Oh dennenboom.

30 november 2014
Onze kerstboom staat al. Jazeker, vóór 5 december. Sterker nog, ik heb hem al een paar dagen staan. En sinds afgelopen donderdag heb ik ook al een kerstboompje op m´n bureau op kantoor. Inclusief lichtjes. ´Heiligschennis!´, vindt collegaatje B. ´Die kerstboom kan echt niet!´ mailde collega M. En normaal gesproken ben ik het helemaal met ze eens. Aan kerst begin je pas als Sint Nicolaas het land heeft verlaten. Dit jaar kan mijn kerst niet vroeg genoeg beginnen.

Laten we zeggen dat de afgelopen periode geen feestje was. Ik heb me een beetje te druk gemaakt, maar gelukkig ben ik weer op de goede weg. Dat vergt bewustwording, moeite en energie. Ik wil doen waar ik blij van word, wat energie oplevert in plaats van kost. En laat ik nu extreem vrolijk worden van lichtjes, glinstertjes, gezelligheid in de donkere dagen, kaarsjes, dekentje op de bank, lekker eten. De geborgenheid van thuis, samen, familie, liefde. Fijn!
De kerstvoorpret grijp ik dan ook al weken aan als excuus om ongegeneerd allerlei frutsels voor in de kerstboom te kopen. Balletjes, blauwe uiltjes, glimmende schoentjes, zelfs een roze bulldog.

Chagrijnig? Hup, kerstballen kopen en ik lach weer. Het was helemaal niet mijn bedoeling om de kerstboom al voor Sint’s vertrek op te zetten. Totdat ik afgelopen maandag een realitycheck van jewelste kreeg. Ik was toch al bij de huisarts, kon hij meteen wel even dat knobbeltje bekijken. ‘Marissa, dat moeten we onderzoeken hoor. Ik wil dat je deze week nog naar het ziekenhuis gaat.’ Ik kan je vertellen; dan zet je aan het denken. Er zit iets mijn lichaam dat er niet thuishoort en van de dokter moet ik het deze week nog laten onderzoeken. Dus ja, die kerstboom hoort er eigenlijk pas te staan na 5 december. Maar dat kon me mooi even geen drol schelen. Ik had die dag een kerstboom om op te focussen en hij is nog nooit zo mooi geweest. O zo.

Het onderzoek kon 2 dagen later al plaatsvinden. ‘Doe ik effe!’, dacht ik. Fotootje hier en daar en hupsakeetje, ik sta weer buiten. Mag ik een tip geven? Ga nooit alleen naar een ‘onderzoekje’ in het ziekenhuis. Er werd namelijk inderdaad een foto genomen, maar daarnaast werd er gevoeld, moest er een chirurg bijkomen, bleken er nog 2 knobbeltjes te zijn, werd er geëchood, verdoofd, geprikt, gesneden en gepunctied. Na twee en half uur liep ik beduusd en met een pijnlijke, blauwe borst het ziekenhuis uit. Dus de volgende dag heb ik ook op kantoor het kerstboompje neergezet. Mag ik?

Ik ben niet bang dat er iets ernstigs met me is. Gelukkig wijst de voorlopige uitslag daar ook op, dus het komt allemaal best goed. Maandag krijg ik de definitieve uitslag en Niels staat erop mee te gaan naar de afspraak. Dat snap ik best, want het zijn natuurlijk niet alleen mijn, maar ook zijn borsten waar we het over hebben.

Op de één of andere manier waren de twee werkdagen na het onderzoek vrij relaxed. Was het druk? Reken maar. Was er stress? Jazeker. Maar cliché of niet, en zonder melodramatisch te willen doen: Bij twijfel over de gezondheid, vallen de prioriteiten des levens als puzzelstukjes op z’n plaats. Het wordt plotseling heel duidelijk wat echt belangrijk is. Een les die ik dringend moest leren. Goedschiks, maar in dit geval blijkbaar kwaadschiks.

Dus wat de uitkomst maandag ook moge zijn, ik ben er nu al sterker en wijzer door geworden. Ik kan me maar beter druk maken om wat er toe doet: De kerstboom. En onze borsten.

Speech voor de 100ste verjaardag van Oma.

