Slaapkreukel.

28 september 2014
Sinds een paar maanden zit er iedere ochtend een slaapkreukel in m´n gezicht. Hij loopt vanaf de buitenste linkerooghoek naar beneden tot net onder m´n jukbeen. En dat is een raadsel op zich, aangezien ik volgens mij altijd op mijn rechterzijde slaap. Maar dat terzijde.
Vroeger had ik die slaapkreukel ook weleens, maar de laatste tijd wordt ie steeds hardnekkiger. Blijkbaar doet je gezicht er, naarmate de jaren verstrijken, steeds langer over om recht te trekken. Vroeger keek ik in de spiegel en zat ie er, en als ik even later in de spiegel keek dan was ie verdwenen. Tegenwoordig zit ie er zelfs nog als ik uit de douche stap. Het zal niet lang meer duren voordat ie er ook nog zit als ik mezelf in de halspiegel check voordat ik naar m´n werk ga. En dat betekent dat ik zeer binnenkort met een slaapkreukel in m´n gezicht op het werk zal verschijnen.

Ach, dacht ik, die slaapkreukel zal wel net zoiets zijn als een bad hair day; Je ziet het zelf wel, maar een ander valt het vast niet op. Maar je kunt nu eenmaal niet ontkennen dat je ouder wordt en daar horen ook rimpeltjes bij. En dat kan ik zelf wel beseffen, maar ik heb er niets aan als Niels plotseling tot diezelfde conclusie komt en denkt: Oh nee, ze verschrompelt! En dat dan ineens tot hem doordringt dat z’n vriendin twee jaar ouder is dan hij, en dat ie van schrik van de Jip en Janneke terugvlucht naar de Flashback om daar een jong chickie te scoren. Kijk, dat moeten we niet hebben, dus ik bedacht dat het beter was om hem voorzichtig voor te bereiden op het beginnende verval.

En dus sneed ik het onderwerp aan op de voor mij zo kenmerkende subtiele wijze. Ik zette mijn pretgezicht op en zei: ‘Hihi! Niels, kijk! Ik heb een slaapkreukel!’ Uiterlijk cool en frivool, maar innerlijk bonsde mijn hart in mijn keel. Dit was het moment. Ofwel hij schrikt zich een hoedje, ofwel hij vindt me nog steeds leuk en een vouwtje her en der verandert daar niets aan. Ja, een ouder vriendinnetje is allemaal leuk en aardig als ze nog strak in haar vel zit, en in het begin zelfs interessant om over op te scheppen tegen je studentenvriendjes. Maar als je eenmaal samen vastzit aan een huis, ze de dertig heeft bereikt en ook nog eens begint te verschrompelen, had je dan niet liever een fruitig jong grietje gekaapt? Dus ik hield mijn adem in het wachtte vol spanning af.
En Niels zei droog: ‘Ja, die heb je altijd…’
Pardon, die heb je altijd? Sorry, wat? Dit is verwarrend. Enerzijds blij dat mijn eega niet geshockeerd is van mijn aanstormende ouderdom, anderzijds geschokt omdat mijn slaapkreukel blijkbaar al lang een voldongen feit in ons huishouden is terwijl ik nog in de ontkenningsfase zat.

‘Ja’, zegt Niels, ‘dat is schattig, want daaraan zie ik dat je lekker hebt geslapen!’
Jaja, dat ik lekker heb geslapen. Wanneer precies? Toen ik om half 2 lag te piekeren over allerlei onzin die bij daglicht een stuk minder dramatisch blijkt? Of toen de kat om half 4 luid miauwend haar speeltje kwam brengen en daarna spinnend een parade over mijn hoofd liep waarna ik mijn neus moest snuiten vanwege die staart in m’n gezicht? Of misschien toen ik om 5 uur wakker werd omdat ik ontzettend moest plassen en ik dat blijkbaar om half 4 nog niet moest? Of toen om 6 uur jouw wekker ging waar ik wel wakker van werd maar jij pas nadat ik jou wakker had gemaakt?

‘Ja klopt lieverd, die slaapkreukel komt doordat ik lekker heb geslapen…’ En die frons mijn voorhoofd ook…

Happy Socks.

