Leeghoofd.

20 oktober 2014
Mensen, er is een nieuwe rage. Geloof me, ook jij gaat dit aan iemand cadeau doen tijdens de feestdagen. Collegaatje M. begon er vorige week over. ´Werkt heel therapeutisch, hoor´, zei ze, ´ik doe het soms 3 of 4 uur achter elkaar en dan is mijn hoofd helemaal leeg!´ Ik wist niet zeker of ik het heel leuk vond of toch een beetje idioot. Maar vroeger vond ik het ook leuk, dus waarom nu niet meer? En mijn hoofd helemaal leeg, dat leek me een feestje.

Dit weekend was het jaarlijkse spelletjesweekend van Niels’ vriendengroep. Een weekend lang met een stuk of 15 mensen ergens in de the middle of nowhere en dan worden de spelletjes aangerukt. Jottum. Ik houd van al die mensen, maar heb een bloedhekel aan spelletjes. Zet een doos Rummikub voor hun neus en het slechtste komt in ze naar boven. Nu kan ik Rummikub nog redelijk aan, maar als ik er eerst een half uur over moet doen om een spel te snappen en een strategie te bepalen, ben ik er al klaar mee. Het eerste jaar heb ik de schijn nog opgehouden, maar toen werd ik chagrijnig en was Niels de pineut. Het tweede jaar ben ik maar één dag mee geweest, maar dat was ook net niks.

Dit jaar pak ik het anders aan. Geen spelletjes voor mij. Moet er geouwehoerd of afgewassen worden, dan ben ik erbij, maar geen spelletjes. Ik ga wel lezen ofzo, dus op naar de Bruna! Boeken vind ik altijd lastig. Ik lees niet vaak en het kost een hoop tijd om zo´n pil door te werken, dus dan moet je er wel zeker van zijn dat je een interessant boek koopt. Na een half uur doelloos rondwalen in die winkel (Shit, er is geen nieuwe Dan Brown!), viel mijn oog op iets bijzonders. Een groot boek met daarop een kleurig Mandala teken. Binnenin stonden er nog 100, maar dan wit. Om in te kleuren. Om in te kleuren? Jawel, om in te kleuren. Gewoon in het schap bij de volwassenen boeken. Oh, dáár had collegaatje M. het over! Dus voordat ik het doorhad liep ik naar het Brunameisje en vroeg of er nog andere kleurboeken voor volwassenen waren. En wat denk je? Er verscheen een twinkeling in haar ogen en ze wees me er nog ongeveer 10 aan. Het blijkt een heel ‘ding’ te zijn. Zelf deed ze het ook. ‘Het werkt echt!’ En nog voordat ik kon vragen waarvoor dan, vervolgde ze ‘Ja, het is heel rustgevend en het maakt je hoofd helemaal leeg.’ Nou oké, als iedereen dat zegt dan zal het wel. Dus ik besloot dat kleuren weer eens wat anders is dan lezen. En ik ging ervoor!

Het Brunameisje legde enthousiast uit waar je op moet letten, sommige van die boeken zijn bijvoorbeeld zo dik dat je ze niet plat kunt leggen en dat kleurt nogal irritant. Wat voor patroontjes en platen je in welk boek vindt, en wat voor kleurgerei je nodig hebt. Ze raadde me het boek ‘Mijn Geheime Tuin’ aan. Toegegeven, dat klinkt een beetje dubieus, maar het is een paradijselijke verzameling van kleurplaten met gedetailleerde tuinen en bloemen. En er zitten ook nog stiekeme lieveheersbeestjes, vogeltjes en bijtjes in verstopt. Ontzettend zoet en hippie. ’We doen die!’

En dus ben ik gisteren tijdens het spelletjesweekend aan een kleurplaat begonnen. Een mooi rond patroon met allerlei bloemen. Honderden kleine witte vlakjes die erom schreeuwen om door mij ingekleurd te worden. We zijn nu een dag verder en ik ben toch al zeker op een kwart. Tergend langzaam, maar ik ben dan ook secuur. Alles moet netjes binnen de lijntjes. Er zijn een hoop lijntjes!

Toegegeven; dat kleuren is best fijn. En het wordt snel best mooi. Dus ook nog een hoog beloningsgehalte. Ik kleur blaadje voor blaadje, bloem voor bloem in en maak per bloem een plannetje. Na iedere bloem bekijk ik het grote geheel en bepaal welke kleur ik nu moet gaan gebruiken… Kortom, een uiterst serieuze aangelegenheid.

