer blij te zijn in mijn eigen lichaam. Maar ik had het gedaan. Stiekem keek ik uit naar de spierpijn die de dagen erop zou volgen. Naar het teken dat er iets aan het gebeuren was met die overtollige calorieën. En het allerbelangrijkste, ik vond het nog leuk ook!

Manlief had gelijk, sporten is inderdaad goed voor m’n humeur. Op naar de dampende douche!
#jemoetwelwillen

Chocola. (I)

09 mei 2019
Ik had twee opties. Of ik accepteerde deze maat spijkerbroek, of ik ging er iets aan doen. En gezien de tranen die achter mijn ogen prikten, leek de eerste optie uitgesloten. Daar stond ik dan in de Vero Moda. Met ieder kledingstuk waar ik me uit moest wurmen omdat ik toch een grotere maat nodig had, raakte ik verdrietiger. Met een verhit hoofd opende ik het gordijn van de paskamer. ‘Ik moet gaan sporten, mam’.

Nadat ik plotseling geen baan meer had, heb ik een poosje thuis gezeten. En ik heb niet alleen thuis gezeten, ik heb ook alleen thuis gegeten. Want ja, ik moest een beetje lief voor mezelf zijn. En daar was chocola voor nodig. En Netflix. Toen ik ook nog een operatie moest ondergaan was het feest compleet. Want ja, dan moet je nòg liever voor jezelf zijn, en je koest houden onder een dekentje op de bank.

Zo kon het niet langer. Harmsen, je hebt nu lang genoeg bankgehangen, tijd om van die uitgedijde bips af te komen. Toevallig zag manlief een facebook-dingetje voorbij komen van een nieuw bootcamp clubje op het grasveld recht voor onze deur. Leuker konden ze het niet maken, en makkelijker dus eigenlijk ook niet. Voordat ik me zou bedenken, gaf ik me op. Zo, de eerste stap was gezet en ik voelde me nu al sportief.

Op de dag des oordeels werd de sportkleding werd uit de mottenballen getrokken. Zelfs de Coop had plotseling sportkleding in het assortiment. Hebben ze nooit, maar nu ineens wel, dus er viel pardoes een kittig vestje in m’n mandje. De juiste look is immers het halve werk. Nee, als er ooit een moment was om weer te gaan sporten, was het nu. De sportschoenen werden strak gestrikt, haar op een hoge staart, dopper in de hand en gaan met die banaan. ‘Ik ga vast naar buiten hoor, dan komt de rest vast zo wel!’

Onder het toeziend oog van twee kleine en één grote aap liep ik naar buiten. ‘Succes, Marissa!’, ‘Veel plezier, schat!’ Als in slow motion viel de deur achter me in het slot en daar ging ik. De straat over. De apen nog steeds toekijkend van achter het raam. Marissa en sporten, das een combinatie die je niet vaak ziet. De poes zat er inmiddels ook bij in de vensterbank. Semi-actief begon ik wat te dribbelen. Ze zouden vast zo komen. Nog even zwaaien naar het thuisfront. Ik perste er een squadje uit. Vol verwachting stonden ze te kijken.

10 minuten later was er nog niemand, dus vloekend en tierend weer naar binnen. Een pissige voicemail later bleek de trainer me keurig van tevoren te hebben gemaild dat er te weinig aanmeldingen waren, maar die mail was niet aangekomen. Stond ik daar een beetje supersportief te wezen met m’n goede gedrag. Lekker dan.

Nu heb ik chocola nodig.

Eigenwijze was.

27 februari 2019

Beddengoed is maar eigenwijs spul. ‘Hoezo’, vraag je je af? Nou, dan heb je duidelijk mijn beddengoed nog nooit ontmoet. Echt waar, mijn beddengoed doet precies wat het zelf wil. Het leidt gewoon een eigen leven.

Het zit namelijk zo. Ik stop het in de was, meestal binnenstebuiten. Dat is namelijk makkelijk als ik daarna het bed weer op moet maken. Maar het komt er altijd weer andersom uit. Ik vind dat knap. Voor mij is het namelijk best een heisa om het dekbedovertrek binnenstebuiten te keren. Maar voor mijn wasmachine is het een fluitje van een cent. Wat ook een fluitje van een cent is; Mijn dekbedovertrek eet de kussenslopen op tijdens het wassen. En die stopt ie dan als een soort hamster precies in het puntje. Inmiddels kan ik de boosaardige werkwijzen van mijn beddengoed aardig doorgronden, dus ik weet waar ik moet zoeken. Wat helaas niet voorkomt dat ik met mijn niet al te flinke postuur in die enorme klamme lap moet klimmen om de kussenslopen eruit te vissen. En op de een of andere manier lijkt dat overtrek dan ook ineens meer dan vier punten te hebben. Ik hoor mijn beddengoed bijna hardop lachen.
Eenmaal alle kussenslopen verzameld mik ik de hele boel in de droger, waarin het zich tot een soort grote kauwgombal vormt waarvan de buitenkant droog wordt en de binnenkant nat blijft. Ik heb weleens van die droger ballen geprobeerd. Maar ook die is mijn beddengoed te slim af. In plaats van zacht fluffy beddengoed, worden de ballen opgenomen in die klamme kauwgombal alsof het niets is.