14 september 2014
Deze blog heb ik in het Engels geschreven als gastschrijver voor fashion-blogger Linda Korver. Voor mijn eigen website hier de Nederlandse versie.

Ik ben altijd meer een winter- dan een zomertypje geweest. Als de blaadjes vallen, verschijnt bij mij een glimlach op het gezicht. Niet dat ik een hekel heb aan de zon, maar ik vind zweten vies en heb meer met winter- dan zomermode. Wie houdt er niet van warme gebreide truien, lange vesten met capuchon en modieuze jassen die de rolletjes zo fijn verbergen? Maar bovenal, ik haat voeten. Vooral andermans voeten. Ik begrijp niet waarom mensen de drang hebben om hun lelijke voeten aan de wereld te showen. Nouja, in ieder geval om ze aan mijn wereld te showen. Als je het mij vraagt zou iedereen zijn tenen moeten bedekken. Dat is dan ook één van de redenen dat ik sokken zo leuk vind. Wat zeg ik, leuk vind? Nee, ik ben gek op sokken. Echt waar. Ik houd van sokken. En ja, tegenwoordig zijn Happy Socks helemaal hip, in het bijzonder als je een zakenman bent die Italiaanse maatpakken draagt. Maar mijn liefde voor sokken gaat zo veel verder dan dat…

Sokken zijn gewoonweg fantastisch. Alleen al vanwege hun gave om voeten te bedekken, maken ze de wereld er een stuk mooier op. Bovendien vormen ze de perfecte manier om het kind in jezelf los te laten. Zeg nou zelf; Een goed paar sokken verandert iedere houten vloer in een geweldige glijbaan.
Maar er is meer. Ik ben 30, heb net een huis gekocht en heb een drukke full-time baan. Een volwassen leven met volwassen verantwoordelijkheden. Herkenbaar toch? Er wordt verwacht dat we er representatief en professioneel uitzien. Hoe kun je de dag dan beter beginnen dan met een paar Minnie Mouse sokken? Winnie the Pooh sokken zijn de ultieme manier om de maandagochtend-depressie tegen te gaan. Of, als ik echt een positieve boost nodig heb, waarom geen twee verschillende sokken? Mijn vrolijk gesokte voetjes stop ik in elegante laarzen en ik ben klaar voor een nieuwe professionele dag.

Als ik m’n meloenensokken aan heb, kan ik de hele wereld aan. Nare dag op het werk? Wie maakt me wat, ik heb lekker toch mijn pinguïnsokken aan. In de file? Wie maakt me wat, ik heb lekker mijn Sneeuwwitje-en-de-7- Dwergen sokken aan. Zijn mensen vervelend? Wie maakt me wat, ik heb mijn olifantensokken aan. Lekke band? Wie… Nouja, je snapt m’n punt. Het is mijn kleine vrolijke geheimpje in deze volwassen wereld. Kun je je voorstellen hoe sterk ik in m’n schoenen sta als ik één leeuwensok en één Donald-Duck-sok draag! En als ik echt een rotdag heb, kan ik altijd naar de wc lopen, mijn laarzen uittrekken en even lekker naar m’n sokken staren.

Of, en nu ga ik los, een nieuw paar sokken kopen! Sokken heb je nooit genoeg. Ze zijn als schoenen, maar betaalbaarder. Ze zijn als comfort food, maar zonder dikke kont. Als vrouw met rondingen is kleding kopen soms lastig. Niet met sokken! Ze passen altijd! Ze zullen je er nooit aan herinneren dat je een kilo bent aangekomen. Je hebt nooit een grotere maat nodig. Sokken staan altijd voor je klaar.
Toen ik mijn liefde voor sokken opbiechtte tegen een vriendin, zei ze; Maar daarvoor kun je toch ook ondergoed gebruiken? Nou mooi niet! Het dragen van Mickey-Mouse-sokken op je dertigste is grappig. Het dragen van Smurfenondergoed op je dertigste is gewoon raar. En een beetje eng. En onaantrekkelijk. En als iemand dat wel aantrekkelijk vindt… Nou, da’s alleen nog maar enger.

Dus ik ben blij dat het sokkenseizoen eraan komt. Noem mij vreemd, maf, idioot of een raar. Noem me gestoord, niet helemaal 100, of kinderachtig. Maar er is zo veel gedoe in deze wereld en ik probeer van die van mij gewoon iets leuks te maken.
Wat kan ik zeggen: Het leven is te kort voor serieuze sokken.

