Stiekem sportief.

31 januari 2016
Ergens is er iets misgegaan. Het ene moment keek ik uit het raam en dacht: ‘Mooi niet dat ik in die stortregen ga bootcampen!’ En het andere moment, zomaar, zonder dat ik er ook maar enige invloed op had, parkeerde ik mijn auto in de modderige berm van het Lingebos. Ach, ik ben vast de enige die vandaag is op komen dagen, dacht ik. Dus dat wordt gewoon een gesprekje met trainer E., zo van ‘Nou ja zeg, dat er niemand komt opdagen in dat beetje regen, hè? Pffff, daar laat een echte sportbikkel zich toch niet door tegenhouden? Maarja, als er verder niemand is, dan gaan wij ook maar, hè? Nou doei!’

Maar nee. Iedereen was er. Het was verschrikkelijk. Ik voelde me al een hele eindbaas omdat ik daar stond, maar een uur bootcampen in de regen was ik eigenlijk niet van plan. Je gaat toch niet in het bos rondhuppelen in de stromende regen? Maar er was zelfs iemand komen joggen vanuit Arkel. Vanuit Arkel. In de regen. Doe even normaal. Hoe moet ik me dan ooit sportief voelen? En tot mijn verbazing begonnen we aan de warming-up. Gaat er dan echt niemand zeggen dat we helemaal hartstikke debiel zijn met z’n allen? Nee? Dat we allemaal maandag ziek zijn als we dit achterlijke gedoe doorzetten? Maar hee, als iedereen het doet, dan kan ik niet achterblijven. Maar vooruit, de warming-up was nog onder een afdakje. Straks geeft er vast wel iemand op, dacht ik, en dan kan ik ook lekker naar m’n warme douche…’ En gelukkig, trainer E. zei dat we teruggingen naar de auto’s.

Maar nee. Ja, we gingen wel terug naar de auto, maar niet om te stoppen. Nee… Om autobanden te halen! Autobanden! En nog steeds niemand die er de brui aan gaf. Dus ik laat me niet kennen, gooi zo’n autoband om m’n middel en ren met de groep mee. Nog steeds kan mijn hoofd er niet bij dat ik aan het bootcampen ben in de regen, maar op de een of andere manier is dat wel wat mijn lichaam doet. De regen striemt in m’n gezicht en die autoband lijkt nog zwaarder dan normaal. Bij iedere stap probeer ik de diepste modderplassen te ontwijken. Mijn haar plakt tegen m’n gezicht en ik weet dat de mascara van gisteravond zich nu ergens halverwege mijn wangen bevindt.

Dan bedenkt trainer E. dat we een stukje door het gras gaan rennen. Tot dat moment waren mijn voeten nog het enige droge stukje Marissa. Maar er was geen houden meer aan. Ik omarmde mijn natte sokken. Ik moest wel, want de plassen waren niet te ontwijken en ik stond tot aan m’n enkels in het water. Op een gegeven moment raakte mede-bootcampster F. en ik een beetje achter. We overwogen letterlijk om af te snijden door een stuk te zwemmen.
De motivatie zakt me helemaal in de soppige schoenen toen trainer E. vrolijk verkondigde dat we ‘al’ op de helft van de tijd waren en dat we dus nog ‘maar’ een half uurtje hoefden. Ik zou namelijk zweren dat dit geploeter al anderhalf uur duurde.

‘This too shall pass’, ‘This too shall pass’, ‘This too shall pass’, fluisterde ik als een mantra tegen mezelf. Het zag er niet meer naar uit dat er voortijdig gestopt zou worden, dus dan maar mentaal sterk zijn. Nog een paar keer opdrukken op de autoband en ineens besefte ik het me: Ik ben aan het sporten. In de regen. En niemand houdt me onder schot. Dus eigenlijk loop ik hier vrijwillig.
Ja, ik vond het verschrikkelijk en dat schoof ik niet onder stoelen, banken of autobanden. Ja, ieder moment lonkte mijn bed, bad, douche en al het warms in mijn huis. Maar hee, ik lig me hier gewoon in de regen op te drukken en het lukt nog ook. Dat kon ik een half jaar geleden nog niet. En ik wil hier niet zijn, maar ik ben er toch. Volgens mij ben ik stiekem sportiever dan ik denk…

It takes balls to be a woman.

29 januari 2016
Tijdens de lunch ging het gesprek eens gezellig over verkrachtingen en aanrandingen. Aanleiding was Keulen, waar niemand over uitgepraat raakt. Een jonge mannelijke collega verkondigt met gebalde vuisten dat hij niet begrijpt hoe een man het in zijn hoofd haalt ongevraagd aan een vrouw te zitten. Het zou bijna aandoenlijk zijn als hij niet zo´n gelijk had. Wij, drie dames, hoorden hem gelaten aan. We legden uit dat je als vrouw niet door ieder ´wissewasje´ je leven kunt laten verpesten. Dat lang niet alle mannen zo denken als hij. We hoefden niets te benoemen, maar duidelijk was dat we alle drie te goed wisten waar we over praatten.