Nog een persoonlijke frustratie; Sokken. Er is al veel over gezegd en geschreven, dus ik doe ook nog maar een duit in het zakje. Mijn sokken hebben in de wasmachine (of de droger, daar ben ik nog niet helemaal uit) een parallelle wereld ontdekt en zo nu en dan ontsnapt er daar eentje naartoe. Ik weet niet zo goed wat ik mijn sokken aandoe waardoor ze de behoefte hebben om aan me te ontsnappen, maar ze komen nooit meer terug als ze eenmaal gene zijde hebben bereikt. In het begin dacht ik nog dat ik de sokken zelf kwijtraakte. Ik begon danig aan mezelf te twijfelen en ik vermoed dan ook een vooropgezet plan. Een complot. Mijn sokken zijn al net zo kwaadaardig als mijn beddengoed.

Maar sinds een jaar of 2 bewaar ik de eenlingen die ik in de was tegenkom. En iedere wasbeurt check ik of er overgebleven sokken zijn die ik kan matchen. ‘Er moet toch een moment zijn waarop de andere tevoorschijn komt’, dacht ik. Maar niets is minder waar. De stapel verstekelingen groeit en groeit. En de hoeveelheid sokken slinkt. Dat levert eenzame poezen, hondjes en Minnie Mousejes op.

Gelukkig heeft het eigenwijze beddengoed de parallelle wereld nooit ontdekt, dus tot nu toe zijn alle kussenslopen boven water gekomen. Wel zoekt er af en toe een sok zijn heil in een kussensloop of dekbedovertrek. Die heeft dan blijkbaar een verkeerde afslag genomen, maar die stoute rakker vind ik dan weer terug en match ik met een eenling van de verstekelingenstapel. Lekker puh.

En ik kan dus intens van zo’n moment genieten.
‘Marissa 1, eigenwijs beddengoed 0’, denk ik dan. Yes!

Mannelijke heupen.

3 juni 2018.

´Ooow, ik wou dat ik een vent van 1.90m was!´, roep ik wanhopig als de motor voor de zoveelste keer bijna uit mijn handen glipt. Kreeg ik slalommetjes, achtjes en stopproeven al moeilijk onder de knie, lopen met een motor aan de hand is weer een heel ander niveau van lastig. ‘Een motor is om op te rijden, niet om mee te lopen.’, probeer ik. Volgens instructeur O. is dit een verzekeringsdingetje. Blijkbaar wordt er nogal wat schade geclaimd nadat mensen hun brullende machine niet de baas kunnen bij het in de schuur zetten ervan. En dus moet iedere aspirant motormuis nu ook leren hoe je zo’n ding bedwingt als je er niet op zit. Da’s dus eigenlijk best nuttig. Maar wat een gedoetje!

Terwijl het zweet me uitbreekt duw ik 160 kilo zwart lomp ijzer op wielen voort. En dan het ergste: een bochtje achteruit om middenin een denkbeeldig parkeervak uit te komen. Terwijl ik het stuur van me af draai en het bochtje inzet kantelt de motor mijn kant op. Daar sta ik dan. Bijtend op mijn lip, armen vooruitgestrekt en kont naar achteren in een poging een soort een contragewicht te vormen om dat bulderende monster overeind te houden. Ik voel me als een eendenkuiken. Een poepend eendenkuiken met epilepsie. Een eendenkuiken met inmiddels prikkende ogen van het zweet en een beslagen vizier. Instructeur O. moet de grappigste baan van de wereld hebben.

Iedere les hoor ik hetzelfde. Doorkijken! Afschuinen! Vanuit de heupen! Tja, vanuit de heupen. Makkelijker gezegd dan gedaan. Is het de angst om te vallen, ben ik überhaupt een stijve hark? Of zit die motorbroek te strak? Instructeur O. houdt het erop dat ik een vrouw ben met mannelijke heupen, of zoiets. Die vent ben ik dus blijkbaar wel, die 1.90m is nog een dingetje.

