Sushinijd.

28 februari 2015
Vanavond gaan we sushi eten met de familie van Niels. En daar verheug ik me enorm op. Hartstikke gezellig, en hartstikke lekker! Ik houd überhaupt van all-you-can-eat concepten. Sushi, tapas, wokken, en natuurlijk Merlijn, een all-you-can-eat bistro in Oosterhout. Het menu afstruinen, kiezen wat je wilt, en je dan verheugen op wat je over 10 minuten wilt. En niets is zo leuk als all-you-can-eaten met een grote groep mensen, toch? Hoe meer zielen hoe meer vreugd, toch?

Nou, mooi niet. Wie ooit bedacht heeft dat sushi met een groep van 16 leuk is, heeft het helemaal mis. Stel je even voor: Eén lange tafel en jij zit aan het uiteinde. Iedereen heeft 5 gerechtjes gekozen (da’s dus 80 gerechtjes, sowieso al chaos) die die nep-Japanner, niet gehinderd door enige kennis van wat er op het bordje ligt, in willekeurige volgorde op tafel smijt. Precies aan het andere uiteinde. En juist daar zit de grappenmaker die roept: ‘Zet maar gewoon neer hoor, het komt wel op!’ Dat laat die nep-Jap zich geen tweede keer zeggen, dus de grapjas krijgt alles voor z’n neus. Met als gevolg dat je het moet doen met de restjes die jouw kant van de tafel weten te bereiken. Op de één of andere manier zit daar nooit bij wat jij besteld hebt. En dat is naar. Want je hebt dat niet voor niets besteld. En ik neem aan dat iedereen bestelt wat hij lekker vindt. Waarom eten zij dan op wat ìk lekker vind?!

Ken je van die honden die, als ze aan het eten zijn, gaan grommen als je aan hun voerbak zit? Nou dat ben ik. Ik zie er misschien schattig uit, maar kom niet aan m’n sushi. Ik grom. Ik blaf. Ik laat mijn tanden zien. En ik bijt als het moet.
‘Voerbaknijd’ heet dat en dat schijnt ongewenst gedrag te zijn. Maar ik begrijp die hond. Als je het mij vraagt vertoont juist degene die het eten probeert te pakken ongewenst gedrag.

Ja, ik vertoon territoriale driften op mijn sushi. Ik schaam me er niet voor, ik ben er trots op.
Ik weet dat mijn sushi lekker is. Daarom heb ik daar een streepje bij gezet. Mijn streepje, mijn sushi. Jouw streepje, jouw sushi. Wil jij ook zulke lekkere sushi? Dan zet jij lekker ook zo’n streepje in de volgende ronde. Deze ronde is de Crispy Tuna mooi van mij.

Nu kom ik over als iemand die niet gezellig is om mee uit eten te gaan. Maar ik ben juist heel gezellig om mee uit eten te gaan. Je moet alleen jouw sushi eten en niet die van mij. Daarom eet ik liever sushi met kleine groepjes. 2 personen is prima, 3 of 4 is perfect, 5 of 6 kan nog net. Dan is alle sushi te overzien, kan ik mijn sushi veilig stellen en verdedigen als het moet.
En ik ben heus niet te beroerd om te delen. Als we allebei vol zitten en besluiten om samen een bakje biefstukpuntjes te bestellen bijvoorbeeld. Maar dan weet ik het vooraf. Of als je netjes vraagt. ‘Goh, zou ik er daar eentje van mogen proberen?’ Zo’n vraag neem ik best in overweging. Misschien zeg ik zelfs ja.

Gelukkig is schoonpapa C. vanavond ook van de partij. Beiden geboren op 12 januari, hebben we behoorlijk dezelfde klap van de molenwiek gehad. We snappen het begrip ‘Persoonlijke Ruimte’, dat je elkaar liever niet met een zoen begroet, hebben een bloedhekel aan spelletjes en delen ook onze voerbaknijd. En dat is dus alles dat we vanavond zullen delen.
Want mijn is mijn en dijn is dijn. Ja? Fijn!