De verontwaardiging over Keulen is groot. Plotseling staat Jan en allemaal op de bres voor ´ons´ vrouwen, alsof we plotseling allemaal zielige slachtoffers zijn.
Maar houd je vast, want ik heb schokkend nieuws. Intimiderend gedrag, aanranding, verkrachting en ongewenste seksuele uitingen jegens vrouwen zijn aan de orde van de dag. Er is geen enkel excuus voor wat er in Keulen is gebeurd. Maar het is slechts een klein topje van de ijsberg:

3 jaar oud: Een man vroeg of ik met hem mee naar huis ging, want hij vond mijn blonde haar en blauwe ogen zo mooi. Hij had geitjes en konijntjes die ik mocht komen aaien. Hij droeg een licht pak, gouden ringen en had witgrijs haar. Zie hier mijn aller-vroegste herinnering. Het bleef bij die vraag, maar er is vast een reden dat ik dit nog weet. Waarschijnlijk snapte ik toen al dat het niet klopte.

11 jaar: Op kamp. Een jongere jongen probeerde een satéprikker tussen mijn benen te houden en zei daar onprettige dingen bij. Die heeft er uiteindelijk meer last van gehad dan ik, vermoed ik. Hoe tenger ik ook was, van me afschoppen kon ik inmiddels best.

12 jaar: Een inval-gymdocent prikte ons meisjes steeds in de buik met zijn wijsvinger en hielp ons een beetje ‘vreemd’ met koppeltje duikelen. Ik heb door de gymzaal geschreeuwd dat ‘als ie dat nog een keer deed, ik hem zou aanklagen voor seksuele intimidatie, lul!’ Blijkbaar had ik een punt, want ik heb nooit straf gekregen voor het uitschelden van een docent.

13 jaar: In het zwembad. Met hand en tand verdedigde ik me tegen een iets oudere jongen die zijn hand op plaatsen duwde waar ik die niet wilde hebben. Helemaal voorkomen lukte niet. Bij de politie vroeg ik na of ze iets konden doen. Had geen zin, zeiden ze. Uit ‘beleefdheid’ kreeg ik een kaartje mee voor als ik toch echt persé melding wilde maken.

14 jaar: ’s Middags op een bankje bij de skatebaan. Plotseling stonden er een stuk of 4 jongetjes om me heen die mijn kleding probeerden uit te trekken. Ze zullen rond de 12 zijn geweest. Ik trapte ze weg met mijn skates, beet in de hand die mijn mond dicht moest houden en skeelerde er vandoor. Ik durfde pas te stoppen toen ik een vriend tegenkwam die vroeg wat er in godsnaam aan de hand was.

15 jaar: Op de camping in Spanje liep ik ’s avonds terug naar onze stacaravan. Plotseling zat er een oudere jongen achter me aan terwijl hij in niet mis te verstane bewoordingen riep wat hij met me van plan was. Gelukkig was hij dronken waardoor ik sneller kon rennen dan hij. Die nacht was ik bang dat hij onder mijn raampje stond.

16 jaar: Ik ontmoette mijn eerste vriendje, 6 jaar ouder. Het bleek een monster dat me 4 jaar lang heeft gekleineerd, bedreigd, geslagen, geschopt, aangerand en verkracht. Ontelbare angstige momenten schieten me nu door het hoofd. Mijn aangifte is door de politie zeer hoog opgenomen, maar zoiets is nauwelijks te bewijzen.

19 jaar: Op stage in Luxemburg belde ik weleens vanuit een telefooncel. Het was klaarlichte dag, 50 meter verwijderd van mijn voordeur. Toen ik ophing trok een forse, gezette man de deur open. Hij versperde de doorgang en stelde vragen in de trant van wat zo’n mooi en lief meisje alleen op straat deed. Ik kon onder zijn arm doorglippen en rende naar huis.

Gelukkig was er vlakbij nog telefooncel, want die ene gebruikte ik even niet meer. Terwijl ik stond te bellen draaide ik me om en zag hoe een man in een bestelbusje ‘de hand aan zichzelf sloeg’ waarbij hij gebruik maakte van het uitzicht op mijn achterste. Ik schoot in de lach waarop hij snel wegreed.

25 jaar: Mijn nieuwe manager begon met verwijzingen die ik als grapje opvatte. Daarna deed hij oneerbare voorstellen, probeerde me te kietelen en duwde me klem in mijn stoel tegen het bureau als ik alleen in mijn kantoortje zat. Ik gaf aan hier niet van gediend te zijn en maakte duidelijk dat ‘het’ niet ging gebeuren. In zijn ego aangetast kleineerde hij me daarna tegenover mijn collega’s bij elke vergadering. Mede hierdoor nam ik ontslag.

Ik ben nu 32 jaar en dacht dat het zo’n beetje over zou zijn. Het jonge onschuldige is er wel vanaf en schaarde mezelf dus niet meer in de ‘risicogroep’. Toch is het onlangs nog nodig geweest om iemand op zijn intimiderende gedrag aan te spreken.