En waarom onderga ik die zelfkastijding ook alweer? Ik vraag het me iedere les weer af. Om mijn doel eens goed te visualiseren heb ik gezocht naar afbeeldingen van kleine vrouwtjes op Ducati Monsters. Oh ja, daarom. Ik wil zo’n blinkend grommend apparaat tussen mijn benen. Tochtjes en bochtjes maken. Opperste concentratie. Rijden en verder niets. Wapperende haren onder de helm vandaan. Vrijheid en controle. Alle zintuigen op scherp. De uitdaging aangaan en tegelijk ontspannen.

De helm gaat af en instructeur O. praat tegen mijn plakkerige rode hoofd. ‘Nou, dat ging goed hè?’
Waarop ik hem aankijk en me afvraag of hij wel naar dezelfde les heeft zitten kijken. Ik voel me nog steeds geen held in de achtjes, ik schakel te snel af in de vertragingsoefening, en laten we het maar niet meer hebben over lopen met dat kreng.
‘Ja, ik ben dit keer niet gevallen…’ grapte ik.
‘Nou, het stadium van vallen ben je nu wel voorbij, Marissa’. Lacherig zeg ik blij te zijn dan in ieder geval één stadium te hebben afgerond. O. spreekt me gewichtig toe. ‘Harmsen, het is mooi dat je de eisen aan jezelf steeds bijstelt, maar goed is goed, hè.’,
‘Oh.’ En mijn gezicht zit weer in de plooi.
‘Als je dit volgende week op je examen doet, haal je het gewoon.’
Slik… Examen? Dan haal ik het gewoon? Serieus? Gaat mijn examen voertuigbeheersing dan niet afhangen van een wonder, maar kan ik het echt? Met zelfs nog 4 lessen in het vooruitzicht?

Tja, nu het eruit ziet dat het er dan toch echt van gaat komen, wordt het ook wel tijd dat ik die theorie maar eens ga halen.
Werk aan de winkel dus, voor dit kleine mannelijke eendenkuiken!

Tranen gelachen.

21 mei 2018

Met een grote glimlach stap ik in de auto. Half april, het voorjaarszonnetje schijnt. Ik zet mijn zonnebril op en draai de sleutel.
Vriend J. en ik kennen elkaar vanaf de Hotelschool en hebben sindsdien altijd contact gehouden. Zo eens in het half jaar gaan we samen lunchen bij ons Utrechtse stamcafé. En steeds als ik in de auto stap naar onze lunch, heb ik een beetje het gevoel dat ik op vakantie ga.

De navigatie stel ik in op het adres van de Douwe Egberts fabriek vlakbij zijn huis. Na al die jaren weet ik namelijk nog steeds zijn adres niet, maar alleen waar zijn huis woont. Eerst kwam ik altijd een half uur te laat omdat ik verkeerd reed, maar tegenwoordig zet ik Google Maps aan. Nu kom ik nog steeds te laat, maar dan gewoon omdat ik niet op tijd vertrek. Vriend J. weet dat. Sterker nog, hij rekent erop.

Eenmaal op de snelweg grabbel ik in mijn handschoenenkastje op zoek naar een CD. Ik tref de liveopname van The Corrs. Hoe kon het anders. De muziek voert me terug naar onze epische trip naar de Franse bruiloft van ons oud-klasgenootje. Het is inmiddels een jaar of 8 geleden, maar dat weekend vergeet ik nooit. Een traditionele marriage, à la campagne tussen de ezeltjes, in een Frans dorpshuis. Het was een hele happening in dit anders zo rustige village. J. en ik waren vreemde eenden in de bijt, en tegelijk pasten we er precies tussen. Hoe later op de avond, hoe beter het Frans ging. Geheel volgens traditie arriveerden we ook hier te laat. Met als resultaat dat we het bruidspaar, direct na het Oui-woord, als aller-eersten mochten feliciteren. Tot groot ongenoegen van de overige gasten. Tot grotere hilariteit van ons.

