Worst.

15 juni 2022
Nog niet zo lang geleden blies ik de loftrompet over Cees Kip op de Arkelse Markt. Sindsdien huppel ik bijna elke week even langs om me te laten verleiden door de malse kippendijfiletjes, kipburgers en de wekelijkse hele grillworst zonder kaas. Inmiddels heb ik ook ontdekt dat die vrolijke snuiter geen Cees, maar Tim heet.

Vorige week besprak ik met manlief wat ik bij Meneer Kip zou gaan kopen. ‘Doe maar een portie nasi!’, was het antwoord. ‘Alleen nasi?’, vroeg ik verbaasd. ‘Ja, alleen nasi.’
‘Geen grillworst?’
‘Nou nee, deze week hoef ik even geen grillworst.’
‘Eeh, ok.’
Nu snap ik dat als je elke week een hele grillworst wegwerkt op je kaiser bolletjes, het je op een gegeven moment een beetje de neus uitkomt.

Vrijdag stond ik dus braaf een portie nasi te bestellen: ‘Nou, doe maar 2 porties. Oh, en doe er ook maar van die balletjes bij… en 4 kippendijfiletjes. Ja, dan zijn we er wel voor vandaag.’
Mensen, ik kan me niet beheersen bij de kippenkraam. Het is gewoon verdomd lekker spul. Dus…
‘Nou, doe toch ook maar een halve grillworst erbij dan, zonder kaas.’
‘Wil je die misschien apart van de rest in een zakje? Hij is nog warm’, vraagt Cees die eigenlijk Tim heet.

Nu is grillworst op zich al een delicatesse, maar WARME grillworst is helemaal niet te weerstaan. Dus ik snel met mijn aparte zakje naar huis om de grillworst aan te vallen. Bij het openen van het zakje werd ik echter onaangenaam verrast. De grillworst ziet er anders uit dan anders. En anders is meestal niet best. Laat het lekker zoals het is. Er verandert toch al zoveel in het leven, laat de grillworst alsjeblieft met rust.
Maargoed, hier sta ik dan. Met in mijn ene hand mijn anders-dan-anders-maar-wel-warme grillworst, en in mijn andere hand een mesje. En ik heb trek. Dus ik snijd een stukje af.

Ik moet toegeven dat de geur die inmiddels mijn neusgaten bereikt, stiekem best wel goeds belooft. Dus ik neem een hapje. En nog een hapje. Nog één plakje dan. Mensen, dit is de allerlekkerste grillworst die ik ooit geproefd heb! Ik houd van deze grillworst. Ik durf zelfs te beweren dat deze grillworst in de buurt komt van frikandel. En iedereen weet dat bij mij werkelijk niets in de buurt komt van frikandel. Daar kun je me voor wakker maken.

Mensen, ik ben lyrisch.
Dus vanaf nu kun je me ook wakker maken voor Cees z’n warme worst.

Proeflesje.

7 juni 2022
Dat ik dit type is op zich al goed nieuws. Dat betekent namelijk dat ik het heb overleefd. Gelukkig was er geen ijsbaan, ijsbad of iglo op de route. Hadden ze ons daar even goed mee bij de neus. Er waren wel de te verwachten obstakels zoals klimmen, zandzakken sjouwen, door het zand kruipen, zwemmen en door een vieze stinksloot banjeren. En op een lichtelijk paniekmomentje na omdat ik niet kon staan in het water, heb ik me kranig verweerd, al zeg ik het zelf.

Ik weet dat ik geen hardloper ben, maar met hier en daar een obstakel ertussen wist ik dat redelijk te verbloemen. Totdat we bij een eindeloos fietspad naast een eindeloos kanaal aanbelandden. Gevolgd door een behoorlijk troosteloos industrieterrein aan de andere kant van dat kanaal. Op een gegeven moment vroegen we ons zelfs af of we nog wel op de route zaten.
Wat bleek? Het overgrote deel van de obstakels concentreerde zich rond de start en de finish en daartussen was een soort niemandsland. Letterlijk. Geen kip te zien.

Op een stel opgestapelde pallets en een doolhof na, was het een kwestie van kilometers lang hardlopen. Of strompelen, zo je wilt. Nu bestaat ons clubje uit een aantal goede lopers en een aantal mensen met een grondige haat aan hardlopen. En op momenten als deze word ik er weer pijnlijk aan herinnerd dat ik tot de laatste categorie behoor. Ik houd mezelf ook altijd maar voor dat ik er gewoon niet voor gebouwd ben met die kleine korte stalpootjes van me.

Maar we waren met elkaar. Ons clubje dat inmiddels al jaren samen sport en waarvan we weten dat we erop kunnen vertrouwen. Tijdens de bootcamps maken we stomme grapjes, dagen elkaar uit en beschuldigen elkaar van valsspelen bij trefbal. Maar als het erop aankomt staan we voor elkaar klaar, moedigen aan, en geven de ander net dat zetje, voetje of die schouder. Zo kon ik met die kleine korte stalpootjes ook over die hoge muur klauteren, en zo mocht ik even een arm vastpakken in het diepe water. Zelf klom ik wel vast in die hoge stellage, om daarna de ander eroverheen te schreeuwen.
Als ik dan de echte pro aan het werk zie, voel ik me weer een motorisch gestoord badeendje. Maar weet je, er gaat altijd wel iemand beter, sneller en harder. En dit deden we toch maar mooi met z’n allen.

