Cougar 2.0.

24 augustus 2014.
Wie is toch dat mens dat me de hele tijd aankijkt? In elke etalageruit, elke spiegel, zelfs vanaf mijn telefoonschermpje kijkt ze me aan. Steeds als ik haar zie schrik ik een beetje. Ze is een jaar of dertig, blauwe ogen, bril en hoogblond. Niels was sprakeloos toen hij haar voor het eerst zag. Ikzelf moet ook nog aan het idee wennen. Want dames en heren, Niels heeft een nieuwe vriendin.

Tenminste zo lijkt het. Gisteren ben ik namelijk weer eens ‘gemarissamorphoosd’ en Niels zijn kan ogen niet van Marissa 2.0 af houden. Het is nogal een drastische verandering, hetgeen verklaart waarom ik ook steeds naar mezelf staar in ieder reflecterend oppervlak, en ik telkens denk: Oh verhip, dat blonde mens daar, dat ben ik zelf!
Ik had mijn haar toch al zeker weer een half jaar met rust gelaten waardoor het nu soort van lang was. Dat was mijn doel. Lang haar. Want je moet op mijn leeftijd toch een beetje gaan nadenken over hoe je er aantrekkelijk uit kunt blijven zien. Als ik het advies van menig man moet geloven, is lang haar daarvoor een uitstekende manier. Het liefst blond. En ik zou ongetwijfeld mijn mond vaker moeten houden.

Sinds mijn 15e heb ik geen lang haar meer gehad. Daarom heb ik nu doorgezet en mijn geduld bewaard, want lang moest het worden! Dat heeft dus een half jaar geduurd. Want het staat zo mutsig! En dus deed ik het altijd op een staartje of stak ik het op. En dat was helemaal niet verschrikkelijk, maar we werden er ook niet hip en happening van. Misschien is het omdat ik niet zo groot ben, misschien omdat ik met lang haar geen hals of nek meer overhoud, maar blijkbaar ben ik niet voor lang haar in de wieg gelegd.

Dat ‘mond vaker houden’ wordt hem ook niet. Maar dat blond hè… Dat kon ik weleens proberen.
Maar dan moest het niet van dat half laffe blond worden. En ook niet van dat pornogele blond. Niet labradorblond. Geen Barbieblond. En zeker geen Bassieblond. Dus nadat ik de kapper heel erg specifiek duidelijk had gemaakt welk blond het dan wel moest zijn, was het antwoord: ‘Ja, ik denk dat dat best kan gaan lukken… Maar ja, we moeten even kijken hoe het uitpakt.’ Je begrijpt; ik was volledig gerustgesteld.
Om 09:00 uur had ik bruinig, schouderlang haar. Om 09:45 uur had ik bruinig haar in een korte bob. Om 12:15 uur had ik wortelkleurig haar in een korte bob. Om 13:30 uur stapte ik met witblond kortgebobd haar de kapsalon uit. Mèt een flinke fles zilvershampoo om de onnatuurlijk kleur wel zo onnatuurlijk mogelijk te houden.

En nu zie ik dus ik elke ruit, in de tv, in m’n laptop en in het glas van de oven die witblonde mevrouw terugkijken. En dat is best vreemd, aangezien er eerst altijd iemand met bruinig haar terugkeek. Ach, laat Niels z’n nieuwe vriendin maar kijken.
I’m sexy and I know it.

De maat(schep) is vol.

20 augustus 2014
Ik heb zo m´n principes. Van sommigen word ik een leuker mens: ‘Eerlijk duurt het langst’, ’Fouten maken is menselijk, het gaat erom hoe je het oplost’, etc. Van sommigen word ik strontvervelend: ‘Als ik je niet interessant vind, vraag ik je ook niets.´ Of: ´De grap moet gemaakt worden, hoe hard ie ook is´. Andere principes zijn ronduit vermoeiend. Zo boycot ik de chipknip. Een overbodig iets dat met grof geweld door de strot van de consument werd geduwd. Ik kon nergens m’n auto meer kwijt. Ik geef toe; dit principe was niet altijd even handig.