Hij ziet me aan komen sputteren in mijn Panda met Turbo. De hedendaagse Dandy twijfelt tussen een polo of trui. Het wordt polo èn trui. We vertrekken lopend naar ons eettentje. We gaan altijd lopend. Verrassend genoeg zijn de weergoden ons vaak gunstig gezind. Met een slinkse move weten we een plaatsje in de soleil te bemachtigen. Windstil, onder de luifel. Pas als de ober er al 4 keer om heeft gevraagd en de wanhoop nabij is, kijken we voor de vorm op de kaart waarna we toch altijd hetzelfde bestellen. Maar… Mon Dieu! Ze hebben een nieuw menuconcept. Je zou denken dat ons Hotelschool-hart hiervan sneller zou kloppen, maar onze hang naar oud en vertrouwd wint. Na lang mutsen (Wat was er mis met die oude kaart??) toch maar iets nieuws gekozen. We praten, we lachen, doen een wijntje en nog één, en zien de zon langzaam om ons heen draaien. De oude geintjes, maar ook serieuze onderwerpen wisselen elkaar af. Het kan allemaal, het mag allemaal. We hebben een heel verschillende levensloop, maar weten elkaar steeds weer te vinden. Dan praten we en luisteren we. Dan vertellen we elkaar de waarheid, lachen het weg, beuren elkaar op, stellen kritische vragen en kunnen dat van elkaar hebben.

J. krijgt de echte Marissa te zien. Omdat hij de moeite ervoor neemt. Omdat hij zich niet laat afschrikken door die grote waffel, of zich om de tuin laat leiden door mijn babbeltjes. Omdat we niets aan elkaar hoeven te bewijzen. Omdat hij naar me kijkt en me ziet. Omdat hij luistert en me hoort. Omdat we houden van spot en zelfspot. Een rendez-vous met vriend J. betekent in de spiegel kijken. En ik heb zo’n vermoeden dat dat een beetje wederzijds is. Na een hele middag grappen, grollen en bekennen is de conclusie duidelijk. De volgende keer toch maar weer croquettes op brood.

Met nog vochtige ogen van de slappe lach nemen we afscheid. ‘Moeten we eigenlijk vaker doen!’ Misschien wel, maar misschien ook wel niet. Het komt zoals het komt en dat is juist het mooie. Ik voel me kilo’s lichter als ik weer achter het stuur kruip. Er is ballast verdwenen waarvan ik niet eens wist dat ik die meedroeg.

Ik heb tranen gelachen, onnozel gedaan en ben ten slotte tevreden… weer à la maison gegaan.

Knipogen.

7 april 2018.

Sinds kort ben in gestart met lessen voor het motorrijbewijs. Ik dacht ´dat doen we wel even´.
Nou, dat valt nog vies tegen.

De eerste les zat ik breed grijnzend op de verlaagde zwarte Honda, kon het me niet snel genoeg gaan en had ik dat rijbewijs in gedachten praktisch gezien al in de pocket. De 2e les gingen we er dus maar meteen 3 uur tegenaan op een Yamaha. Voelde ik me op de lage Honda een hele dame, op de Yamaha kon ik net met m’n tenen bij de grond. Resultaat; 4 keer op m’n snufferd.
M’n 2 mede-cursisten hebben me van het asfalt geplukt en na 3 uur was ik een ijsblokje, had verkrampte handen en de rechterkant van mijn lichaam voelde beurs. Ik moest maar één ding en dat was van die motor af. En wel nu. Ik voelde tranen branden. Wat vond ik mezelf een ontzettende Josti.

Ondanks deze traumatische ervaring toch meteen een les ingepland voor de volgende dag. Een andere instructeur dit keer, maar gelukkig was mijn vertrouwde lage Honda weer terug. Met spierpijn hees ik mezelf weer op het paard. Wat denk je, bij de eerste keer stoppen lag ik weer op m’n gat. Gelukkig was er niemand in de buurt om de scheldkanonnade aan te horen, want chique klonk het niet. In plaats van troostende woorden of ‘Gaat het?’, hoorde ik in mijn oortje:
‘Ja, je stopt ook precies op een plek waar de weg naar rechts helt en die paar centimeter kun jij niet compenseren met die korte pootjes!’
Pardon? Even voelde ik me verongelijkt door de directe aanpak van instructeur O. En toen lachte ik mezelf uit. Tja kleine Harmsen, als jij wilt leren motorrijden is dit juist nuttige feedback. De rest van de les ben ik keurig overeind gebleven.

Daarna had ik een week om te malen tot de volgende les. Dat was niet best. De moraal zakte van ‘komt wel goed’ naar ‘Ik word niet groter en die motor niet kleiner…’. ‘Als ik niet eens normaal zo’n apparaat op de standaard krijg, hoe gaat dat dan als ik zelf een motor aanschaf?’
Met lood in de schoenen naar de volgende les. ‘ O., ik weet het niet. Ik twijfel of ik moet stoppen.’ Ik leg uit dat ik er nog steeds van droom om straks op een mooi bulderend glimmend apparaat de regionale dijkjes te bestormen, maar het idee heb dat motorrijden niet bedoeld is voor kleine vrouwtjes die niet belemmerd worden door enige motorische aanleg. ‘Zeg Maris, ben jij gewend dat dingen jou nogal makkelijk afgaan?’