Life´s too short for serious socks!

Life´s too short for serious socks!


Still too short...

Still too short…

Heel Holland Bakt.

20 september 2014
Wie houdt er niet van koken en taarten bakken? Heerlijk. Gezellig samen koken in het weekend. Wijntje erbij. Lekker een beetje deeg kneden en muffinvormpjes vullen.
Nou, ik moet er niets van hebben. Ik houd meer van eten. Maar ik schijn dus de enige in Nederland te zijn die het niet prettig vindt om mijn zaterdag boven een pan suddervlees, sushi-rollend, fondant-strijkend, of bak-blikkend door te brengen. Dat hele culinaire verantwoorde hoeft van mij niet zo. Eten moet lekker zijn. Dat het er dan ook nog leuk uitziet is mooi meegenomen.

Maargoed, heel Nederland schijnt dus enorrrrm van koken en bakken te houden en half Nederland schijnt dat op tv te willen doen. De andere helft kijkt. ‘In het dagelijks leven ben ik 2e hands autoverkoper, maar koken is mijn echte passie’, aldus Armando uit Veghel, ‘Ik zou keigraag van mijn passie mijn beroep maken.’ Nou Armando, volgens mij wil je dat niet. Volgens mij heb jij helemaal geen zin om precies te koken wat iemand heeft besteld, 14x achter elkaar. Volgens mij heb jij helemaal geen zin om ’s avonds met de kerst te werken en daarna de keuken te schrobben. Of dagelijks om 5 uur op te staan om je cupcakes op tijd af te hebben. Maar ik kan het mis hebben hoor.

Hoe het ook zij, je kunt al jaren de tv niet aanzetten zonder iemand te zien met een pan of een bakblik voor z’n snufferd. In al die programma’s worden de mooiste verfijnde schilderijtjes op het bord gepresenteerd. Of spectaculaire pronkstukken van taarten met roterende onderdelen in de vorm van een dinosaurus, of het Kremlin. Daar wordt heel gewichtig en interessant over gedaan. Woorden als smaakexplosie en zoet-bitter-balans passeren de revue, en Nederland knikt mee alsof we er ineens allemaal verstand van hebben. Nee, naast koken, heb ik het ook niet op kooktelevisie.

Totdat ik vorige week de Boer Zoekt Vrouw onder de kookprogramma’s trof: Heel Holland Bakt, zondagavond op omroep Max. Kneutertelevie ten top. Gepresenteerd door de nuchtere Martine -u moet de groeten van Hak hebben- Bijl, met haar gezellige blonde krullen en nuchtere commentaar. Geen hele grote borden met een heel klein prutje middenin. Geen hysterische bouwwerken met vlammen en suikerrasters. Nee, gewoon eten. Gewoon taart. Of tompoezen ofzo. En dan merken de gepassioneerde deelnemers dat goed kunnen bakken niet voor iedereen is weggelegd. En dat ziet Martine Bijl ook. ‘Goh, het lijken meer saucijzenbroodjes’, ‘Wat een slagveld, hè’, ‘Zou meneer Tom Poes het zo bedoeld hebben, denk je?’, ‘Nou, misschien smaakt het beter dan dat het eruitziet hè, laten we het hopen’. En als Martine het zegt, klinkt het lang niet zo vilein, maar dat is het natuurlijk stiekem wel. Je begrijpt, ik mag die Martine wel.

Verder geen poespas. Er staan kandidaten te bakken in een tent en dan wordt het geproefd. Het allermooiste vind ik dat het ook weleens faliekant mislukt. En dat wordt prachtig geportretteerd zonder er doekjes omheen te winden. Ik wist niet dat er zoveel fout kon gaan met een tompoes. Het glazuur was meer jam, het deeg niet krokant, de room te slap. Je ziet volwassen mensen met tranen in hun ogen vloeken en tieren tegen de oven omdat hun merengue niet goed rijst. Met rode koontjes, verwilderd haar en klodders in hun gezicht presenteren de bakkers hun (mis)baksel aan de jury. Ja, dit was jouw passie, toch? Geen interessante woorden, maar gewoon: lijkt het op een tompoes en smaakt het als een tompoes, dan is het een tompoes. En dat was de opdracht, dus dan is het goed. Maar er waren maar weinig baksels die aan die criteria voldeden. Dan blijkt maar weer dat koken en bakken een vak apart is.