Laatst betrapte ik mezelf op een ander principe waarmee m´n leven er niet makkelijker op wordt. Ik weiger namelijk een maatschepje te kopen voor waspoeder. Dat zit zo; Eerst waste ik met vloeibaar wasmiddel, maar daar gaat de machine muf van ruiken. Dus stapte ik over op waspoeder. Vroeger kreeg je daarbij een gratis maatschepje. Maar wat denk je? Nu niet meer! Geloof me, ik heb de pakken erop nagekeken. Uiteindelijk koos ik voor het AH huismerk, want daar stond op: Voor een gratis maatschapje, ga naar www.ah.nl. In kleine lettertjes, maar het stond erop.

Dus, op jacht naar het maatschepje. Er staat vast een grote knipperde button op de home page met ‘Vraag hier uw gratis maatschepje aan!’, dacht ik. Maar nee hoor. Nergens te vinden. Onder welke subkop hoort zoiets dan? De veelgestelde vragen? Daar zou dit bovenaan moeten staan. Heel Nederland wil toch zo’n gratis maatschepje? Maar nee, zelfs de minst gestelde vraag ging niet over m’n schepje. De zoekfunctie dan. 2 Resultaten! Eentje over koffie, die was het niet. ‘AH maatschepje’, dat zal hem zijn! Er verschijnt een veelbelovend plaatje met 4 blauwe maatschepjes in verschillende maten. Eronder de prijs van € 4,29. Pardon? Dat is best een verschil met gratis.

Mijn gevoel verhoudt zich inmiddels tussen fanatiek en pissig in. Tussen: dit moet ik tot op de bodem uitzoeken, en verdikkeme als het op zo’n pak staat moet het niet zo moeilijk zijn! Er zat nog maar één ding op. De klantenservice een mailen. Net als andere bedrijven wil AH liever niet dat je je vraag daadwerkelijk stelt, dus het was even zoeken hoe ik een mailtje kon sturen. Dan moet je nog allerlei categorieën en subcategorieën kiezen en weet u echt zeker dat uw vraag niet bij veelgestelde vragen staat? Meneer Heijn, weet u wat? Stuur ik een mailtje, zoekt u lekker zelf uit op welke afdeling deze thuishoort. Enfin, mijn vraag gesteld. En toen maar afwachten.

Na 3 dagen kreeg ik antwoord. Wat was mijn adres, want dan stuurden ze mijn gratis maatschepje direct op! Nou, dat viel niet tegen. Vol verwachting klopte mijn hartje. Wanneer zouden ze aanbellen met mijn pakketje? Ik kon niet wachten! Plotseling lag er een vage envelop op de mat. Oh, dit is vast de brief waarin staat dat mijn maatschepje klaarligt bij de winkel. Neen. Het was niet één maatschepje. Het waren twéé maatschepjes. In de envelop zaten twee hele kartonnetjes waar je een maatschepje van kon vouwen.
Waardeloze krengen! Na 3 wasbeurten waren ze stuk. En toen ik de tweede kartonnen ingedeukte origami desillusie met passie in de prullenbak mieterde, zwoor ik: ‘Ik betaal nooit één cent voor een waspoeder maatschepje!’

Met als gevolg dat er altijd een beetje ‘collateral damage’ onder het bakje van mijn wasmachine ligt. Maar dat was juist een teken van volharding. Van doorzettingsvermogen en ik-laat-niet-met-me-sollen. Tot ik gisteren voor de zoveelste keer de halve inhoud van mijn waspoederblik over het bakje, de grond, mijn schone kleding, schoenen en handen gooide. Dat was dat. Ik móét nu een maatschepje. Goedschiks, dan wel kwaadschiks.

Maarja, waar koop je die dingen? Want ik ga daarvoor natuurlijk uit principe niet naar de Appie…

Selfie on the rocks.