Eehm, daar zou hij een punt kunnen hebben. ‘Kijk, je bent kleiner dan gemiddeld en een motor is gewoon best groot en zwaar. Dat betekent dat jij net even wat harder moet werken dan wanneer je een grote kerel zou zijn.’ Ja, dat was inmiddels wel duidelijk. ‘Maar als wij dachten dat je er geen gevoel voor zou hebben, dan hadden we je dat al lang gezegd hoor. Dat komt heus wel goed.’ Ja, dat kun jij nou wel zeggen, dacht ik, maar ik moet het nog wel even doen.
Plotseling viel het kwartje. ‘O., ik besef me dat dit een van de weinige situaties in m’n leven is waar ik me niet uit kan kletsen. Eén van de weinige situaties die ik niet kan compenseren met m´n grote waffel of blauwe ogen.’ Waarop instructeur O. zegt: ‘ Tja, die motor knipoogt echt niet terug, hoor!’

Nadat hij plechtig heeft beloofd dat ik op een lage motor kan blijven lessen en dat hij het echt zal zeggen als hij geen heil meer ziet in de relatie tussen de motor en mij, besloot ik om door te zetten. Ondertussen waren de 2 mede-cursisten ook gearriveerd.
‘Wat? Nee joh, je gaat toch niet stoppen? Die motor van vorige week was gewoon een beetje te hoog, maar verder ging het toch prima?’
‘Oh…’,
‘Nee, niet doen hoor. En als je valt, dan rapen we je gewoon weer op!’
‘Goh, bedankt!’

Kortom, nu is het een principekwestie. En kom niet aan mijn principes.
Ik ben vastberaden om dat papiertje in de wacht te slepen. Dan maar wat extra lessen, dan duurt het maar wat langer, maar ik laat me toch verdorie niet klein krijgen!

Zo motor, nu gaat het tussen jou en mij. Ik zal je bedwingen, let maar op. En het heeft echt geen zin om naar me te knipogen.

Hij past.

1 april 2018.

Mijn opa was nogal handig. Ik mag wel zeggen een begenadigd vakman op het gebied van allerhande timmerwerk. Uiterst secuur en nog creatief ook. Nu was mijn andere opa ook handig, want vroeger maakten ze nog echte mannen, alleen iets minder begenadigd. En misschien ook iets minder secuur.
Enfin, ik heb vaak gehoord dat mijn opa (de begenadigde) eigenhandig de IJtunnel heeft gegraven en gebouwd. Ik herinner me één keer dat we met opa en oma daadwerkelijk door de IJtunnel reden toen hij grapte: ‘Houd je vast, die tunnel kan elk moment instorten!’
Maar wees gerust, mijn opa heeft heus puik werk afgeleverd, die tunnel houdt het nog wel even.

Jammer genoeg zijn de vakkundige genen niet overgedragen op volgende generaties, met als gevolg dat de lokale ZZP’er aan onze familie een lucratieve business heeft. Er zijn potentiële koophuizen afgewezen omdat een deur naar de verkeerde kant openging, voor een tuinhekje wordt een hovenier ingeschakeld, en de trapleuning zit al jaren los omdat de pluggen losgewrikt zijn. Voor de meesten wellicht een fluitje van een cent, zo niet voor ons.
Wij Harmsens overwegen eerst of De Klus echt wel nodig is. Nu is ‘nodig’ hierin al een zeer ruim begrip, maar als er we echt niet onderuit kunnen, dan stellen we eerst nog zo lang mogelijk uit.
Zo hebben we zeker 5 jaar tegen een hanglamp aangekeken waarvan een dwarsbalkje al die tijd scheef heeft gezeten. Het was tenenkrommend, maar 5 jaar lang won onze onkunde het van ons autisme. En toen kocht mijn moeder een nieuwe lamp. Zonder dwarsbalkje. Kijk, zo lossen wij dat op. Of, ook een Harmsen-klassieker, een gaatje in de muur plamuren we niet dicht, nee, we vullen het op met een propje wc-papier. Da’s immers ook wit.

Nu wil mijn vent al enige tijd een nieuwe motor aanschaffen. (‘Hij moet veel groter en dikker zijn dan deze, want deze is veel te klein!’) Ik suste mijn gedachten met het feit dat deze motor al amper door de poort paste, laat staan een veel groter, dikker, luidruchtiger exemplaar. Bovendien zat de poort met 2 flinke betonnen palen vast in de grond. Ik achtte de kans dat we zouden verhuizen naar een huis met een brede poort dus groter dan de kans dat de huidige poort zou worden verbreed. Nee, die nieuwe motor zou wel loslopen.