Ja, heel Holland bakt. Maar niet iedereen kan het.

Win win win.

Normaal houd ik werk en blog strikt gescheiden. Echter, belofte maakt schuld en zodoende deze eenmalige uitzondering. Beste trainer G., geniet ervan!

14 september 2014
Ik werk bij een leuke organisatie. Een organisatie die beter wil worden waar we goed in zijn. Die wil dat we goed samenwerken, immers 1+1 = 3, toch? Dat we op een open, professionele manier met elkaar omgaan. En oh ja, dan bedienen we onze klanten beter. En oh ja, dat is toevallig ook positief voor het bedrijfsresultaat. Hoe het ook zij, onze organisatie investeert in ons. Supercool!

Dan ga je een trainingstraject in. Een training is toch altijd een dingetje voor me. Je zit met je collega’s in een andere omgeving, en alleen al dat gegeven maakt het een spannende dag. Enerzijds ben ik net een puppy op schoolreisje. ‘Leuk leuk leuk, spannend! Wat gaan we doen? Allemaal nieuwe dingen! Jippie, een training, wat een feest!’ Anderzijds kijk ik de kat uit de boom. ‘Gaat die trainer graven? Wat voor raars gaan we doen?’ Want je gaat sowieso dingen doen die je nog nooit hebt gedaan, en zeker niet met je collega’s. ‘Wat voor trainer zou het zijn? Welke onderwerpen zullen we behandelen?’, ‘Wat moet ik aan? Een beetje makkelijk, maar niet m’n joggingbroek.’Maar vooral: ‘Maris, reageer nou niet overal op, je bent toch al aanwezig genoeg.’

Die hele mix van emoties passeert de revue en dan ben ik nog niet eens in de training ruimte. Ik zie een aantal collega’s en ga zitten bij iemand die ik goed ken. Dat zal natuurlijk ook maar eventjes duren, want we weten dat zo’n dag draait om het oprekken van je comfort zone. Maar voor nu is dat even het prettigst.

En daar is ie dan, trainer G. Een versie van Youp van ’t Hek uit ’t Gooi. En zo praat ie ook. Maar zonder twijfel één brok ervaring. Mijn gedachten: ‘Cool, daar kunnen we als organisatie nog wat van leren!’, en ‘Oh, maar dat betekent ook dat ik waarschijnlijk kritisch naar mezelf moet kijken’. Nou vind ik mezelf helemaal geen verkeerde persoon, maar iedereen heeft verbeterpunten. En hoe zeer ik daar ook voor open sta, ik hoor nu eenmaal liever wat er wel goed is. Liever nog praat ik over schoenen, kapsels of iets anders oppervlakkigs, dan dat er aan mijn muurtje wordt gebrokkeld. Maargoed, met zo’n instelling komen we nergens, dus ik besluit te kiezen voor de puppy-modus en het lekker op me af te laten komen. We zijn namelijk een leuke groep collega’s en we zitten allemaal in hetzelfde schuitje. Als we dan toch kopje onder gaan, gaan we met z’n allen.

En geloof me, onder de betovering van trainer G. ga je met plezier. Met 5 collega’s en 5 touwtjes fanatiek een balletje in de lucht houden blijkt namelijk een uiterst serieuze aangelegenheid. Geblinddoekt (!) keihard rondrennen blijkt heerlijk bevrijdend. En samen proberen je handen uit een touwtje te krijgen werkt verwonderend. En soms voel je je een beetje stom, maar daardoor word je je wel bewust van je gedrag. Had ons van tevoren gezegd dat we zulke dingen zouden gaan doen, dan hadden we trainer G. vast hartelijk uitgelachen. En toch doen we het. Stuk voor stuk, met een hoop lol. En ja, als trainer G.’s betovering is uitgewerkt en je zit in de auto op weg naar huis, ja, dan voel je je best een oelepetoetje. Maar wel een met een paar mooie nieuwe inzichten. En daarom gaan wij oelepetoetjes het vanaf morgen helemaal anders doen. Nouja, met kleine stapjes dan.