17 augustus 2014
De term ´narcisme´ komt uit de Griekse mythe over Narcissus. Narcissus was een ontzettend knappe jager die een ieder die hem liefhad afwees. Totdat hij in een heilige vijver zijn eigen spiegelbeeld zag. Hij werd op slag verliefd op die ontzettend knappe kerel in het water. Zijn liefde werd natuurlijk niet bevredigd en hij stierf van ellende. Het heilige water werd dus zijn dood en op die plaats groeide een narcis. Een knotsgek verhaal, natuurlijk. Wie verzint zoiets?

Cabo da Roca in Portugal staat bekend als het meest westelijke puntje van Europa. Ik ben hier eens geweest en kan me herinneren dat het een enorm steile klif is die zo’n 80 meter vanuit het water oprijst en dat het er heel erg hard waait. Ik bleef dan ook angstvallig uit de buurt van het randje.
In vroeger tijden was men ervan overtuigd dat dit het einde van de wereld moest zijn. Ook knotsgek natuurlijk, want de wereld is rond.

Ironisch en vooral tragisch genoeg betekende deze rots afgelopen week letterlijk het einde van de wereld voor een Pools echtpaar. Ze wilden een stoere selfie maken en stonden daarbij iets te dicht bij het randje. Ze stortten schreeuwend de diepte in en konden het niet meer navertellen. Hun 2 geliefde kinderen van 5 en 6 kunnen het echter wel navertellen. Waarschijnlijk zullen ze dat in hun verdere leven dan ook nog in vele sessies moeten doen. Zo knotsgek is dat verhaal van Narcissus dus niet.

Vorige week was er nog de discussie over een selfie gemaakt door een kuifmakaak. De eigenaar van het fototoestel eist de rechten van de foto op, maar volgens Wikipedia zijn de rechten eerder van de aap dan van de fotograaf. Ik snap waarop die aap zo breeduit lacht op de foto.
Twee weken geleden was ook de stemfie terug van weggeweest. Wat vonden we die Belgen bekrompen dat het verboden was om in een stemhokje een foto van jezelf te nemen. Nu het puntje bij paaltje komt wil ook de Nederlandse Kiesraad de stemfie verbieden omdat het in strijd zou zijn met het wettelijke stemgeheim.. Nee, hier is het laatste woord nog niet over gezegd.

3x Selfie-nieuws in 3 weken tijd. Vroeger bestond een vakantiefotoboek uit culturele of natuurlijke hoogstandjes. Tegenwoordig uit foto’s met een halve arm, 2 duckfaces en ergens een tempel of neushoorn op de achtergrond. Waar popsterren vroeger het probleem hadden dat er tijdens hun concert steeds foto’s van hen werden genomen, tegenwoordig staat het hele publiek met de rug naar ze toe en een telefoon in de lucht. Kortom, we vinden onszelf steeds belangrijker. En hoewel een beetje zelfverheerlijking van alle tijden is, getuige ook de legende van Narcissus, denk ik dat we een ietsiepietsie zijn doorgeslagen.

Daarnaast vraag ik me af wat de volgende stap zal zijn. Misschien de ‘Last moment selfie’? Iemand ziet het niet meer zitten en maakt nog een laatste foto van zichzelf met de aanstormende trein op de achtergrond. Of juist de ‘First moment selfie’? Moeder in wording die met haar telefoon tussen de benen klaarzit om het aller-allereerste moment van het kleine wonder der natuur vast te leggen.
Ben ik nu misschien wat te hard? Of breng ik juist mensen op ideeën?

Ik denk dat mijn punt duidelijk is, mensen: Geniet van jezelf, maar selfie met mate.

Echte man.

12 augustus 2014
Kleine Spruit heeft afgelopen week lekker geslapen, op mijn schoot. Laat deze boodschap even op je inwerken. Ik kan het zelf ook moeilijk geloven, maar het is heus waar, Kleine Spruit heeft een uiltje geknapt op schoot bij Tante Marissa. Hij was een beetje huilerig toen ik hem in m’n armen kreeg, maar toen ik hem op aanraden van Papa en Mama Spruit rechtop zette, werd hij de rust zelve.