16 november 2014
Op 16 november 1914 werd u geboren. Precies 100 jaar geleden. Het was die dag bewolkt, geen zon, en een spatje regen. En dat jaar was er een rel rondom paerdenvleesch dat als rundvleesch werd verkocht. Klinkt herkenbaar, hè? Inderdaad, zoveel is er niet veranderd… En u zelf ook, u bent geen spat veranderd! Wat er wel veranderd is, is dat er 100 jaar geleden nauwelijks auto’s waren, maar ook weinig fietsen. De verwarming bestond uit gas- of petroleumlampen en wassen deed in je in de tobbe. Ook anders: Na je 30e was je oud. De gemiddelde levensverwachting was ongeveer 50 jaar.

Nou, denkt u, daar draai ik m’n hand niet voor om! Nee, u bent vandaag fluitend 100 geworden. Maar dat betekent wel dat het heel bijzonder het is dat we hier met z’n allen zitten. En dat betekent ook dat, als de juiste genen zijn doorgekomen, de wereld nog lang last heeft van mijn moeder en mij. De belangrijkste eigenschap daarvoor is misschien wel koppigheid. Nou, die is doorgekomen! Oma, mama en ik: 3 generaties kleine, sterke, eigenwijze, koppige vrouwen. Met heupen. Die meer dan honderd woorden per minuut praten. Nu ik erover nadenk; Ik noem die koppigheid liever kracht.

En hoe sterk u bent, daar kwam ik pas een paar maanden geleden echt achter, toen ik onverwachts bij u langskwam. Mijn ouders en tante Els & ome Piet zijn er ook iedere zondag, dus dat leek me gezellig. U was blijverrast en ik vroeg: ‘Goh, is er verder niemand?’ ‘Nee meisje, ze komen toch altijd op zondag?’ Oh verhip, het was zaterdag. Nu ben ik pas 30, maar als je oma van 100 je moet vertellen welke dag het is, begin je echt aan jezelf te twijfelen.

Gezellig heb ik een kopje thee gezet en met u aan de keukentafel gezeten. Er moest een theepot aan te pas komen en een theemuts, want dat hoort erbij. Ik mocht het rozenkopje met gouden randje en kreeg een antiek lepeltje. Ook al was er niets te roeren, want ik zei: ‘Van suiker krijg ik een dikke kont’. Oma moest lachen. Zei niet dat het wel meeviel. Ze lachte alleen. Daarna zei u wel drie keer dat ik een chocolaatje moest nemen. Aangezien ik ook de genen van mijn vader heb, kan ik geen chocolaatje laten staan.

Een mooi staaltje koppigheid, of kracht, zoals ik het liever noem, blijkt uit het volgende; U was 92, en wilde graag nog een keer op bezoek bij ome Jan in Zuid-Afrika. De familie wuifde het weg, het zou wel overwaaien. Dus op een mooie dag liep u naar het reisbureau en boekte 3 maanden naar Zuid-Afrika. Zo Jan, ik kom naar je toe deze zomer! Het ging vroeger ook, dus nu ook. En daar ging u.

Zo aan de keukentafel bespraken we ook mijn stage in Luxemburg. Het was er fantastisch, maar ik had last van heimwee. Ik was een paar dagen thuis geweest en moest weer terug. Ik voelde me alleen en was verdrietig. Toen belde ik u. U wist heel goed wat heimwee was. Daar had u ook wel eens last van gehad onder de bananenboom in de zon in Zuid-Afrika. Dat was net iets anders, maar u heeft een eeuw aan ervaring. En heeft alle emoties al honderd keer meegemaakt. U wist me te kalmeren en ik stapte die dag weer op de trein terug naar Luxemburg.

U bent vandaag 100 en weet van geen ophouden. U stuurt de hulp naar huis als u daar geen zin in heeft. En de fysiotherapeut ook. U eet geen brood meer, want zoete koeken zijn veel lekkerder. Ik vroeg mijn moeder van de week nog of u niet beter Liga kunt eten ofzo. Maar mama zei; ‘Nee joh, ze moet lekker doen waar ze zelf zin in heeft.’ En daarom hebben we een grote trommel vol met zoete koeken voor uw verjaardag gekocht. Omdat u lekker moet doen waar u zelf zin in heeft. Want dat heeft u wel tot de 100 gebracht. En wie weet hoeveel verder nog. Door koppigheid. Oh nee, kracht.