Voerbaknijd.

#Durf te vragen.

22 februari 2015
Er zijn 2 soorten mensen. 1. Zij die zeggen: ‘Ik heb zo’n dorst!’ en 2. zij die zeggen: ‘Mag ik een glas water?’ De één roept een losse flodder, de ander krijgt misschien zijn water wel. Hoewel manier 2 effectiever is, moet je eens opletten hoe vaak we op manier 1 communiceren. Hoe vaak we maar iets roepen in de hoop dat de ander dan ruikt wat we bedoelen. Hoe vaak we niet eens zeggen wat we willen, maar zuchten of met onze ogen rollen.
Dit valt me bijvoorbeeld op in drukke winkels. Iemand wil er langs, maar heeft geen idee hoe dat aan te pakken en wordt steeds ongeduldiger. Soms lopen ze om. Soms duwen ze geïrriteerd je wagentje opzij. Soms duwen ze jou opzij. En soms wurmen ze zich ‘subtiel’ tussen jou en het schap door, in de hoop dat je je niet omdraait, want dan betrap je hen op hun wurm-gedrag en dat is ongemakkelijk.

Laatst stonden we bij de balie van het restaurant te wachten tot de dame ons tafeltje wees, toen zich plotseling een wurmster van middelbare leeftijd aan me opdrong. Terwijl ik met ons clubje in gesprek was, wurmde ze zich een weg tussen mij en de balie, waarbij ze mijn arm per ongeluk wegduwde. Ondertussen vroeg haar gezelschap waar ze bleef, waarop zij uitriep: ‘Ja ik kom, maar ik kan er niet door!’ Een zin die een tsunami aan wanhoop en frustratie herbergde.
Ik hoorde haar bijna denken ‘…want er staat een kleine pratende trol in de weg! Kan die trut niet zien dat ik er langs moet?!’ Dat kon ik dus niet, want ze benaderde me van achteren en daar heb ik geen ogen. Nu snap ik haar wel, ik word ook pissig als mensen precies voor de winkeldeur uitgebreid het weekend doornemen. Of middenin het gangpad met 3 dwarse winkelwagentjes bespreken dat kleine Jip deze week zijn luier maar niet voldoet en of een chiazaad-dieet zou helpen.

Maar ik besefte dat ik gewoon op een logische plek stond. Er waren alleen veel mensen en weinig ruimte. Dus ik draaide om en zei: ‘U kunt ook gewoon even vragen of u er langs mag, mevrouw.’ Waarop de wurmster me stomverbaasd aankeek en haar gezelschap in lachen uitbarstte. Ik zeg; 1-0 voor de kleine pratende trol.

Ik leerde de wurmster de les die de wijze M.J. me al lang geleden leerde; “Als je niet zegt wat je wilt, dan krijg je wat anders.” Recentelijk is bij mij het kwartje gevallen dat, hoe simpel deze wijsheid ook lijkt, het wel hout snijdt. Soms is het spannend om aan te geven dat je iets anders wilt dan de status quo. Maar een respectvol gestelde vraag kan bijna niet verkeerd vallen. Hoe vaker ik het toepas, hoe beter het bevalt. Van ‘Lieverd, wil je m’n sloffen meenemen?’ tot ‘Mag ik er misschien even langs?’ en ‘Manager, ik ben klaar voor meer verantwoordelijkheid, mag ik dit project coördineren?’ of ‘Klant, wat heeft u van mij nodig om onze offerte succesvol te laten zijn?’.
Het zal je verbazen, maar niemand heeft gebeten, geslagen of gemopperd en ik heb nog steeds mijn baan. Sterker nog; Sinds lange tijd voel ik me nu erg tevreden, zowel zakelijk als privé. En da’s fijn joh!