Naast bovenstaande opsomming zijn er nog de talloze keren dat er quasi-onschuldig langs mijn kont wordt ‘gegleden’. In een discotheek, in de kroeg, of in de Albert Heijn. Of de ‘Oeps, het is zo druk dat ik toevallig met mijn kruis tegen je opreed’. Of ‘Schampte ik nu per ongeluk met m’n arm langs je borsten? Ze zijn ook niet te missen.’ Nagehijgd worden tijdens het joggen, smakkende geluiden die groepjes jongens maken. ‘Kapsoneshoer’ genoemd worden als je niet reageert.

Ligt het dan aan mij? Lok ik het uit? Zend ik de verkeerde boodschap? Draag ik te onthullende kleding? Straal ik uit dat je dat zomaar bij mij kan doen? Kijk ik te uitdagend? Waarom overkomt dit soort dingen me steeds? Waarom moet ik het met me meedragen en komen zij er altijd mee weg?
Nee, inmiddels heb ik niet meer de illusie dat ik een uitzondering ben. Iedere vrouw heeft deze verhalen. Dit is wat je gebeurt als vrouw. Zo zit de maatschappij elkaar. Dus laten we starten met Keulen, maar laat dat pas het begin zijn van de lange weg die we met z’n allen hebben te gaan.

Ik ben een vrouwelijke, mooie, zelfverzekerde, trotse vrouw. Dat is hetgeen ik uitstraal met mijn houding, mijn kleding en mijn blik. Iedereen die daar een andere interpretatie aan geeft en zichzelf daardoor bepaalde rechten verleent, heeft een kronkel in het hoofd. Of dat nu in Keulen is, in Nederland, of in Saudi Arabië. Of ik nu in een skipak loop, een rokje, bikini of poedeltje naakt.

It takes balls to be a woman

Zwelgje.

3 januari 2016
Het begon veelbelovend. Geheel tegen de traditie in was Oud & Nieuw een gezellig feestje. Op Nieuwjaarsdag hebben we netjes de familie een fijn 2016 gewenst en daarna hadden we nog een heel weekend voor de boeg! Ik stel voor dat we Oud & Nieuw vanaf nu elk jaar op donderdagavond vieren. Wie doet er mee?

Gisteren hield de vreugde aan bij de bootcamp, gevolgd door een succesvolle lunch en shopping sessie in Rotterdam. Schoenen voor Niels. Jurkje voor mij. En tot overmaat van gelukzaligheid gisteravond online nóg een jurkje besteld dat al jaren op mijn verlanglijstje staat. Want één nieuw jurkje is hartstikke leuk, maar twee nieuwe jurkjes zijn natuurlijk veel leuker.
Gewoon omdat het kon, heb ik mezelf vanochtend maar even afgebeuld in de sportschool. Toegegeven, in 2015 zou dat niet in het rijtje met vreugdevolle feiten voorkomen, maar vandaag de dag sla ik een uurtje lichamelijke inspanning en een warme douche niet af. Ik denk zelfs dat ik morgen en overmorgen op mijn extra vrije daagjes ook maar een rondje ga hardlopen.

En toen, toen was ik er klaar voor. Het hoogtepunt van het weekend. Vanmiddag is de Nieuwjaarsborrel in De Knijp. Één van mijn goede voornemens dit jaar is vaker leuke dingen doen met vrienden, en daar valt een drankje doen zeker onder. Ik had de aankondiging al een paar keer langs zien komen en vond het een voldongen feit dat ik daar bij zou zijn. Niet dat ik plannen ondernam om mensen te mobiliseren, want ik ging er vanuit dat dit gewoon ging gebeuren. Dus ik app vanmiddag zo eens een paar mensen en dan gaat het helemaal goed komen. Dacht ik. Want wie wil er nu niet met mij naar de Nieuwjaarsborrel in de Knijp?

Nou, wat blijkt? Helemaal niemand wilde met mij naar de Nieuwjaarsborrel in De Knijp. Nou ja, ik geloof best dat de tent nu op z’n kop staat, maar niet met mensen uit mijn inner circle. Harmsen, ga dan alleen! Nee, want ik heb ‘mijn’ mensen al geappt. En die zijn er niet. En dan zit ik daar dus ofwel zielig in een hoekje, ofwel tegen mensen te praten die toch niet op me zitten te wachten. En daar ben ik te schijterig voor. Dames en heren, zie hier de eerste teleurstelling van 2016. Alsof ze wil zeggen: Jij blijft lekker thuis met je kont dit jaar. Wat nou drankjes in de stad? Je gaat maar Netflixen! Je bank heeft ook iemand nodig die erop zit. En die iemand ben jij. Jij gaat op je bank zitten en je komt er niet meer vanaf! In je Minnie Mouse trui. Onder een dekentje. Met je berensloffen. En de poes. Zwelgen in zelfmedelijden zal je!

2016: Je bent een bitch.
En ik zwelg in zelfmedelijden. In m’n Minnie Mouse trui.
En dat online gekochte jurkje zal ook wel niet passen.

Gelukkig nieuwjaar.

Ambitiebroek.

21 december 2015
´Zou ik het aandurven?’, vroeg ik mezelf af. De ontluikende bloemen keken me spottend aan. De tijgers loerden vervaarlijk door het gebladerte heen. Moet ik het proberen? Of moet ik nog even wachten? Ik heb het natuurlijk over de print op mijn broek. En niet zomaar een broek. Mijn ambitiebroek.