En zo verandert trainer G. ons van een leuke organisatie in een nog leukere organisatie. En ohja, dat vinden klanten fijn en da’s ook nog eens goed voor de centjes. Een win-win situatie. Je zou zelfs kunnen zeggen een TripleWin situatie.

En wie weet: Misschien ga ik bij de volgende training zelfs wel bij een groepje collega’s zitten dat ik minder goed ken. O zo!

WC-snacks.

8 september 2014
Soms kom je op een punt in je carrière waarop je je afvraagt of je wel blij moet zijn dat je dat punt bereikt hebt. Dat je denkt; Heb ik hier nu al die moeite voor gedaan? Bloed, zweet en tranen heb ik geïnvesteerd, ik dacht dat ik lekker aan de weg aan het timmeren was. En dan overkomt je zoiets! Nu staat mijn schrijverscarrière (voor zover je daar al over kan spreken) nog in de kinderschoenen, toch heb ik al zo’n punt bereikt. En waarschijnlijk wist jij al lang dat ik dit punt bereikt had, maar voor mij kwam het besef als een flinke schok.

Op mijn website kan ik niet zien hoe vaak, door wie, waar en wanneer de blogs gelezen worden. Nouja, dat kan vast wel ergens, maar ik heb geen idee hoe en ik ben te lui om dat uit te zoeken. Als ik alleen op het aantal reacties en likes af ga op Facebook dan is mijn gevolg niet spectaculair. Wel hoor ik dat mijn collega’s en kennissen regelmatig een blogje meepikken en mijn moeder draagt haar complete vriendenkring op om mijn blogs bij te houden. Alleen die mensen ken ik, dus dat kan nog uit medelijden zijn. Leuk was het toen ik laatst een vreemde persoon aan de lijn had op mijn werk die aangaf mijn blog te volgen (‘Ik herken je naam, wat leuk dat ik je persoonlijk spreek!’, ‘Eeeh hihi, ja dankje…’). En mijn broer is recentelijk op z’n werk (in Tilburg!) verteld dat zijn zusje leuk blogt. Nu schrijf ik vooral omdat ik het zelf leuk vind, maar stiekem is het prettig om te merken dat er blijkbaar mensen zijn die ik niet emotioneel kan chanteren, die toch gezellig meelezen.

Dat maakt me wel benieuwd naar wat mensen er dan leuk aan vinden. Waar lach je om? Waar herken je je in? Leest er ook een uitgever of iemand anders mee die er iets nuttigs mee kan? En wanneer lees je het dan? Ik hoop niet in de auto… Maar ik kan me zo voorstellen dat ik prima pas in het reclameblok tussen GTST door. Of dat ik je gezelschap houd in de wachtkamer bij de dokter, of als je op de trein wacht… Misschien ben ik wel bij je als je vriendin kleding aan het passen is. Misschien heb ik de eer je saaie familiebezoek op te fleuren. Of misschien bezorg ik je een glimlach tijdens je lunchpauze.

Ja, nu ik er zo over nadenk maak ik volgens mij kleine autobiografische lectuur-snacks die overal tussendoor kunnen. Ik maak dus eigenlijk Breakers (van die zakjes yoghurt met sabbeltuutje), maar dan digitaal en met woorden. En ik kan je vertellen: het is me een eer om je te vergezellen op die nutteloze tijdstippen waarop je niets beters te doen hebt dan uit verveling mijn blog te lezen. Ik hoop dat ik je mentale wachttijd iets weet te verkorten en een glimlach op je gezicht weet te toveren.

Maar waar mensen voornamelijk mijn blog lezen, en daarmee kom ik terug op dat punt in je carrière dat je eigenlijk niet wilt bereiken, ontdekte ik toen ik collega M. vroeg of hij mijn nieuwe al blog gelezen had. Zijn antwoord: ‘Nee, want ik heb gisteravond niet op de wc gezeten.’
Dankjewel. Ik maak dus geen wachtkamer-snacks, maar wc-snacks. Voor tijdens de grote boodschap welteverstaan! Ieuw! Ik heb de dubieuze eer om jou gezelschap te mogen houden op het meest intieme moment van je dag. Dat ene moment voor jezelf dat je niet eens met je partner of met je kinderen deelt, daar maak je mij wel deelgenoot van.