Heldere communicatie levert altijd iets op. Duidelijkheid, begrip, misschien zelfs hetgeen je vraagt.
En je zult niet alles krijgen wat je wilt, maar als je het niet vraagt is het antwoord altijd nee.

Zeer plaatselijk beroemd.

1 februari 2015
Lieve Wendy,

Nouja, eigenlijk weet ik niet of je lief bent, want ik ken je niet. Eigenlijk weet ik niet eens of je Wendy heet, maar aangezien je jezelf voorstelt als ´Lifebywendy´ ga ik daar voor het gemak even vanuit. En ik ben heel benieuwd naar je, en hoe je me gevonden hebt. Want het punt is, jij kent mij blijkbaar wel. Of in ieder geval m´n blogs, denk ik. En daarom heb je besloten om mij te volgen op Twitter!

Dus, welkom Wendy! Je bent mijn eerste volger die ik niet ken en daarom ben je nu al speciaal voor me. Want dit is toch het moment waar je als blogger van droomt. Ik ben nu toch soort van zeer plaatselijk beroemd. Nu is het alleen zaak om de dichtheid van mijn roem nog wat te vergroten, maar het begin is daar! Jeetje, dat ik dit hoogtepunt na zo’n mutsig jaar dan toch mag bereiken! Ik heb lang over dit moment gefantaseerd. Hoe zou het voelen? Hoe zou het mijn leven veranderen? Zou er nog een weg terug zijn na dit moment? Zal ik ooit nog dezelfde Marissa zijn?

Eerlijk gezegd denk ik van niet. Er is iets wezenlijks veranderd. Want inmiddels ben ik er wel aan gewend dat mijn omgeving mijn blogs leuk vindt. Collega’s, vrienden, m’n ouders, hun kennissen; ik had al best een solide fanbase. Maar die mensen kennen mij, dus kunnen zich bij het lezen van zo’n blog voorstellen hoe ik met toeters en bellen, gebaren en stemmetjes en vol overgave mijn verhaal vertel. Met mijn aangeboren gevoel voor drama en natuurlijke aanleg tot overdrijven, kan ik me voorstellen dat dat best grappig is.

Maar lieve Wendy, jij kent mij niet. Jij ziet alleen maar woorden op een schermpje. Zijn mijn blogs dan nog steeds wel leuk? Tot nu toe hoefde ik daar niet over in te zitten. Natuurlijk, mijn site is openbaar en iedereen kan het lezen, maar wist ik veel dat ook mensen buiten mijn kennissenkring dat doen. Jeetje, ik heb er een geheel nieuwe verantwoordelijkheid bij. Zijn mijn blogs op zichzelf wel leuk genoeg? Ben ík wel leuk genoeg op papier? Grappig genoeg? Interessant genoeg? Boeiend genoeg?

Ja, de tijd van onbezorgdheid is voorbij. Dus vanaf nu ben jij mijn graadmeter, Wendy. Ik houd ik je bij elke nieuwe blog in de gaten. Zou ik het deze week hebben overleefd? Behoud ik mijn zeer plaatselijke roem, of duikel ik weer terug in de vergetelheid? Als ik maar niet in het zwarte gat zal vallen als mijn ’15 minutes of fame’ voorbij zijn…

Plotseling bekruipt me een onzeker gevoel, Wendy. Misschien is de roem me wat naar het hoofd gestegen. Misschien had ik dit meteen moeten bedenken toen je geen bekende van me bleek te zijn: Er bestaan 2 Marissa Harmsen’s! Dus misschien heb je wel de verkeerde te pakken. Desalniettemin vind ik het leuk dat je er bent, Wendy. Laat mij maar lekker in de waan. En wie weet; Misschien vind je mijn blogs best leuk.

Dus blijf bij me, Wendy! Als ik iets voor je kan doen, moet je het zeggen. Als ik maar niet terug hoef naar mijn nietszeggende bestaan! Want wat moet ik nu nog zonder mijn zeer plaatselijke roem?

Met hoopvolle groet,
Marissa