‘Lief, ik ga zaterdagochtend een nieuwe poort maken.’
‘Huh? Maken? Je bedoelt dat je een nieuw poort laat zetten?’
‘Nee. Ik bedoel maken.’
‘Maken? Maar dan hebben we dus het hele weekend geen poort, ook niet als we zondag een nachtje weg gaan?’

Kortom, ik had er alle vertrouwen in.
Hij ging meteen hout halen. Ok hoor lief, dacht, ik, ga jij maar hout halen. Ik hoor het wel wanneer ik iemand moet bellen voor die poort. Maar hij zag het helemaal zitten, dus ik liet hem z’n gang gaan.

Zaterdagochtend 24 maart: Testosteron viert hoogtij in de tuin. ‘Operatie-nieuwe-poort-met-perspectief-op-nieuwe-motor’ brengt heel wat teweeg. Eindelijk kan al het via Vakantieveilingen ‘gewonnen’ gereedschap worden uitgeprobeerd (‘Zie je nou wel dat dat handig was, nu heb ik tenminste alles al in huis!’). Eén apparaat verloor het van een schroef en werd linea recta in de kliko geflikkerd. De rest blijkt van heuse topkwaliteit. Zweet parelt op allerlei plekken en een oerkreet klinkt op het moment dat de betonnen paal zich gewonnen geeft. Af en toe loop ik naar buiten en uit een aanmoedigend ‘Goed bezig!’, ‘Wil je wat drinken?’ of ‘Je bent al ver, zeg!’ maar verder blijf ik vooral uit de buurt, want ik loop toch maar in de weg. En er moet ook Gossip Girl gekeken worden.

En verdomd, aan het begin van de middag was er een spiksplinternieuwe nieuwe poort herrezen waar die ochtend nog een stuk flink verzakte schrootjes stond.
Een echte. Zo’n stevige, met zo’n schuine plank ertussen. 1.40m breed. Het past allemaal. Er zit zelfs een slot op. Zoveel vakmanschap heeft mijn familie na opa niet meer gekend. Mijn knappe vent heeft eigenhandig een poort in elkaar gezaagd, geschroefd, gemeten en gehangen. En hij heeft zelfs het oude slot hergebruikt, dus ook nog op de kleintjes gelet.
Handig hè, van die knapperd van mij! Ik wist dat ie het in zich had…

Vrijdagmiddag 30 maart: Heel toevallig had een motorzaak in de buurt nèt die ene grote, dikke, luidruchtige motor staan waar m’n lief naar op zoek was. En hij past precies door de poort. Toegegeven, ik ben zwaar onder de indruk van mijn knappe, klussende, motorrijdende lief.

Stoere timmerman, wat doet u nu?

Wolken.

30 september 2017.

Ik moest het even verwerken. Daar stond ik, als aan de grond genageld in de deuropening van onze slaapkamer. Ik had het al gezien toen ik de trap op liep. Manlief stond naast me, klaar om alle bedankjes en complimenten in ontvangst te nemen na zijn harde werk. Maar ik kon geen woord uitbrengen.

Waar ik vanochtend nog uit een warm zacht bescheiden bedje was gestapt, stond nu een enorm flatgebouw. Met hetzelfde dekbed erop. Dat dan wel. Alsof ik zo niet zou zien dat er plotseling een ander enorm bed in onze eens zo ruime slaapkamer stond. Alsof dat nieuwe bed zich had verstopt, gecamoufleerd, vermomd als mijn warme zachte oude bedje. Met mijn fijne vertrouwde kuil in het matras. Die kuil waar ik elke nacht zo lekker inrolde en dan zoet ging slapen.

Maar ik had hem heus door. Flatgebouw was trouwens nog te licht uitgedrukt. Het was gewoon een wolkenkrabber.
Met het zweet op z´n voorhoofd vroeg manlief of er misschien een bedankje vanaf kon en liet me toen maar even met rust. Wat had ik uitgekeken naar ons nieuwe bed. Lekker groot, stevig en geen gemiep meer naast me over dat hij met zijn voeten tegen het achterschot ligt. En natuurlijk het verstelbare hoofd- en voeteneind. Ik wist dat het groter en hoger was dan mijn oude bedje. Maar in de winkel had ik nooit kunnen vermoeden dat het WTC herbouwd zou worden op Gorkum-Oost.