Mooi, ik voel me vereerd! Want er zijn meer wc’s dan wachtkamers in Nederland en als ik jou later vanaf iedere wc in Nederland mag aankijken vanaf de achterflap van mijn boekje, dan heb ik het lang niet slecht gedaan!

Choc-Ellicious.

6 september 2014
‘Wie de bal kaatst, kan hem terug verwachten’, oftewel het risico van een blog. Dat is ook hartstikke leuk, want hoe meer reacties, hoe meer deze gelezen wordt. Nu is de inhoud van mijn blogs over het algemeen niet zo provocerend dat ik nare reacties krijg. Hoogstens is iemand het met me oneens, maar dat is een ieders goed recht en een goede discussie is nooit weg. Meestal zijn de reacties gelukkig positief.

Een leuke reacties was bijvoorbeeld die van collegaatje B., ook wel bekend als de vrouwelijke McGyver. Na mijn klaagzang over het ontbrekende maatschepje, mijn principe om daar geen geld aan uit te geven, en het principe om dat zéker niet bij AH te doen, rende B. naar haar autootje om daar een maatschepje uit te toveren. En niet zomaar een maatschepje: een knal-rose Vanish-maatschepje! Halleluja, mijn was is gered!
Het zou nog leuker zijn geweest als Albert Heijn mijn blog zou hebben opgepikt en me een jaar lang gratis boodschappen had aangeboden. Of in elk geval een pak wasmiddel met daarin een gouden maatschepje met mijn naam erin gegraveerd. Maarja, er moet iets te dromen overblijven, hè.

Afgelopen week, na de blog over Hello Fresh en mijn aversie tegen de superfood-trend, oh pardon ‘superfood-way-of-life’, had collega L. een uitdaging voor me. Zijn vrouw had een chocoladecake gebakken en was ervan overtuigd dat ik die lekker zou vinden! Nu kan vrouw E. van collega L. best een moppie bakken, want daar heeft ze een bedrijfje in, dus die uitdaging durfde ik wel aan. Je begrijpt, er zat een verantwoord addertje onder het gras, maar ik besloot er open-minded in te gaan. Dus toen ik aan stoeien was met de eerste hap, vroeg ik waar deze bruine substantie dan zo’n beetje van gemaakt was. Nou, 85% pure chocola, kokosolie, amandelmeel… Een soort brownie, maar dan zonder de soppige binnenkant. En ik moet zeggen; het smaakte best naar chocolade…

Maar wel naar heel gezonde chocolade. En, noem het vreemd, maar chocolade mag van mij overal naar smaken, behalve naar verantwoord en gezond. Ik mis de suiker! De romige melk! De slechte vetten! Cholesterol! Dat schuldgevoel maakt chocola juist zo lekker! Als ik gezond wil, eet ik wel sla.
Stel je hebt een broeierige affaire met een mysterieuze man. Je partner betrapt je en zegt: ‘Och schatje, ik wist het al lang, als jij maar gelukkig bent!’ Dan is toch de lol eraf? Het wordt in elk geval minder broeierig. En ik heb mijn chocolade graag broeierig. Als ik er geen dikke kont van krijg, is het voor mij geen chocolade.

Collega L. en vrouw E. hebben een goede poging gedaan om mij te bekeren tot het über-voedsel-dom. Maar ik houd het op een gelijkspel. Mochten anderen mij willen overtuigen van übergezond voedsel, dan houd ik me van harte aanbevolen, hoor! Hello Fresh misschien? Ik ga graag de uitdaging aan om een jaar lang over gratis gezond eten te bloggen. Die dikke kont eet ik er daarna wel weer aan, met chocolade… of frikandellen… Ja, waarom ik nog niet benaderd ben om de nieuwe Cora van mijn Mora te worden is me ook een raadsel.

Omdat ik dus straks toch weer een kont moet kweken, bekijk ik meteen even wat vrouw E. allemaal nog meer kan. Op http://cake-ellicious.nl/ zie ik behalve verantwoord glutenvrij en suikervrij gelukkig ook felgekleurde marsepeinen taarten en cupcakes. Hmmm, vooral dat laatste ziet er wel erg lekker uit…

Maar eeeh, Cake-Ellicious, misschien heb ik nog iets meer overtuiging nodig? ;-)

Hello!