Anderhalf jaar geleden heb ik alle kleding die niet meer paste rigoureus in de zak van Max gemieterd. Behalve deze. Als ik eerlijk ben kreeg ik haar niet eens meer fatsoenlijk over mijn bovenbenen. En als ik me er dan met bruut geweld in had gewurmd, kon ik niet meer zitten. Alleen… er staan tijgers op! En jungle en bloemen! Hoe kan ik nu afscheid nemen van een broek met tijgers en jungle en bloemen? Dus ik besloot haar te houden en heel diep weg te stoppen in m’n kast. Zo af en toe kwam ik haar weer tegen. Met weemoed dacht ik dan terug aan de tijd dat ik er nog soepel in gleed en de knoop daadwerkelijk dicht kreeg. Eerst had ik nog de hoop er ooit weer in te passen, maar ze verdween steeds dieper in m’n kast en daarmee ook de hoop. Ik probeerde het te laten rusten, maar ergens bleef het knagen. Want eenmaal ambitiebroek blijft toch ambitiebroek.

Je raad het al; Toevallig kwam ik haar weer tegen vandaag. Plotseling had ze haar weg gevonden vanuit de krochten van mijn kast naar de oppervlakte. Plotseling lag ze daar te shinen als altijd. Een beetje geweldig en gewaagd te wezen met die gele tijgers en groene bladeren. Ze glimlachte verleidelijk naar me, provoceerde me. Zou ik…?
Nu heb ik de afgelopen tijd redelijk m’n best gedaan met sporten en eten. En de laatste weken is zelfs de weegschaal het daarmee eens. Wat een dilemma! Als ze past, weet ik dat ik op de goede weg ben. Maar als ze niet past is dat een uitermate teleurstellende ervaring. Een trauma waar ik waarschijnlijk veel chocola bij nodig zou hebben om het te boven te komen. Dus kon ik niet beter even wachten totdat ik het zeker zou weten? Misschien nog een kilootje of 2 zodat het geen teleurstelling zal zijn? Maar hee, ik heb zojuist de Santa Run gelopen. Als er een moment is dat ik strak en afgetraind ben moet het nu zijn!

Dus de nieuwsgierigheid won het van de vrees. De spanning was te snijden. Eerst mijn rechtervoet. Daarna de linker. Over m’n kuiten, bovenbenen, en floep, de billen. En dan het knoopje… Het moment van de waarheid.
En zonder enige moeite of buik inhouden ging het knoopje dicht. En dan draag je ineens weer je ambitiebroek van een paar jaar terug. Ik deed een sprongetje en een dansje. Ze zat nog wel ietsje strak om de bovenbenen, maar hee, ze past!

Goh, dacht ik, dan zal ik ook wel een hele goede BMI score hebben. Dus enthousiast google ik zo’n calculator en vul snel de gegevens in. Jippie, ik heb een gezonde BMI score! Oh en ik kan ook mijn ideale gewicht berekenen, ik ben benieuwd! Wat denk je; Blijkt dat ik daarvoor nóg 5 kilo moet afvallen!

Kutcalculator.

Ah schiet te hulp.

16 december 2015
Nee, waarom zou het verse sap ook gewoon bij de andere sappen staan? Ik moest alleen crème fraîche, bananen en een vers sapje. Moet in 5 minuten te doen zijn. Maar ik had er al 4 rondjes AH opzitten en werd pissiger en pissiger. De bananen lagen inmiddels beurs in mijn mandje en de crème fraîche was bijna kaas, maar geen verse sapje te bekennen. Ik kan maar niet wennen aan die verdomde nieuwe indeling en voel me een verdwaalde demente bejaarde als ik er rondloop.

Het goede nieuws is dat supermarktmedewerkers tegenwoordig ingezet worden als maatschappelijk werker. Ze maken nu melding bij een of andere instantie als ze vermoeden dat het niet zo goed gaat met een oudere klant. Met mijn bijna 32 lentes kan ik toch ruimschoots tot de oudere klanten worden gerekend. En het ging zeker niet goed met me. Dus gelukkig was ik in goede handen.