M’n lief kwam terug en ik herpakte mezelf. ‘Dankjewel lieverd, voor al je harde werk, ik moet er gewoon even aan wennen. Alles lijkt ineens zo klein… De slaapkamer, mijn frutselkastje, de spiegel, ikzelf…’, ‘Ja, en de TV ook hè?’ grijnsde hij buiten mijn gezichtsveld, ‘Ja, die ook…’
Daar was ik dus mooi ingestonken. Manlief probeert namelijk al enige tijd een grotere TV in de slaapkamer te regelen. Hoewel ik daar niet persé op tegen was, vond ik het ook niet erg nodig.

Veni, vidi, vici. Manlief kwam, zag en overwon Marktplaats. Binnen een half uur liep hij mij iets te snel met de nieuwe aanwinst naar boven. Die is dus groter dan afgesproken, wist ik meteen. En dus stond er naast het Empire State Building, ook ineens een scherm voor m’n neus waar de plaatselijke bioscoop zich niet voor zou schamen. Aangesloten en wel.
Ik ging naast hem liggen onder de warme deken. Pakte de afstandsbediening en zoemde het hoofdeind omhoog. Diep verzonken in de kussens rolde ik me op tegen m’n lief.

Misschien heb ik 10 minuten van White Collar meegekregen.
In de wolken…

Nieuwe liefde.

5 november 2016

Soms komen er dingen op je pad, maar zijn de plaats en het moment verkeerd. Iets te snel, of juist veel te laat. Maar soms moeten dingen gewoon zijn zoals ze zijn. Want sommige tekenen moet je niet negeren. En dan kan het zo maar zijn dat je grote liefde stiekem al jaren voor je neus zit.
Plotseling vallen alle puzzelstukjes in elkaar. Het klopt. Er volgen steelse blikken, liefdevolle knuffels, intense dates. Je gaat in elkaar op en vergeet de wereld om je heen. Oh heerlijke, magische, ongedwongen liefde.

In die romantische roes vertrokken we twee weken geleden naar Milaan, m´n lief en ik. Italiaanse sferen, mooie winkels, prachtige mode, lekker eten, fijne ijsjes, historische architectuur en… San Siro. Voor zij die ook geen kaas hebben gegeten van voetbal, da´s één van Europa’s grootste stadions.
Opgroeiend met een broer en vader die geen wedstrijd kunnen missen, kwam mijn aversie tegen voetbal al vroeg tot bloei. Moeders leerde me dat er op elk moment van de dag wel ergens voetbal op televisie is en dat je je maar naar dat lot moet schikken. Nee, dat zou mij nooit gebeuren, mijmerde ik vaak. Gekscherend zei broerlief een poos geleden dat hij het op prijs zou stellen als ik nu eens iemand zou uitzoeken die wel van voetbal houdt. Ik lachte hem vriendelijk toe en dacht er het mijne van. Maar… hij lacht het laatst. Ik heb een voetbalman getroffen.

En laat er nu toevallig een UEFA Cup wedstrijd zijn in die twee hele dagen dat we in de Italiaanse hemel zijn. Wat een geluk! Ach joh, dacht ik, hoe groot is de kans dat je op de dag zelf nog een kaartje kan scoren? Nou, dat bleek fluitje van een cent. Viel dat even tegen. Maar goed, we zijn er nu toch, dus ik zette mijn twijfels opzij en daar gingen we. Op naar 22 overbetaalde mannen die achter een bal aan rennen.

In de metro lieten de fanatiekelingen flink van zich horen en buiten het stadion waren de scanderende supporters al goed hoorbaar. Ik vond het indrukwekkend en intimiderend tegelijk. Maar ik was met m’n lief en hij drukte me dicht tegen zich aan, dus wat kon mij gebeuren?
We betraden de tribune en werden verwelkomd door een zee van licht, fel groen gras en duizenden zingende mannen. ‘Eehm, ken ik hier iemand van?’ En in de verte zag ik het stipje dat Frank de Boer moest zijn. Misschien had ik m’n lenzen in moeten doen.
‘Ja da’s goed, doe mij ook maar een biertje.’, als ik dan toch buiten m’n comfort zone treed, dan ook maar all te way, vond ik. Na het atten van een halve duurbetaalde plastic beker werd me duidelijk dat ik nog steeds geen bierliefhebber ben. En dat ik er ook eigenlijk niet tegen kan.