En het is al een echte man, hoor. Hij lag namelijk precies met het hoofdje tussen, en met ieder handje op tante’s natuurlijke airbags. En zoals iedere man zou doen in die positie; Mondje half open en beetje kwijlen.
Een half uur lang lag Kleine Spruit in volledige overgave kwijlend op m’n shirt. Af en toe een beetje knorren, af en toe een beetje kermen. Af en toe kneep hij een beetje. Jawel, in de airbag. En toegegeven; dat was schattig. Van die kleine trappelende voetjes in m’n zij en die kleine knijpende knuistjes. Dat lieve hoofdje met duidelijke trekken van zowel Papa als Mama Spruit. Ja, toch wel leuk zo’n baby’tje, dacht ik nog.

Daarna was het tijd om naar bed te gaan. Via de babyfoon hoorde ik mijn broer, Papa Spruit, liefkozend zingen om zijn zoon in slaap te sussen. Waarschijnlijk ben ik zelf de allereerste tegen wie hij dat vroeger heeft gedaan. Alleen was hij toen zelf pas 3 jaar oud. Daar herinner ik me natuurlijk niets van, maar ineens zie ik dat helemaal voor me. Met de Smurfen-knuffel die ik bij m’n geboorte van hem kreeg. Er zijn zelfs foto’s waarop hij mij voorzichtig vasthoudt.
Totdat ik leerde praten. Want vanaf dat moment, totdat ik uitgepuberd was, hebben we volgens mij alleen maar ruzie gehad.

Papa Spruit komt weer naar beneden. De babyfoon laat horen dat Kleine Spruit rustig inslaapt, terwijl het pling plang plong muziekje van de mobiel de taak van mijn broer overneemt. Steeds langzamer gaat het muziekje. En dan houdt het op. Het is stil. Gelukkig, Kleine Spruit slaapt. Wat is het toch een voorbeeldig schatje.

En toen trok ie me toch een scheur open! Meneer was duidelijk niet van plan om alleen in z’n bedje, zonder muziek te gaan slapen. Wat dachten wij wel niet. Papa en mama Spruit susten en wiegden en zongen en neurieden, maar deze streek was blijkbaar onvergeeflijk. En dat snap ik wel. Lag je net nog lekker op de airbags van je tante, moet je nu een beetje alleen in bed blijven liggen.

Ach, met Kleine Spruit kwam het wel weer goed, hoor. Even bij mama lurken en dan gaan de oogjes tevreden toe. Zoals ik al zei; een echte man.

Maar dat heb ik verder niet meer meegekregen. Want ik ben op de fiets gestapt en heb het gezin Spruit de ‘rust’ gegund die ze nodig hadden. Fijn dat ik er zo van kan genieten en dat de kleine het op z’n tijd gezellig vindt bij tante Marissa. Maar helemaal fijn dat ik daarna weer lekker op m’n fiets naar ons eigen fijne rustige huis kan.

Ja, echt superleuk zo’n neefje. Hij is heel lief… Vooral als ie slaapt.

Movezilla.

10 augustus 2014
Zo af en toe zie ik programma´s voorbij komen over onmogelijke aanstaande bruiden. Bridezilla´s noemen ze die. Bruiden die alles tot in de puntjes willen regelen om op de dag zelf iedere vorm van spontaniteit te voorkomen. Daarbij schromen ze niet om familie, vrienden, cateraar, wedding planner, visagiste en alles en iedereen in hun omgeving de wind van voren te geven. Niet in de laatste plaats hun aanstaande die werkelijk alles in het werk stelt om het hun prinsesje naar de zin te maken. Nou, zo´n type zou ik dus nooit worden!