Morgen weer

15 november 2014
Het spijt me dat ik je uit het oog ben verloren
Dat ik de energie eventjes mis
Dat ik niets van me heb laten horen
Het is nu even zoals het is

Het spijt me dat ik niet op je bericht reageer
Dat ik mijn vrolijke zelf niet ben
Geloof me dat ik je niet zomaar negeer
Dat ik je niet vergeten ben

Het spijt dat ik geen interesse in je toon
Niet nieuwsgierig naar je vraag
Het lukt me even niet gewoon
Het lukt me niet vandaag

Morgen zal ik weer voor je klaar staan
Morgen reageer ik op wat je zei
Morgen ben ik mijn vrolijke zelf weer
Vandaag denk ik even aan mij

Crisis.

5 november 2014
Ik zit duidelijk in een crisis. Een diepe crisis. Een tranendal. Laten we zeggen dat de Stille oceaan ondieper is. Zo’n diepe crisis. Een schoenencrisis welteverstaan.
Het begon allemaal met de verhuizing naar ons fijne nieuwe huis. Aangezien er minder bergruimte op zolder is, heb ik gedwongen afscheid genomen van een flink deel van mijn schoenencollectie. Één paar schoenen betrof een paar zwarte lakpumps met T-strap. Ontzettend goedkope schoenen, maar lekker dat ze liepen! En ze pasten overal bij. Daarom waren ze nu afgedragen, op en gescheurd. Sterk als ik ben, heb ik ze eerst een afscheidskusje gegeven en daarna vakkundig in de kliko gemikt.

Het was alleen wel zo’n paar schoenen dat je echt nodig hebt. Zo’n paar schoenen waardoor je je één klap vrouwelijk, elegant en stijlvol voelt. Zonder struikelen en knellende tenen. Maar ach, hoe moeilijk kan het zijn om een paar zwarte lakpumps met T-strap te vervangen? Die zijn toch van alle tijden? Wie wil er nou geen zwarte lakpumps met T-strap? Dus daar maken ze er toch genoeg van?
Nou, dat bleek iets ingewikkelder. Zwarte lakpumps met T-strap zijn er inderdaad genoeg. Maar mooie zwarte lakpumps met T-strap zijn zeldzaam. De grens tussen elegant en gereformeerd blijkt namelijk een dunne te zijn. De grens tussen elegant en ordinair trouwens ook. Je hebt ze namelijk met plateaus, met te hoge hakken, te lage hakken, te smalle hakken, te brede hakken, open zijkant, gesloten zijkant, puntneus, ronde neus… Maar allemaal nèt fout. Wat een ellende!

Totdat ik de hemelse reclame van Sarenza.nl zag. ‘We are shoes’,‘We love shoes’, ‘We feel shoes’… Ja, dat klinkt als een fijn bedrijf. En na een kwartiertje had ik ze inderdaad gevonden: Georgia Rose Matiou pumps. Oftwel, dè schoenen. Zelfs in zwart èn in rood. Ietsjes aan de dure kant, maar hee, de perfecte schoenen zijn natuurlijk priceless! Mentaal had ik mijn pinpas al getrokken en bedacht op welk plekje ze mochten staan in mijn schoenenkast. Deze beauties zouden mijn schoenenkast opfleuren. Net als m´n outfits deze winter! In het winkelmandje ermee! Wat een schitterende dag!

Maar wat denk je? Alleen nog te verkrijgen in maat 40, 41 en 42. Terwijl ik poezelig maatje 37 heb. Ach, geen nood. Ik google ze even, want ze zijn vast nog wel ergens te krijgen. Maar helaas, alle Georgia Rose Matiou modellen worden doorgelinkt naar Sarenza… Je zou er spontaan depressief van worden!

Vandaag bereikte de crisis het dieptepunt. Het neemt wanhopige vormen aan. Ik zag namelijk een advertentie voor Uggs op Facebook, en ineens wilde ik ze hebben. Jazeker, Uggs. Even in my defence, het waren geen gewone, maar hoge, hippe, donkergrijze met knopen en bont. Maar dan nog. Uggs zijn de ergste modemisser sinds 2008… Erger dan de spandex neon-roze legging. Ze zijn lomp. Duur. Zweterig. Binnen de kortste keren loop je naast de zool in plaats van erop. Niet alle dragers van Uggs zijn even chique… Kortom, Uggs zijn het tegenovergestelde van Georgia Rose Matiou lakpumps. Maar ineens lijk ik al deze bezwaren over boord te gooien. Ineens lijken ze me zo lekker warm en fijn en knuffelig. Ik heb ze nodig! Dus ik type een berichtje en wacht af…
Enkele minuten verstrijken. Het lijken wel uren. Maar wat denk je? Ze blijken al gereserveerd te zijn voor een ander. Teleurstelling alom. De tweede dode online schoenenmus in enkele dagen tijd.