Toen gebeurde er iets wonderlijks. Na een kwartier speeltijd kwam ik een beetje in de wedstrijd en vond ik het verdomd spannend. Ik noemde Southampton gemakshalve gewoon Engeland, maar ik snapte in elk geval in welk netje de bal moest. De ontlading was groot toen Inter scoorde. Ik wist niet eens dat ik voor Inter was, maar als je in een donkerblauw gekleurd vak zit en die bal gaat erin, dan juich je mee alsof je leven ervan af hangt. Waarop ik vol zelfvertrouwen zei: ‘Ik wist het wel schat, ik had alle vertrouwen in m’n kluppie.’ Met een grote glimlach op ons gezicht keerden we terug. Dit hadden we toch maar mooi samen meegemaakt.

De dag na terugkomst speelde Ajax-Feyenoord. Dus nu heb ik Fox Sports Eredivisie Live en bedenk of ik voor Ajax moet zijn (zoals broer en pa) of voor Feyenoord (zoals manlief).
Maar eigenlijk maakt het niet uit. Ik geniet. Op de bank, van mijn lief en van het voetbal.
Oh heerlijke, nieuwe liefde.

Verder.

6 oktober 2016.

Ik heb naar deze dag uitgekeken. Een periode van meer dan vijf jaar zal worden afgesloten. Na veel geregel en geduld maar ook wederzijds begrip, ben ik er helemaal klaar voor. Nee, ik ben er aan toe. Vanaf vandaag zal ik een echte ´independant woman´ zijn. Volledig verantwoordelijk voor mijn eigen huis en niets en niemand om verantwoording aan af te leggen. Tijd om afscheid te nemen van wat is geweest, en te omarmen wat komen gaat.

Vanochtend stond ik op met Queen´s ´It´s a beautiful day´ in mijn hoofd. Ik was vroeg wakker en voelde me net die zeehond uit de reclame. Een zee aan kansen en mogelijkheden strekt zich voor me uit. Enkele minuten twijfelen voor mijn kast leverde een donkerpaarse kokerrok met hoge hakken op. Ingetogen maar vrouwelijk. Zelfverzekerd. Boven mijn dagelijkse bakje yoghurt mijmer ik over het gevoel dat ik zal hebben als ik later die dag mijn handtekening zet. Hoe opgelucht ik me zal voelen.

Maar ik krijg geen hap door mijn keel. Gedurende de dag zie ik er steeds meer tegenop. De tijd vliegt en kruipt tegelijk. Ik ben er nooit aan begonnen om het te laten eindigen, maar het was noodzakelijk. En hoe zeer ik achter mijn keuze sta, vandaag is niet gemakkelijk.

Kwart voor vier. Terwijl ik in de auto stap check ik nogmaals of ik de post en het squashracket wel heb meegenomen. Tien minuten later zit ik samen met hem aan tafel in de wachtruimte. Met hem waar ik zo lang lief en leed mee heb gedeeld. Slechts twee jaar geleden zaten we hier ook, toen met een heel ander doel. Het ligt als een steen op mijn maag. We wisselen beleefdheden uit en bespreken onze plannen. Dat hij een nieuwe start maakt met een andere baan in een andere stad. Dat het goed gaat op mijn werk en ik bijna vakantie heb. Ik ben blij en trots dat hij zijn hart volgt. En gelukkig dat we beiden ons leven oppakken en verder gaan.

We doen luchtig, maar voelen het drukkende ongemak. Flauwe grapjes passeren de revue, maar echt gelachen wordt er niet. Na een half uur is het in kannen en kruiken. Na een ferme handdruk lopen we met onze enveloppen onder de arm gezamenlijk naar buiten.
´Alsjeblieft, je squashracket. De post zit in de hoes. En even over de ANWB…´ Ik hoor mezelf verder praten over futiliteiten, alsof we niet zojuist al die jaren hebben afgedaan met een lullige handtekening in een tenenkrommende situatie, met een notaris die ik nota bene ken uit de kroeg. Waarvan ik overigens blij ben dat ze er was, want ze was duidelijk en voelde de situatie feilloos aan.
Hij wil me een knuffel geven, maar ik geef drie zoenen. ‘Dag schat’, zegt hij, en gaan ieder ons eigen weg. Dat was het dan.

Terug in de auto vecht ik tegen mijn tranen, maar verlies. Bij binnenkomst trekt collegaatje L. mij en mijn betraande hoofd het archief in en geeft me een dikke knuffel. Wat fijn, en zo nodig. Ik laat mijn tranen even de vrije loop maar herpak mezelf snel. Al was het zwaar, er is zojuist is goeds gebeurd. Ik droog mijn tranen en loop de trap op naar mijn computer. Met iedere trede voel ik me sterker.

Vandaag is de eerste dag van de rest van mijn leven.
Ik kijk mijn toekomst recht in de ogen en zie een leven lang lol, liefde, vertrouwen en geluk.