Ik ging op zoek naar een supermarktmedewerker. Nergens iemand in een blauw pakje te bekennen natuurlijk. Nu is mijn zicht wat achteruit gegaan in de loop der jaren, maar ik had echt mijn bril op. Uiteindelijk liep er een puisterige puber mijn richting op. Als overduidelijk verdwaalde oudere zou hij me vast te hulp schieten. Maar hij deed eigenlijk zijn best om vooral geen oogcontact te maken. Nu is deze oudere niet voor één gat te vangen, dus had die even pech;
‘Jongeman!’ Vermoeid draaide hij zich om en ik hoorde hem denken ‘Oh shit, weer zo’n demente’. Hij had duidelijk geen idee wie hij voor zich had.
‘Mag ik je iets vragen? Ik ben op zoek naar het de verse sapjes, waar staan die tegenwoordig?’
‘Eh ja, ik heb geen idee. Misschien in de koeling bij het sap?’
‘Ik ben al 4 keer rond geweest en in het bijzonder bij de koeling bij het sap. Daar staat het niet.’
‘Oh ja, eehm, dan weet ik het ook niet.’ Ik keek hem strak aan en zag de twijfel tussen de vecht- of vlucht reactie in zijn ogen. Dus ik besloot om hem een handje te helpen.
‘Daarom vraag ik het aan jou. Omdat ik het niet kan vinden. En jij werkt hier, dus hoe ga jij ervoor zorgen dat we dit mysterie oplossen?’ Hij was duidelijk niet gewend zelf na te denken.
‘Ehm, ik kan wel even kijken of ik een collega kan vinden…’
‘Dat klinkt als een plan!’ Hij stoof ervandoor. Nu wist ik dat hij geen collega zou vinden, want anders had ik die ook wel gevonden, maar hee ik ben maar een demente bejaarde.
‘Mevrouw, ik kan niemand vinden, dus…’ En hij deed een poging om te ontsnappen.
‘Sorry wacht eens even, verwacht je nu van mij dat ik rondjes blijf lopen tot ik de verse sapjes tegen het lijf loop? Of dat ik hier blijf staan wachten tot de verse sapjes mij tegen het lijf lopen?’
‘Oh eeehm, nee… Ik zal wel even naar achteren lopen om te kijken of daar een collega is.’
‘Nou, dat lijkt me wel wat. Wacht ik even hier, goed?’
Vol verwachting klopte mijn hart. ‘Nou, het staat helemaal vooraan, naast het vlees. Eeehm, ik loop wel even mee.’

‘Goh zeg, naast het vlees. Dat is wel verrassend, vind je ook niet?’
De arme drommel wist niet wat het goede antwoord was en ik zag de vertwijfeling weer toeslaan. Ik besloot hem uit z’n lijden te verlossen. ‘Dan vind ik het wel hoor, dankjewel!’

Misschien moeten ze dat plannetje in AH Gorinchem nog maar even uitstellen. Als ik echt een demente bejaarde was geweest had ik mezelf waarschijnlijk al lang voor een winkelwagentje gegooid.

Just shoot me.

6 december 2015
De wind waaide woest door mijn haar. Dat was kut, want ik had een half uur gedaan over het perfecte kapsel. Daar in de verte was het; de studio waar we met de schoonfamilie op de foto moesten. Heeft m’n schoonzus ‘gewonnen’ via vakantieveilingen. Dat biedt vertrouwen hè, een fotograaf die voor zijn inkomsten afhankelijk is van vakantieveilingen. Maar hee, alles voor de schoonfamilie. Met de ene hand hield ik mijn haar in bedwang, met de andere hield ik mijn jas dicht. Desalniettemin blies de wind onder mijn rokje en onhandig baanden we ons een weg over het veel te drukke kruispunt. Aangekomen zagen we een totaal verlaten pand met stickers ‘te huur’ op het raam. De rest was er nog niet. Niels opperde dat ze misschien al binnen waren en ik vroeg me of welk deel hij niet snapte: Verlaten? Of ‘te huur’?

‘Er stond geen telefoonnummer en ik heb ook geen mail meer teruggekregen…’, zei schoonzuslief. Dus ik sta hier op m’n vrije zaterdagmiddag in de ijzige wind, in de lak en make-up, in m’n goeie goed, met gevaar voor eigen leven in de sloppenwijken van Rotterdam-Zuid en dat bedrijf is opgedoekt?
Schoonzus S. had nog een adres. Gelukkig stond daar wel een echte persoon aan de balie. Met een agenda. Een agenda waar wij niet op stonden ingepland…
Maargoed, La Place was dichtbij en we mochten zo terugkomen. Ook dat biedt vertrouwen; Een fotograaf die het niet druk heeft zo voor de feestdagen. Ik schudde die gedachte maar van me af om me bezig te houden met belangrijkere zaken. Ondanks dresscode ‘netjes’ liep iedereen in spijkerbroek en viel mijn koninklijke blauwe jurkje nogal uit de toon. Voorbereid als altijd, toverde ik ook maar een spijkerbroek uit mijn tas en wurmde me erin op een onfris toilet. Ik ben er klaar voor.

‘Goed, wie wil er als eerste?’ Dus daar ging ik. Volgens de fotomeneer was ik makkelijk om leuk op de foto te zetten. Kijk, dat was een goed begin. Heb ik toch niet voor niets al die seizoenen America’s Next Topmodel gekeken. Dus na 2 minuten nam ik de shoot over en trok de grote rode fauteuil erbij. ‘Zo, klaar!’, zei de fotomeneer. Nee, dat zijn we niet. Ik zou ik niet zijn als er geen gekke foto bij zou zitten. Dus ging ik ondersteboven in de stoel hangen en ‘klik!’. Ok, nú zijn we klaar.

Nadat we allemaal in verschillende samenstellingen op de gevoelige plaat waren vastgelegd, konden we even later de foto’s bekijken. En verdomd, wat een beetje belichting al niet kan doen. De poses zijn niet heel verrassend, maar we staan er knap op!
Ik was bijzonder benieuwd naar mijn laatste foto. Die bleek grappig en lekker spontaan. Geen afgehakte ledematen, geen rolletjes waar ik ze niet wil. Kortom, ik was tevreden.