Ja, ik verklaar mezelf ook best een beetje voor gek. Maar wel een gek met een lekker leeg hoofd.

Bloemen!

Bloemen!

Papa´s Ratje.

14 oktober 2014
Na een kleine twee maanden heb ik mijn blonde haar weer aan de wilgen gehangen. Het was even flitsend, maar zo´n uitgroeilandingsbaan verveelt snel, het maakt een beetje pips en ik moest oppassen met het dragen van rood en tijgerprintjes. En als ik ergens niet mee wil oppassen, dan is het met tijgerprintjes. Als ik nu in de spiegel kijk, vallen mijn ogen meer op en ik voel me weer stijlvol. Ik zie mezelf weer. Nooit geweten dat het zo fijn is om brunette te zijn.

Ik ben altijd papa’s kleine meisje geweest. Toen ik nog van nature blond was, zeg maar tot een jaar of 10, wilde ik altijd achter je in de auto zitten. Mijn broer achter mama want daar had ie meer beenruimte, de goochemerd. Maar ik was een kleine wurm en ik wilde achter papa zitten. Ook de hele rit naar Spanje. Ik kraaide van plezier als je stiekem m’n enkel vastpakte. Volgens ma was mijn eerste woordje ‘papa’ in plaats van ‘mama’. Volgens haar puur eigenwijsheid.
Jij en ik waren een team. Kon me niet schelen wat de discussie was, ik stond aan jouw kant. We kunnen allebei erg vals fluiten en joegen daarmee mama en broerlief op de kast. Samen gingen we naar het landje van oma om groenten te verbouwen. Ik vond het prachtig om elke 50cm 3 boontjes neer te leggen. Geen 4. Precies 3. Hoefde jij niet te bukken. Jij wees alle vogels en konijntjes aan die we zagen in het land, we gingen zelfs weleens vissen. Je kietelde me tot ik ‘genade’ riep, al snapte ik dat woord niet eens. Tjinky, de cavia zat op jouw zachte kussen-buik, ik hing tegen je aan en we keken naar de Snorkels.

In mijn pubertijd raakte dat soort dingen uit de gratie. Shoppen, make-up, kleding, uitgaan; dat was het helemaal. En meidendingen deel je nu eenmaal niet met je vader. Toch wachtte je me iedere week op om de hoek van de discotheek. Tot ook dat niet meer nodig was. Met mama deelde ik inmiddels meer. Ik lijk als 2 druppels water op haar, ook qua temperament. Maar wat had ik nu eigenlijk van jou? Niet je mooie donkere huid, niet je mooie groene ogen, niet jouw rust en kalmte.

En ik kan me voorstellen dat het niet meevalt. Dat je dochter ineens niet je kleine meid meer lijkt te zijn. Dat ze voor zichzelf kan zorgen. Dat er zelfs een andere man is die voor haar zorgt. Dat ze je niet meer nodig lijkt te hebben. Als ik naar huis bel, neemt mama altijd op. En als papa opneemt krijg ik altijd snel mama te spreken. Papa is geen prater. Ik juist wel.

Maar weet je, pap? Toch lijk ik steeds meer op jou. In mijn pubertijd, waar we ons beiden geen raad mee wisten, veranderde ik van een meisje in een vrouw, van blondine naar brunette. Donker haar, wenkbrauwen en wimpers. Net als jij. In combinatie met mama’s blauwe ogen een beetje apart. Maar ik heb ook jouw eigenaardigheden. Ik wijs nu Niels de fazanten en haasjes aan vanuit de auto. Geniet van een donkere wolkenlucht, of beter: een onweersbui. Van dieren en bloemen. Dahlia´s. Tegenwoordig is er weinig eten dat ik niet lust. We laten weleens over ons heen lopen, maar niet heen en weer. Dan barst de bom en gaat alle tact verloren. En ik betrap mezelf op jouw flauwe grapjes, waar ik zelf het hardste om lach.

Dus pap, volgens mij hebben we genoeg met elkaar gemeen. En ook al ben je niet meer de eerste die ik om hulp vraag, ik heb je nog steeds nodig. Want ik kan m’n haar nog zo blond verven, ergens klopt het niet. Mijn haar hoort bruin te zijn. Alsof me zo duidelijk gemaakt wordt dat ik altijd papa’s kleine meisje blijf.
En weet je, pap? Moeder-Marissamomenten zijn er regelmatig. Maar papa-Marissamomenten, die zijn zeldzaam. Tè zeldzaam. Mag ik je weer leren kennen, papa? Zoals vroeger?