3 jaar geleden stond ik huilend in de Vero Moda omdat mijn lijf niet meer paste in de kleding die ik voor ogen had. Als ik 3 jaar geleden mijn schoenen op zolder was vergeten, zag ik al op tegen het beklimmen van de trap. 3 jaar geleden deed ik een proeflesje bootcamp. Begon ik met sporten en goed eten om mijn weerstand te verbeteren en te vechten voor mijn gezondheid.
Enkele weken geleden hebben vriendinnetje M. en ik samen 185kg getild. Met een hoop strijdkreten en een zeer oncharmant gezicht, maar het lukte. Dit weekend heb ik een 12km Obstacle Run uitgelopen. Bij vlagen met mijn tong op de knieën, maar het lukte.

Natuurlijk moet je zelf de discipline opbrengen om iedere keer weer die sportschoenen onder te binden. Om die push ups te maken tot je armen je niet meer kunnen dragen, te squatten tot je benen verzuren en rondjes te rennen tot je strompelend ter aarde valt. Maar als ik ook maar denk aan opgeven, staan zij me aan te moedigen en weet ik er nog een burpee extra uit te persen.
Cliché maar waar, samen kom je verder. En samen bereikten we de 12km. In september staat de Buffelrun op het programma. Zelfde idee, briljantere naam. Ja, dan ben ik nog steeds een motorisch gestoord badeendje, maar ik weet nu al dat we weer met elkaar de finish gaan halen.

Hoe één proeflesje bootcamp mijn leven heeft veranderd.
#jemoetwelwillen #buffel #stalpootjes

Obstakels

2 juni 2022
Dames en heren, ik doe het officieel in m’n broek. Niet letterlijk natuurlijk, dat zou ik niet zo op internet slingeren. Maar ik vrees met grote vrees. ’s Nachts schrik ik wakker en bedenk dat het nog 2 nachtjes slapen is. Nu ik dit type vind ik het weer angstvallig dichtbij klinken.

Toen ik me 2,5 jaar geleden opgaf, leek het nog zo’n ver-van-m’n-bed-show. En het werd een nog-verder-van-m’n-bed-show omdat het twee keer werd uitgesteld door dat virusje. Beide keren betrapte ik mezelf erop er niet geheel onverdeeld rouwig om te zijn. Dat bood namelijk de mogelijkheid om het lekker voor me uit te schuiven en dat beviel uitstekend. Tegen de buitenwereld riep ik uiteraard dat ik het ‘Echt super jammer’ vond. Volgend jaar ben ik er vast wèl klaar voor. En daar geloofde ik heilig in.

Sterker nog; Eind maart (lees: toen het dus nog heel ver weg leek) hoorde ik mezelf tijdens de bootcamp plotseling roeptoeteren; ‘Ja, nou is het eigenlijk jammer dat we ons voor de 6km hebben opgegeven. We hebben ons toch ook weer 2 jaar extra ontwikkeld. Ik zou nu denk ik wel voor de 12 gaan, haha!’.
Het bleef heel even stil. Eén onheilspellend stil moment, waarop ik direct doorhad dat het helemaal de verkeerde kant op ging. Want…

‘Ja! Inderdaad!’ riep de bootcampvriendinnetjes in koor. Kut. Wat heb ik nu toch weer gezegd. ‘Maarja, we hebben nu al kaartjes voor de 6, hè’, probeerde ik de boel nog te redden. Meestal ben ik de grootste regelneef in een groep, en ik ben het een beetje gewend dat als ik de koe niet bij de horens vat, die koe niet van z’n plek komt. Zo niet vandaag. ‘Ik benader de organisatie wel om te vragen of we onze kaartjes om kunnen zetten naar de 12km!’, stelde bootcampvriendinnetje J. voor. Ja. Leuk. Top.

Lang verhaal kort: Aanstaande zaterdag doe ik mee aan de 12km Advanced Run van Obstacle Run Brabant in Dongen. Waarom ik in hemelsnaam ooit bedacht om aan de ‘Advanced Run’ mee te doen, is mij een raadsel, want dit is de eerste keer dat ik zo’n ding doe, dus voel me verre van ‘advanced’. Ik kan niet eens 1,5km hardlopen zonder een halve klaplong, laat staan 12. Klimmen en klauteren kan ik wel, maar ik zag al angstaanjagende bouwwerken voorbij komen met water en touwen en modder, en zelfs een busje van een bedrijf dat ijsbanen aanlegt. Ik hoop vurig dat het nationaal kampioenschap kunstschaatsen ook in Dongen is dit weekend, want het gaat toch zeker niet gebeuren dat ik door een iglo moet klimmen ofzo.

Mijn omgeving heeft daarentegen het volste vertrouwen in mijn conditie. Maargoed, die hoeven die iglo niet in. ‘Ah joh, gezonde wedstrijdspanning, da’s alleen maar lekker’, zegt manlief opgewekt. Ja gezond, laten we het daarop houden.

Maargoed, opgeven is geen optie. Dood of de gladiolen.
Ik hoop op gladiolen.