De teleurstelling maakt echter snel plaats voor opluchting. What was I thinking!?
Wel een levensles rijker: Men moet geen oude schoenen wegwerpen voor men nieuwe heeft. Ook al heb je nog 40 paar…

Black Beauty...

Black Beauty…

Pancake down Memory Lane.

1 november 2014
Eigenlijk vonden we het best spannend om samen op stap te gaan. Waar gaan we het over hebben al die tijd? Nu maak ik me geen zorgen dat ik niets te vertellen heb, maar een gesprek van twee kanten leek me wel leuk. Eerst moest papa langs het ziekenhuis, maar als hij terug was zou hij bellen. Ik had al vaker aangegeven dat het pannenkoekenhuis pas om 16:00 uur open zou gaan, maar je kunt maar op tijd zijn, zo redeneerde pa. Dus om half 3 ging de telefoon. Hij was er helemaal klaar voor.

Het was druk in het pannenkoekenhuis. Wist ik veel dat het herfstvakantie was. Maar het maakte niet uit, want ik was met papa en papa en met mij. Hij had een zuurkoolpannenkoek en erwtensoep vooraf. Het was namelijk herfstweer en dat hoort erbij. Ikzelf had een pannenkoek met tomaat, ham, brie en tomatensoep vooraf. Normaal neem ik geen voorgerecht voor zo’n grote pannenkoek, maar voor papa maakte ik graag een uitzondering. Ik reed, dus pa bestelde snel een biertje. Groot gelijk.

Papa´s blijken het nuchtere antwoord te hebben op allerlei levensvragen. ´Maar pap, jij hebt ook meer dan 40 jaar gewerkt. Wat deed jij als het te druk was?’, ‘Ja meissie, dan moet je niet te veel werk aannemen.’ ‘En als het nou eigenlijk een ongeschreven regel is dat je tot 9 uur doorwerkt…’, ‘Ja kleine, wat niet gaat, dat gaat niet.’ ´En wat doe jij dan als je niet lekker in je vel zit?’, ‘Lieffie, je kunt je niet overal druk over maken.’ ‘Waarom heb ik nooit een week buikgriep ofzo?’ ‘Omdat je een Harmsen bent, lieverd.’
Oh ja. Ik ben een Harmsen. Ik, hittepetit, ben een volbloed dochter van deze rust-zelve. Ergens diep verscholen onder al mijn temperament, moet dus ook een oase van rust en geduld schuilen.

Terwijl de kinderen op de achtergrond jengelden, de poedersuiker door de lucht vloog en stroop op de tafel plakte, deelden papa en ik onze verhalen. Over de nieuwste Kleine Spruit in de familie, over oma die komende maand 100 wordt, over de verschillen en overeenkomsten tussen broerlief en mij, en papa, en mama. Over de terugweg. Papa wist nog een leuke route binnendoor.

Ik rekende af en we stapten in mijn autootje om de terugweg in te zetten. De rollen een beetje omgedraaid. Alleen wist ik totaal de weg niet op de bochtige kringeldijkjes. Papa kent ze op z’n duim. ‘Pas op hoor, scherpe bocht naar links hier!’ ‘Hier heb ik ook voor een opdracht gezeten. Die mensen hadden geen humor.’ ‘Dan kun je hier kiezen welke kant je opgaat, als je naar rechts gaat komen we langs de Achterdijk waar oma woonde.’ De Achterdijk was smaller dan in mijn herinnering. ‘Waar wonen tante Corry en ome Henk ook alweer precies?’ ‘Hier was ons landje, hè pap, van de bonen en de kalebassen.’ ‘Hier heb ik toch weleens meegedaan aan een playbackshow?’ ‘Bestaat die Koopjesstal nog?’ ‘Het oude huisje van opa en oma is mooi geworden, hè?’

‘A trip down memory lane’ langs onze Harmsen-roots. Zoals we vroeger samen naar oma gingen. Alleen nu was het donker, geen haasjes te zien. Plots schoot er iets voor de auto langs. Ik trapte op de rem en één of ander fret-achtig diertje keek ons verschrikt aan vanaf de weg. ‘Hee, een wezeltje!’, zei papa. Kijk, en zonder papa naast me had ik dus mooi niet geweten wat voor beest dat was.

Ik ben een Harmsen. En daar ben ik steeds trotser op. Die bijbehorende rust vind ik vanzelf wel.