Ja? Laten we dan beginnen waar we allebei goed in zijn. Samen lunchen in het pannenkoekenhuis! Volgende week dinsdag? Zie je dan, pap.

Ik kom je wel ophalen, wijs jij dan weer de haasjes aan, papa?

Kook*hatsjoe*workshop.

5 oktober 2014
Gisteravond hadden we weer een befaamd uitje van mijn werk. Dit keer een kookworkshop bij een chique tent in Heusden. Mèt partner! En *hatsjoe* da’s best een dingetje. Twee werelden die elkaar kruisen is altijd even wennen. Ineens word je je bewust van je eigenaardigheden thuis, die je op je werk nog aardig weet te onderdrukken en die je partner hopelijk niet aansnijdt. Maar ook ben je je *hatsjie* ineens bewust van de irritante gewoontes van je partner in gezelschap (persoonlijk heb ik een hele leuke vriend, dus daar heb ik geen last van, maar ik heb collega’s gezien…). En kom je erachter dat je samen met collega’s een hardwerkend maar vreemd clubje vormt waarbinnen op het werk *hatsjoe* de regels duidelijk zijn, maar die eenmaal uit dat kantoor nergens op slaan. En die onderonsjes zijn met geen mogelijkheid uit te leggen aan je partner (schaam).

Nu ben ik al geen keukenprinses in mijn eigen keuken, laat staan in een professionele keuken. Daarom was ik huiverig voor deze avond *hatsjie*. Leuk doen voor je partner, leuk doen voor je collega’s en ook nog eens koken. Ik heb nog gevraagd of ik ingedeeld kon worden in de eetploeg, maar helaas, ik moest er ook aan geloven. En als je dan toch met z’n allen met eten bezig bent *hatsjoe* dan hoop je natuurlijk dat je niet plotseling last krijgt van een allergische reactie van god-weet-waarvan waardoor de je je hele avond in allerlei bochten wringt *hatsjie* om maar niet boven andermans eten of in iemand gezicht te snotteren, in het bijzonder in dat van de directeur *hatsjoe*. Uiteraard heb ik uitgerekend vanavond 2 pakjes zakdoekjes weg zitten snotteren en ontelbaar keer geniesd. Niet prettig, onsmakelijk en niet *hatsjie* bevorderlijk voor de structuur in mijn verhaal, of mijn carrière.

Nu waren we gelukkig met zo’n grote groep dat we per persoon maar ongeveer *hatsjoe* 10 minuten in de keuken hebben gestaan en verder aan tafel gezeten, waardoor vooral Niels mijn genies heeft opgevangen. Eerst kwam het brood met kruidenboter en nog een of andere tapenade. Heerlijk! Maar ik heb geleerd dat je daar niet te veel van moet eten, anders *hatsjie* lust je het toetje niet meer. Daarna een cocktail van rivierkreeftjes en tonijn. Niet te groot, want er moet natuurlijk * hatsjie* ruimte blijven voor het toetje. Een tussengerecht met zalm, groenten en een botersausje in aluminiumfolie. Ook erg lekker, en weer goed geportioneerd met als doel: het toetje. En het hoofdgerecht, een klein beetje lam met aardappelpuree en * hatsjoe* paddenstoelenprutje. Ok, het lammetje is er grotendeels overheen gesprongen, maar dat gaf niet, nu had ik tenminste een gaatje over voor het toetje.

Zo, eerst maar even naar buiten. Uitbuiken voordat het toetje straks komt. Maar wacht, ik zie daar koffie! Dat betekent vast het toetje eraan komt. Terug bij de tafel staan er 4 minuscule bakjes chocolademousse. Zonder lepeltjes. Kijk, *hatsjie* dat zal het voorproefje van het toetje zijn! Er komen geen lepeltjes, dus ik lepel het kleine bakje maar leeg met het lepeltje van m´n cappuccino. Zo, dat was lekker. Kom maar op de met rest. Maar ineens gaan er al mensen naar huis. Naar huis? En het toetje dan? *hatsjoe* Dat minuscule bakje was blijkbaar het toetje. Als ik dat had geweten had ik kleinere hapjes genomen. En het schaaltje uitgelikt. Met recht een toet-je. Zeker geen toet.

‘Vergeet je bij het naar huis gaan niet om zo’n glazen fles mee te nemen?’ Nee hoor, als het gratis is…

Eenmaal in de auto bekijken we ons afscheidscadeau. ‘Cake in glas’, oftewel de ingrediënten om zelf cakejes te maken. Aah, zie je wel. Toch een toetje! En toch zelf koken. Ironisch. *hatsjie*