‘Hij is best leuk geworden, hè fotomeneer, die laatste?’ Zijn gezicht betrok een beetje en aarzelend bracht hij ‘mmmjah’ uit. ‘Oh, jij vindt het niks?’,’Hmm nouww…’. ‘Goed, jij bent de expert, wat is jouw professionele mening dan?’
‘Ik vind hem een beetje hoerig.’
‘Hoerig?’
‘Ja.’
‘Ja, ik snap wel wat ie bedoelt, hoor Maris!’, beaamde schoonmoederlief.

Top.

Oordeel zelf...

Oordeel zelf…

Pleidooi voor jurkjes en hakken.

26 november 2015
Dames, we moeten meer jurkjes en hakken dragen. Ik draag dat inmiddels regelmatig. Zo ook vandaag. Vanochtend zag ik mezelf in de reflectie van de glazen deur op mijn werk en dacht: ‘Verdikkeme, dat staat me goed!’ Tegelijkertijd vond ik mezelf nogal arrogant en narcistisch om die gedachte. En dat is nu precies waar hem de schoen wringt. Mensen sporten zich suf of leven op een blaadje sla omdat ze een beter figuur willen. Durven niet naar het zwembad omdat ze zich dan in zwemkleding moeten vertonen. Iedereen is maar onzeker over zichzelf. Blijkbaar is dat hip. Maar het enige dat je nodig hebt, is een goed jurkje en een paar mooie hakken.

Zelf was ik eerst ook niet blij. Omdat ik niet meer het figuur heb van toen ik 18 was. Ik was altijd petite en smal. En plotseling was dat afgelopen. Mijn broeken kwamen niet meer over mijn heupen, bloesjes konden niet meer dicht. Onder een kort rokje zag ik alleen twee grote hompen vlees. Totdat ik bedacht; ‘Ik ben niet dik, ik ben een vrouw!’
Natuurlijk, de mode die 15-jarige modellen showen kan ik beter niet meer aantrekken. Maar moet ik dat nog willen dan?

Nee dus. Ik koop vrouwelijke kleding die bij mijn figuur past. Sterker nog; kleding waarin mijn figuur wordt benadrukt. En in jurkjes en hakken lukt dat nu eenmaal het best. En ik vind; beter overdressed dan underdressed. Want als ik ’s ochtends voor de spiegel sta denk ik liever ‘Zo, komt die kont even goed uit in deze jurk!’, dan ‘Zo, gelukkig ben ik weer bedekt onder een dikke slobbertrui!’. Maar niet alleen dat. Want als je er leuk uitziet, val je op. En dan krijg je daar complimenten over. En daar word je dan weer extra vrolijk van. En er is volgens mij niets hippers dan stralen van zelfvertrouwen.

En dat gun ik jou ook! Echt, er zouden meer jurkjes gedragen moeten worden. Daar wordt de wereld een stuk leuker van. Want dames, ik wil niet vervelend zijn, maar sommige van jullie lopen erbij als een stel uitgezakte zeugen. Zonde. Want aandacht voor je uiterlijk is een verkapte vorm van aandacht voor de ander. Te veel moeite? En zou jouw vent ook weer voor je kiezen als hij je nu voor het eerst zou ontmoeten? In je verwassen trainingspak en je scheve Uggs? Laten we eerlijk zijn, hij zou met een grote boog om je heen lopen. En dat is gewoon je eigen schuld. En ja, dan kan ik het ook niet helpen als zijn blik per ongeluk eens naar mij afdwaalt. Want je kunt er ook voor zorgen dat ie elke dag opnieuw weer een beetje verliefd op je wordt.
Dames, draag jurkjes. Doe je het niet voor jezelf, doe het dan voor je vent. Wees trots op je lijf, want je mag er zijn. Je moet alleen wel een beetje aandacht besteden aan de verpakking.

Een waarschuwing is echter wel op zijn plaats, want voor je het weet brengt je man je plotseling ontbijt op bed! En als je maar genoeg complimentjes krijgt, zie je straks nog je eigen reflectie en denkt: ‘Verdikkeme, dat ziet er goed uit!’ En dat zou natuurlijk maar arrogant en narcistisch zijn.

Stralen maar!

Stralen maar!


En kijk mijn man eens trots zijn!

En kijk mijn man eens trots zijn!

Je suis Minnie.

14 november 2015
‘Niels, wil je iets anders opzetten?’ Ik kijk liever geen ‘slechte’ dingen voordat ik ga slapen, want dan lukt me dat niet. Slecht-nieuws-televisie verdraag ik met de tijd steeds minder goed. Ik word er intens verdrietig van, dus sluit me daar op sommige momenten voor af. Titanic kijk ik bijvoorbeeld ook nog maar totdat ie gaat zinken.