En toen gingen we verhuizen. Oh, wat werd ik daar een kreng van. Er stonden genoeg mensen voor ons klaar en ik kon gewoon niet aardig doen. En vooral Niels kreeg het te verduren. Nu grap ik weleens dat ik de meest technische ben van de twee, en dat als we barbecueën hij de salades maakt en ik de barbecue aansteek, maar feit is wel dat ik niet echt met Nico van Rob samenwoon. Sterker nog; Wat Niels’ ogen zien, slopen z’n handen. Meestal kan ik daar om grinniken, want het is toch ook best grappig dat mijn lief nog nooit een Ikea kast in elkaar heeft gezet. Het enige probleem; Ietsiepietsie stress haalt het slechtste in me naar boven.

Verhuizen staat naast echtscheiding en ontslag hoog in het lijstje van stressfactoren. Tel daarbij op dat dit ons eerste koophuis is met alle papieren rompslomp en logge instanties van dien. Tadaaa! Movezilla Harmsen is geboren.
Die arme Niels deed zo z’n best en ik maar roepen: ‘Oh, wat ben je toch onhandig!’ Alsof hij dat zelf nog niet wist. Ook mijn moeder kreeg het zwaar te verduren. Mijn ouders hebben geholpen waar ze konden, ondanks de geboorte van Kleine Spruit, hun eerste kleinkind, tussendoor. De Movezilla in mij dacht daar echter heel anders over. Ik was een regelrechte kattenkop. Zuchten, steunen, geïrriteerd… Nee, het valt me mee dat ik überhaupt niet alleen in ons nieuwe huis hoef te wonen.

Wat kan ik zeggen, ik word er iebelig van als dingen niet geregeld zijn. En een huis waarin ik op tuinmeubels moet zitten, waar nog geen lampen hangen, en waar ons matras op de grond ligt, noem ik niet geregeld. Tuurlijk, dat loste zichzelf allemaal wel op, maar het ging me niet snel genoeg. Het ergste was misschien nog wel dat ik afhankelijk was van hulp. Want een Ikea kast heb ik zo in elkaar, maar een gat in de muur boren heb ik ook nog nooit gedaan.

Oké, uiteindelijk was ik me best een beetje bewust van mijn niet al te soepele houding. Een gezellig etentje op mijn kosten voor paps, mams en lief was dan ook een welkome pleister op de wonden.

Ondertussen heeft Niels geleerd om lampen op te hangen, plinten te plakken en weet hij het verschil tussen een platte en een kruiskop schroevendraaier. En nog beter, hij begint het leuk te vinden om kleine klusjes te doen. Laatst heeft hij zelfs elektriciteitsdraden gesplitst en verlengd en een afdekplaatje over het oude stroompunt geplaatst. En nee, dat is geen hogere wiskunde. Maar dat is mooi wel even gefixt door mijn lief!
Lieve mensen, sorry. Sorry dat de Movezilla tijdelijk in me boven kwam. Dat ik over jullie grenzen heen ben gedenderd en daarbij heb gezanikt en gezeurd. Het huis is inmiddels aardig op orde en daarmee ben ik weer op aarde beland.

En Niels, ik ben trots op je!
Maar het duurt nu vast en zeker nog wel even voordat je op je knieën gaat…

En toen was er Hugo.

10 augustus 2014
Gorinchem is ook eigenlijk net niks, hè? Ik was gisteren in de stad en hoorde een groepje overduidelijk bourgondische Brabanders praten. En toen dacht ik; ‘In Brabant hebben ze toch genoeg gezelligs, wat doe je hier dan?’
Begrijp me niet verkeerd, ik woon hier met plezier. Maar ja, Gorinchem, Gorcum of Gorkum. We weten zelf niet eens hoe het heet. Net geen Brabant, en ook geen Randstad. Te groot om het een dorp te noemen, maar als je het een stad noemt word je uitgelachen. Persoonlijk vind ik het wel een stad, maar ik kom uit Arkel dus mijn referentiekader is wat bevlekt.

