Slippertje.

29 juni 2021
Nee, ik ben er zelf ook niet trots op. Verre van zelfs. Ik had nooit verwacht dat ik het zover zou laten komen. Mensen die tot zoiets in staat zijn heb ik ook nooit begrepen. Maar het is sterker dan ik. Zò fout, maar zò heerlijk. En nu ik eenmaal de stap heb gezet, is er geen weg meer terug.

De oudste bonuszoon draagt tegenwoordig dezelfde schoenmaat, en dat vinden we allebei grappig.
Dus toen hij met zijn oranje hup-hup-slippers aankwam, moesten die gepast worden. Alleen… ik heb een hekel aan slippers. Ze laten je tenen zien. En ik heb een hekel aan tenen zien.
Die eerste warme dag van het jaar waarop mensen hun zweterige gezwollen voeten in scheefgelopen slippers proppen. Jakkes. En maar wapperen met die tenen. Ik heb ook niks met Chris Zegers.

Deze slippers zijn echter ontworpen door Fred van Leer. En ach, laat mij ook een keer de coole plusmoeder uithangen. Dus… ‘Zo, stoere slippers, hoor! Mag ik ze passen?’
Vol ‘enthousiasme’ haalt bonuszoonlief de schouders op en trapt subtiel zijn slippers uit in mijn richting.
Ik drapeer de oranje plastic draken om mijn poezelige voetjes.

Oh. My. Goodness. Het is alsof ik op wolkjes loop. Ineens snap ik Chris Zegers. Ik wil ze nooit meer uit.
Wat overkomt me nu? Ben ik diep in mijn hart stiekem een tokkie? Ik ben ik de war. Ik weet alleen dat ik hup-hup-slippers nodig heb in m’n leven. Met de oranje exemplaren nog aan, snel ik me naar Shoeby.nl. Ik rechtvaardig deze actie door met mezelf af te spreken om ze alleen in-en-om het huis te dragen. Oh ja, en van de zomer op de camping. Want dan is er toch al geen redden meer aan.
Om verwarring te voorkomen, wordt het de zwarte variant. Hup, in ’t winkelmandje. Hup, betaald. Bijna voel ik me er een beetje viezig bij. Alsof ik in één keer een hele BonBonBloc naar binnen heb gewerkt.

Een paar lange dagen later schieten mijn voetjes er, hup, zo in. Wat een feestje voor m’n voetjes! Dan maar een tokkie. Dan maar stijlvol vanaf de enkels naar boven. Het is bijna 30 graden en mijn tenen mogen, na 37 jaar eenzame opsluiting, verdikkeme ook weleens wapperen in de wind.

De volgende dag haast ik me naar de Coop, want de ketchup is op. En als kannibalisme kan worden voorkomen door even naar de Coop te racen voor ketchup, dan doet een mens dat.
Ik buig naar beneden om de ketchup te pakken en schrik als ik in grote witte letters HUP HUP lees. Mijn tenen wiebelen er schaamteloos bovenuit.

Help. Ik. Draag. Badslippers. In. Het. Openbaar. Nou, daar gaan m’n principes. Even twijfel ik, maar besluit mijn nieuwe ik te omarmen. Blijkbaar draagt deze nieuwe ik badslippers naar de Coop. Met enige trots zwiep ik mijn haar naar achteren, borstjes vooruit, lipjes getuit. En vervolg mijn missie achter de winkelwagen.

Dat nota bene Fred van Leer me tot dit slippertje heeft weten te verleiden…