Vanochtend was de schok des te groter. Daar zat ik op de bank, 08:50 uur. En ik zag een reclame voor ‘Playback je Gek’, met Jandino in een gouden glitterjasje en al die extra tanden in zijn mond. Nu vind ik toch al dat Jandino de laatste tijd nogal vaak op televisie is, maar vanochtend moest hij bijna bukken voor mijn afstandsbediening.
Het contrast met enkele seconden geleden kon namelijk niet groter zijn. Toen prikten de tranen achter mijn ogen bij het zien van de extra nieuwsuitzending. Ik mijmerde over de mooie dagen ik in Parijs heb beleefd. Aan de tas die m’n moeder wilde, maar de winkel was dicht. Aan alle keren dat ik met een gelukzalige glimlach door Disneyland liep. Nu voel ik verslagenheid, onbegrip, woede. Angst.

En wat een hoop machtsvertoon. Hele legers worden aangerukt om in Parijs te patrouilleren. Soldaten die met hun geweer moeten zorgen voor de veiligheid. Achteraf.
Ik hoor krachttermen als: We laten ons niet klein krijgen! We zijn in opperste staat van paraatheid! We geven ons niet gewonnen!
Gaan extra militairen en extra wapens de boel veiliger maken? Er loopt sinds Charlie Hebdo al een hele kudde militairen door de straten van Parijs. En dat heeft dus geen drol uitgehaald. Sowieso een beetje paradoxaal om meer veiligheid te willen creëren met meer wapens.

Begrijp me niet verkeerd, ik heb ook het antwoord niet. De waarheid is: We hebben allemaal geen idee. Mannen in pak veinzen met hun commissies en terrorisme-experts een gevoel van zekerheid en veiligheid dat keer op keer onderuit wordt gehaald. Maar feit is dat iedere malloot met een pistool een bloedbad kan aanrichten zonder dat iemand iets in de smiezen heeft. In Nederland is de terreurdreiging nog steeds ‘substantieel’. Wat zoveel betekent als dat er geen concrete aanwijzingen zijn voor aanslagen, maar dat het ook niet wordt uitgesloten. Ik hoor: we hebben geen idee, dus we houden maar een flinke slag om de arm. Daar sta je dan met je terrorisme-expertise.
Niemand heeft de oplossing. Maar duidelijk is dat wat we nu doen, niets oplost.
Misschien is dit een dreiging waar we mee moeten leren leven. Wil ik dat accepteren? Nee. Maak ik me er druk over? Ja. Maar ik heb er geen invloed op. Dus, wat dan?

Er zijn drie dagen van nationale rouw afgekondigd en Disneyland is vandaag dicht. Allemaal begrijpelijk, maar het heeft zo weinig zin. We moeten doorgaan en ons leven leven. Plezier hebben in elke dag. Carpe Diem en dat soort shit. En dan kan ik veel van Jandino vinden, maar hij staat vanavond toch maar mooi te playbacken in z’n gouden glitterjasje.

Dus besluit ik ook door te gaan. Vandaag wil ik bij de bootcamp niet bij de laatste groep horen. En vandaag wil ik lekker samen gaan lunchen in de stad.
Bij wijze van statement draag ik daarbij natuurlijk mijn Minnie Mouse trui. Omdat bang zijn zo weinig zin heeft. En omdat mijn gedachten uitgaan naar hen die vandaag voor een gesloten Disneyland staan. Dat moet verschrikkelijk zijn.

Op de dansvloer.

2 september 2015
Ik kreeg de mail en ik dacht meteen: Ja leuk, ga ik doen! Ik heb mezelf zonder enige twijfel direct opgegeven voor iets dat ik niet snel zou doen. Ik heb me niet afgevraagd of ik het wel kon. Of het er stom uit zou zien. Me geen zorgen gemaakt over het feit dat er foto’s en filmpjes worden gemaakt. Ik heb anderen zelfs geadviseerd lak te hebben aan hoe je dan op zo’n filmpje staat, want je doet het tenminste. En dat is avontuurlijker dan aan de zijlijn staan.

Als kind omschreef mijn broer me als een ‘meisje van de wereld. Ik deed alles, wilde alles. Vroeg me niet af of het wel zou lukken, of ik geen modderfiguur zou slaan, wat anderen ervan zouden vinden. Korfballen, playbackshows, dansjes, stratenloop, tochten schaatsen, voorleeswedstrijden, tafeltennissen. Niets was te gek. Werd er iets georganiseerd, dan was ik erbij! Vanzelfsprekend! Zelfs bij de kerstboomverloting. Wat moest ik nou met een dode kerstboom? Ik zat op paardrijden, ballet, speelde klarinet en zong in een kinderkoor. Was ik klassenvertegenwoordiger, deed mee aan de toneelstukken en zat in de feestcommissie. Wist ik veel hoe je een goed feest organiseerde, dat zag ik dan wel weer. Als een ander het kon, kon ik het ook.

Ergens tussen toen en nu is dat ontzettend mis gegaan. Ik heb me ervan laten overtuigen dat ik er niet leuk uitzag, raar beweeg, niet kan dansen, niet kan zingen, geen leuke kleding draag, mijn haar stom zit, een vervelende stem heb, raar loop en… nou ja je snapt het. De impact op het pubermeisje van toen zou nog lang doordreunen. Ik durfde niet meer, was het niet meer waard, kon het niet meer, wilde niet meer. Dus deed ik maar niet meer. En ik had het zelf niet eens zo door. Alsof je een steen in het water gooit. De steen zinkt, maar de kringen groeien oneindig door in het water.