Gorcum is groot genoeg voor een halfbakken V&D, te klein voor Zara. Gezellig genoeg voor een plein met terrasjes, niet snel genoeg voor een echt uitgaansleven. Stoer genoeg voor de Zomerfeesten, maar inmiddels wordt de ‘crowd’ zo ‘gecontrollt’ dat je niet meer met goed fatsoen van de Groenmarkt naar de Varkenmarkt kunt lopen. Stads genoeg voor een stedelijk museum, maar niet interessant genoeg dat je daar naartoe moet. Een toren zoals iedere zichzelf respecterende stad, alleen de onze staat scheef. Maar dan weer niet zo scheef als de toren van Pisa. Bliekenstad tijdens de doldwaze dagen, echter zijn onze dagen niet zo doldwaas. Gorcum viert namelijk carnaval in Oosterhout.

Ons Beatrix Ziekenhuis komt goed uit de AD-test, maar heb je iets serieus dan word je naar Nieuwegein gestuurd. Voor een middelmatig stadje hebben we een aardig winkelaanbod, maar voor een degelijke shopsessie kom je niet naar Gorcum. Er zitten meer belwinkels dan er abonnementen bestaan, en ik heb amper bereik in m’n eigen huis.
Daarnaast heeft Gorcum 46(!) kapsalons, en heeft de gemiddelde Gorcummer ‘praktisch haar’.

Ach ja, Gorcum is gewoon lekker kneuterig. Zo’n nietszeggende plaatsnaam, zoals Winschoten of Boxtel of Harmelen. Wel van gehoord, maar waar het nou precies ligt? Nergens dichtbij, nergens ver van vandaan. Hoe leg jij dat uit als je op vakantie bent? Mensen kennen het vooral van de fileberichten. En dat maakt het er ook niet aantrekkelijker op.

Ja, er mankeert van alles aan Gorcum. Maar het is wel mijn Gorcum. Want al ben ik opgegroeid in Arkel, in mijn hart (en paspoort) ben ik een Bliek. En ik ben er trots op! Trots dat ik hier mijn auto betaalbaar kan parkeren, dat ik zonder gevaar voor eigen leven en klutsende oksels kan fietsen en niet uit de toon val als ik geen wortelsap met gekonfijte basilicum bestel.

Als ik me dan toch even werelds wil voelen, dan bestel ik sinds kort een Malteser koffie bij Hugo. Want ook dat is Gorcum. Toen we nog in Arkel woonden voelde ik me niet blits genoeg voor Robbert en Marloes, maar nu we in de East-side wonen, voel ik me er helemaal thuis! Respect dat zij zo’n succesvol en ongorcums concept hebben neergezet, en zelfs al met 2 vestigingen hebben uitgebreid. Ik voorspel dat ze nog veel meer succesvolle zaken gaan openen. En daarbij zullen ze Amsterdam niet overslaan. En die lekkere koffie, broodjes en overheerlijke brownies (nee maar echt orgasmisch) hebben wij dan toch maar mooi ontdekt in Gorcum.

Tja, waar een kleine stad groots in kan zijn!

Gorcum by night.

Gorcum by night.

Gorcum op z'n wereldst: http://espressobar-hugo.nl/

Gorcum op z’n wereldst: http://espressobar-hugo.nl/

Schoon genoeg.

4 augustus 2014
Gisteren was ik lekker de badkamer aan het soppen, toen… Nee joh, wie houd ik voor de gek. Mijn pony zat tegen m’n zweterige tomatenhoofd geplakt, m’n handen voelen daarna alsof ik in de mijnen werk en straks gaat Niels douchen en zie je geen drol meer van die noeste arbeid. Aangezien we nog een nieuw bad zouden krijgen, hetgeen met het nodige stof gepaard gaat, had ik de badkamer in ons nieuwe huis alleen nog oppervlakkig gepoetst, maar vandaag was grote-schoonmaak-dag. En terwijl ik in de snikhitte het stof op de muur en de kalkspetters op de douchedeur te lijf ging, bedacht ik me dat ik naast sporten, misschien wel het meeste hekel heb aan schoonmaken.