1 september 2014
Vorige week liepen we door de stad toen we werden aangesproken door zo’n promotiemedewerker op straat. Een fris meisje met groene schort van Hello Fresh. Dat is een nieuw hip concept met groenten. Je kunt dan iedere week een pakket thuis laten bezorgen met daarin ingrediënten voor 3 of 5 maaltijden. Je moet het alleen wel zelf even koken.

Enfin, dat meisje zag ons, ze dacht: ‘Die zijn de mijne!’ en stelde dè openingsvraag waarop iedereen wel ´ja´ mòèt antwoorden: ‘Hello! Houden jullie ook van een lekkere gezonde maaltijd?’ Waarop ik in alle eerlijkheid zei: ‘Nou, wel van lekker, maar niet zo van gezond eigenlijk…’ Restte het frisse meisje alleen ons nog beteuterd een prettige dag te wensen. Niels moest lachen. Wat had ik het frisse meisje even zwaar gedist zeg! Toegegeven; Ik vind het meestal lollig om die straataasgieren de mond te snoeren, maar in dit geval was ik alleen eerlijk. Heus!

Regelmatige lezers van mijn blog weten dat ik helemaal niets heb met de hele hypergezond-met-superfood- geitenwollen-sokken-rare-ingrediënten-en-baard-trend.
‘Neeeeee!’, zegt de gezondheidsmaffia, ‘Het is geen trend maar een way of life!’ Nu heb ik het idee dat deze ‘way of life’ zich nu nog vooral concentreert rondom Amsterdam en ’t Gooi. In de rest van Nederland lachen ze je namelijk gewoon nog keihard uit als je een wortelsap bestelt. Wat? Zuurdesembrood? Een pistoletje kun je krijgen! In de supermarkt tref je al wel van die vage potjes met zaadjes die overal goed voor zijn, behalve voor je portemonnee. Dat is dan dus superfood. En man, als je dat in je winkelmandje hebt liggen, nou dan hoor je er pas echt bij!

Volgens mij hebben de geitenwollensokken onder elkaar ook een aparte groet, net als motorrijders. Of zoals homo’s een gay-dar hebben, herkennen superfoodfreaks elkaar ook. Misschien wel via geursignalen, want het is natuurlijk maar een kleine stap van zemelen naar geen deodorant en scheermesjes meer. Dat achterlijke übervoedsel wordt meer en meer het statussymbool van een groepje dat zichzelf nogal verlicht en verheven lijkt te voelen boven het plebs. Alsof ze een soort spannend geheimpje met elkaar delen. Heb jij het ook ontdekt? Ja? Oh wat goed voor je, snoes!

Laat ik duidelijk zijn. Ik hoor bij dat plebs en daar ben ik blij om, snoes! Ik wil best gezond eten, maar dan wordt het een salade. Liefst kant en klaar, en anders met sla uit een zakje, want een krop snijden vind ik een hoop werk en ik houd niet van zand in m’n eten. Ik houd van patat, frikandellen en mayonaise en daar voel ik me niet schuldig over. Ik kom geen energie tekort, kan gewoon naar de wc, ben niet tonnetjerond en, het zal je verbazen; Ik draag geen gouden ketting met mijn naam erop en zit niet op straat voor m’n voordeur.

Maargoed, openminded als ik ben (en er zat een € 20,- kortingsbon bij de post, dat hielp ook) heb ik toch de website van dat Hello Fresh bezocht. En eigenlijk is dat concept zo gek nog niet. Je hoeft niet meer over je eten na te denken, de gerechten zijn gevarieerd, vers en normaal. Geen gedoe met humus, acaïpoeder en hennepzaad. Addertje onder het gras is dat je wel meteen een abonnement aangaat en het is natuurlijk niet goedkoop. Verder is het een vast pakket, dus lust je het niet dan heb je een probleem. Je kunt niet zeggen; deze week effe niet want ik moet geen geitenkaas en doradefilet. En dat is echt jammer, want ik betaal niet de hoofdprijs voor iets dat ik niet lekker vind.

Dus, beste Hello Fresh: Dat gezonde eten is prima, maar als ik een maaltijd niet lust, kan ik die dan niet gewoon ruilen voor een Hello Frikandel?