Tot ik vanavond de komkommer stond te snijden voor de salade en ik terugdacht aan hoe heldhaftig ik me vandaag had opgegeven voor dat ene. Ik besefte me plotseling: Hee, ik doe weer dingen! Ik probeer weer dingen! En dat doe ik eigenlijk al een poosje! Tot mijn verbazing lukt er ook nog weleens wat. Bootcampen is één van die dingen. Maar ook squashen. Hoewel ik mensen die blijven kijken wel kan schieten. Jullie tijd is om, opzouten. Geef het nog een paar weken en dan denk ik; Ik speel Golden Retriever squash, ik sta ver boven jullie bureaucratische spelregels. Ik herinnerde me dat ik best creatief kan zijn en ging haken. Als vrijwilliger geef ik nu huiswerkbegeleiding aan kinderen die dat goed kunnen gebruiken. Vriendinnen hebben ontdekt dat ik handig ben met haar. Invlechten, opsteken, knotjes… Ik doe nu hun haar als ze een bruiloft hebben. En het blijft nog zitten ook. Dat deed ik eigenlijk vroeger al in de schoolpauze.
Na jaren aan de kant te hebben gestaan, sta ik nu weer op de dansvloer. Als ik struikel, dan maak ik er een nieuwe dansmove van. En als ik val, is Niels er om me op te vangen.

Na meer dan 10 jaar is het water is tot stilstand gekomen en herken ik mezelf weer in de reflectie. De steen zal er altijd blijven, maar wel op de bodem. En weet je wat; Het maakt me niet uit of ik iets nu wel of niet goed kan, als ik het leuk vind, probeer ik het gewoon. Het maakt me niet zoveel meer uit wat anderen ervan vinden. Om maar even een intelligent citaat van Gordon aan te halen: Daar heb ik zoveel schijt aan dat ik stront tekort kom.

Feeling hot, hot, hot…

25 oktober 2015
Beste trainer E.,

Ik weet dat ik al twee weken niet heb gebootcampt.
Wees gerust, binnenkort zal ik weer mijn vertrouwde positie achteraan in de groep weer innemen. Maar ik heb een paar planning-issues waaronder de kapper, en je begrijpt; Hoe hard we ook bootcampen, ons haar moet wel goed zitten.

Een paar maanden geleden zou ik blij zijn geweest dat ik mijn bed niet uit hoefde om in een koud donker bos rond te hupsen, maar ik ben veranderd. Niet dat ik elke zaterdagochtend onder luid gezang uit bed spring, maar als ik er eenmaal weer sta vind ik mezelf echt een leeuwin.
Bij de eerste passen vraag ik me nog steeds af wat ik er ook alweer doe, maar dan denk ik ‘RRRROAR!!’ en ga ervoor. Bovendien, de zaterdaggroep is een feestje op zich! We moeten onszelf er allemaal naartoe slepen, maar we doen het toch maar mooi. Onder het genot van de door jou bedachte martelgang houden we ons theekransje, om uiteindelijk vol trots een energiedrankje naar binnen te slurpen.

Ik kijk serieus uit naar dat uur gaan-met-die-banaan. Een uur niets meer dan zorgen dat ik het volhoud zonder neer te vallen. En ik voel me er goed bij. M’n lontje is wat langer, ik maak bewustere keuzes en bruis van de energie. En ik wil niet dat dat gevoel verloren gaat nu ik even niet kan op zaterdagochtend. Bovendien is mijn conditie best verbeterd. Het zou zonde zijn om weer opnieuw te moeten beginnen.

Dus trainer E., ik heb de stoute schoenen aangetrokken. De stoute hardloopschoenen welteverstaan. Jawel! En dat niet alleen; ik heb mezelf schuin opgedrukt tegen een brugleuning. Afgewisseld met die oefening tegen bovenarm-flapjes. Het voelde wel ongemakkelijk. Ik liep langs een school en voelde minderjarige oogjes priemen in m’n sportieve rug. Werd aangestaard door gemeentewerkers. Werd zelfs nagehijgd door schorriemorrie onder de half-pipe. Maar ik liet me niet uit het veld slaan. Want daar liep een mevrouw met een hondje. Die vindt ongetwijfeld dat ik heel goed bezig ben en gaat vast iets positiefs zeggen. Ze zei inderdaad iets: ‘Nou, lekker koud zo zonder jas’. Pardon?

Zweetdruppeltjes parelen op mijn voorhoofd. Brandweerauto’s zijn minder rood dan mijn gezicht nu. Aardbeien zouden jaloers zijn. Clini Clowns willen mijn hoofd als neus. Ik kan zo in een paprika-stoplicht. Of een gewoon stoplicht. Dat liedje van Marco Borsato gaat over mijn wangen. Kreeften springen beschaamd terug de pan in. Symphonica in Rosso belde of ze hun rosso terug mogen.
Hoe komt die muts erbij dat ik het koud heb? Dus…
´Nou mevrouw, ik ben al heet genoeg van mezelf, hoor.´

Geen zorgen trainer E., binnenkort is deze leeuwin weer terug. Met vers geknipte manen.
Kan ik nog heter worden.