Nee, ik ben geen Assepoester. Ik heb er best moeite mee om ons huis altijd spik en span te houden. Nu het ons nieuwe huis betreft ben ik gemotiveerder, maar de vraag is hoe lang het duurt voordat het nieuwtje eraf is. De vorige bewoners waren echter zo keurig dat we een reputatie hoog te houden hebben. Ik vreesde daar niet tegenop te kunnen. Want net als in het oude huis werken we fulltime, willen in het weekend wat leuks doen, moeten soms lui voor de televisie liggen (waarom hebben we anders zo’n enorme bank gekocht?) en hebben een langharige stofkont op 4 pootjes rondlopen. En voordat je steigert: toen ik vol zelfmedelijden op m’n knieën de vloer achter de toiletpot aan het schrobben was, besefte ik me heus wel dat wij niet de enigen zijn met zo’n ‘zwaar’ leven.

Maar hoe doen jullie dat dan? Als ik bij vriendinnetjes, moeders, oma’s en schoonmoeders ben, is er nooit een stofje te ontdekken. Nu hebben jullie niet allemaal huisdieren, maar toch. Jullie huis is altijd keurig aan kant. Ons huis heeft altijd rommeltjes. Met de verhuizing heb ik elk nutteloos rommeltje verpatst of gedumpt en heb nu zelfs een tafeltje waar we rondslingerende papieren in stoppen. En toch heb ik nog rommeltjes. En daar kan ik echt niet alleen Niels de schuld van geven.

Het is me echt een raadsel hoe jullie dat doen. Jullie hebben toch ook een partner die z’n sokken laat slingeren? Jullie hebben toch ook niet allemaal een schoonmaakster? Jullie zijn toch ook te trots om je moeder wekelijks te laten moppen? Een volwassen vrouw moet toch gewoon haar huis bij kunnen houden? Stoer zeg ik weleens: ‘Our house is clean enhough to be healthy, and dirty enough to be happy’. Alsof het me allemaal geen flaus ausmaakt. Maar ik geef eerlijk toe dat als ik weet we visite krijgen, ik een half uur van tevoren het hele huis onder handen neem. Oppervlakkig dan. Ik hoop ook maar dat mensen niet in de bestekbak kijken ofzo. Dan ben ik toch bang dat ik een beetje door de mand val. Even voor de duidelijkheid; ons huis is niet smerig. Maar we zijn levende wezens, ons poezenkind verhaart nu eenmaal, en stof is al terug voordat ik m’n kont gekeerd heb.

Vriendinnetje D. vertelde laatst dat ze de schoonmaakhulp heeft ontslagen omdat ze de randjes van de schilderijtjes niet meenam. En dat ze er dan zelf achteraan ging met de swiffer duster. Natuurlijk heb ik hevig ja geknikt en gezegd dat ik haar volledig begrijp, maar wel met het schaamrood op m’n kaken. Want de waarheid is dat, als ik er al aan denk, ik niet altijd bij die randjes kan. En als ik het niet zie en het niet stinkt, heb ik er niet zo’n last van. Diep respect voor vriendinnetje D., want ik ben al blij ben als er geen stofpluk onder de tafel ligt.

Ondertussen is de badkamer zo fris als een komkommer, heb ik een schoonmaak-work-out van heb-ik-jou-daar achter de rug en weer inspiratie voor nieuwe blogs.
En het allerleukste is: Toen ik het doucheputje optilde kwam er op z’n zachtst gezegd geen fris luchtje vanaf en wat ik verder aantrof was duidelijk niet alleen van de periode dat wij nu in het huis wonen… Hoezee, zij zijn ook maar mensen!

DE Vraag.

3 augustus 2014
Dames en heren, groot nieuws! Vorige week is DE Vraag aan me gesteld. En ik heb ‘Ja’ gezegd!
Als jong meisje droomde ik er al van dat DE Vraag me ooit gesteld zou worden. Oh, hoe zou dat zijn? In zo’n mooie jurk, en iedereen die naar me kijkt. Eerlijk gezegd had ik er niet meer op gerekend dat het me ooit nog zou overkomen. Kijk, ik ben natuurlijk toch een beetje een mollig propje van 3 turven hoog, en ik ben al 30. Evolutionair gezien is de aftakeling dus al ruimschoots ingezet, ben ik al over de top van de heuvel en zou de hele janboel ieder moment naar het zuiden kunnen vertrekken. De kans dat iemand je dan nog uitkiest wordt steeds kleiner. Kortom, ik besefte me, als het nog zou gaan gebeuren, moest het wel ongeveer nu gebeuren.

Gisteren had ik het er over met hip vriendinnetje N. en zij zei ook: ‘Jeetje, daar moet je een blog over schrijven! Dat jij met jouw figuur toch gevraagd wordt!’ En bedankt, hip vriendinnetje N.! Maar ze bedoelde na al dat gezeur over dat ik mezelf te dik vind. Niet dat zij me te dik vindt. Hoor. Dus!
Vaak heb ik gefantaseerd over het moment van DE Vraag. Waar zou dat gebeuren? Door wie? Wat zou ik aan hebben? En vooral; hoe zou ik reageren? Want je moet enthousiast zijn, maar wilt ook niet te ‘needy’ overkomen. De ander met vreugdetranen in de armen vliegen leek me wat overdreven, dus een bedachtzaam ‘Ja, dat lijkt me best leuk’ leek me een goede optie. Vorige week was dus het grote moment. En het kwam uit volledig onverwachte hoek. Ik kende haar namelijk pas een paar weken…

Daar stond ik dan, samen met m’n moeder in mijn favoriete winkel ‘De Mengelmoes’. Ik droeg een strakke donkerblauwe 50’s secretaresse-achtige jurk met wijde kraag en twee rode knopen en iedereen was het erover eens; Deze jurk stond me geweldig. ‘Joh’, zei Adri de eigenaresse, ‘Eigenlijk past deze kleding je allemaal heel goed, zou je niet eens mee willen lopen met onze modeshow?’
‘Ik?’, dacht ik nog, ‘Moet ik dat wel doen met mijn 5 kilo muffintop?’. Maar tegelijk sprong ik mentaal een gat in de lucht. Leuk man, snel ja zeggen, voordat zij ook beseft dat je eigenlijk armkipfiletjes hebt! Dus ik zei bedachtzaam ‘Ja, dat lijkt me best leuk.’ Adri neemt nog contact met me op over hoe, wat, waar, wanneer precies en de zaak was beklonken. Zo makkelijk was het.

Het gevoel van ultieme euforie dat ik had verwacht bij de start van mijn carrière als mannequin blijft een beetje uit, maar ik ben best trots. En ja oké, als het goed is is het hele gebeuren ergens eind september, dus ik moet nog zien of het allemaal wel doorgaat. Nee, ik loop niet op de Amsterdam Fashion Week, maar in the middle of Giessenburg. Nee, ik heb niet de illusie dat ik op het punt sta om door te breken. En ja, waarschijnlijk is mijn moeder mijn meest enthousiaste toeschouwer. Maar ik ben in elk gevraagd voor iets lolligs dat ik na mijn 12e nooit meer voor mogelijk had gehouden! Toch een compliment dat niemand me meer afneemt.

En dan rijst bij mij nog de vraag; Kan ik dat wel dan? Ik heb zoiets ook nog nooit gedaan. Nouja, als je de vele uren oefenen vroeger op mijn slaapkamertje niet meetelt. Maar ik heb in totaal zeker 20 seizoenen America’s, Benelux’, Hollands’ en Australia’s Next Top Model en Project Catwalk gezien. Dus eigenlijk ben ik praktisch een pro.

En als het mis gaat? Ach, I’ll make it work! Heb ik toch maar mooi een keer een modeshow gelopen.