Ah schiet te hulp.

16 december 2015
Nee, waarom zou het verse sap ook gewoon bij de andere sappen staan? Ik moest alleen crème fraîche, bananen en een vers sapje. Moet in 5 minuten te doen zijn. Maar ik had er al 4 rondjes AH opzitten en werd pissiger en pissiger. De bananen lagen inmiddels beurs in mijn mandje en de crème fraîche was bijna kaas, maar geen verse sapje te bekennen. Ik kan maar niet wennen aan die verdomde nieuwe indeling en voel me een verdwaalde demente bejaarde als ik er rondloop.

Het goede nieuws is dat supermarktmedewerkers tegenwoordig ingezet worden als maatschappelijk werker. Ze maken nu melding bij een of andere instantie als ze vermoeden dat het niet zo goed gaat met een oudere klant. Met mijn bijna 32 lentes kan ik toch ruimschoots tot de oudere klanten worden gerekend. En het ging zeker niet goed met me. Dus gelukkig was ik in goede handen.

Ik ging op zoek naar een supermarktmedewerker. Nergens iemand in een blauw pakje te bekennen natuurlijk. Nu is mijn zicht wat achteruit gegaan in de loop der jaren, maar ik had echt mijn bril op. Uiteindelijk liep er een puisterige puber mijn richting op. Als overduidelijk verdwaalde oudere zou hij me vast te hulp schieten. Maar hij deed eigenlijk zijn best om vooral geen oogcontact te maken. Nu is deze oudere niet voor één gat te vangen, dus had die even pech;
‘Jongeman!’ Vermoeid draaide hij zich om en ik hoorde hem denken ‘Oh shit, weer zo’n demente’. Hij had duidelijk geen idee wie hij voor zich had.
‘Mag ik je iets vragen? Ik ben op zoek naar het de verse sapjes, waar staan die tegenwoordig?’
‘Eh ja, ik heb geen idee. Misschien in de koeling bij het sap?’
‘Ik ben al 4 keer rond geweest en in het bijzonder bij de koeling bij het sap. Daar staat het niet.’
‘Oh ja, eehm, dan weet ik het ook niet.’ Ik keek hem strak aan en zag de twijfel tussen de vecht- of vlucht reactie in zijn ogen. Dus ik besloot om hem een handje te helpen.
‘Daarom vraag ik het aan jou. Omdat ik het niet kan vinden. En jij werkt hier, dus hoe ga jij ervoor zorgen dat we dit mysterie oplossen?’ Hij was duidelijk niet gewend zelf na te denken.
‘Ehm, ik kan wel even kijken of ik een collega kan vinden…’
‘Dat klinkt als een plan!’ Hij stoof ervandoor. Nu wist ik dat hij geen collega zou vinden, want anders had ik die ook wel gevonden, maar hee ik ben maar een demente bejaarde.
‘Mevrouw, ik kan niemand vinden, dus…’ En hij deed een poging om te ontsnappen.
‘Sorry wacht eens even, verwacht je nu van mij dat ik rondjes blijf lopen tot ik de verse sapjes tegen het lijf loop? Of dat ik hier blijf staan wachten tot de verse sapjes mij tegen het lijf lopen?’
‘Oh eeehm, nee… Ik zal wel even naar achteren lopen om te kijken of daar een collega is.’
‘Nou, dat lijkt me wel wat. Wacht ik even hier, goed?’
Vol verwachting klopte mijn hart. ‘Nou, het staat helemaal vooraan, naast het vlees. Eeehm, ik loop wel even mee.’

‘Goh zeg, naast het vlees. Dat is wel verrassend, vind je ook niet?’
De arme drommel wist niet wat het goede antwoord was en ik zag de vertwijfeling weer toeslaan. Ik besloot hem uit z’n lijden te verlossen. ‘Dan vind ik het wel hoor, dankjewel!’

Misschien moeten ze dat plannetje in AH Gorinchem nog maar even uitstellen. Als ik echt een demente bejaarde was geweest had ik mezelf waarschijnlijk al lang voor een winkelwagentje gegooid.

Just shoot me.

6 december 2015
De wind waaide woest door mijn haar. Dat was kut, want ik had een half uur gedaan over het perfecte kapsel. Daar in de verte was het; de studio waar we met de schoonfamilie op de foto moesten. Heeft m’n schoonzus ‘gewonnen’ via vakantieveilingen. Dat biedt vertrouwen hè, een fotograaf die voor zijn inkomsten afhankelijk is van vakantieveilingen. Maar hee, alles voor de schoonfamilie. Met de ene hand hield ik mijn haar in bedwang, met de andere hield ik mijn jas dicht. Desalniettemin blies de wind onder mijn rokje en onhandig baanden we ons een weg over het veel te drukke kruispunt. Aangekomen zagen we een totaal verlaten pand met stickers ‘te huur’ op het raam. De rest was er nog niet. Niels opperde dat ze misschien al binnen waren en ik vroeg me of welk deel hij niet snapte: Verlaten? Of ‘te huur’?

‘Er stond geen telefoonnummer en ik heb ook geen mail meer teruggekregen…’, zei schoonzuslief. Dus ik sta hier op m’n vrije zaterdagmiddag in de ijzige wind, in de lak en make-up, in m’n goeie goed, met gevaar voor eigen leven in de sloppenwijken van Rotterdam-Zuid en dat bedrijf is opgedoekt?
Schoonzus S. had nog een adres. Gelukkig stond daar wel een echte persoon aan de balie. Met een agenda. Een agenda waar wij niet op stonden ingepland…
Maargoed, La Place was dichtbij en we mochten zo terugkomen. Ook dat biedt vertrouwen; Een fotograaf die het niet druk heeft zo voor de feestdagen. Ik schudde die gedachte maar van me af om me bezig te houden met belangrijkere zaken. Ondanks dresscode ‘netjes’ liep iedereen in spijkerbroek en viel mijn koninklijke blauwe jurkje nogal uit de toon. Voorbereid als altijd, toverde ik ook maar een spijkerbroek uit mijn tas en wurmde me erin op een onfris toilet. Ik ben er klaar voor.

‘Goed, wie wil er als eerste?’ Dus daar ging ik. Volgens de fotomeneer was ik makkelijk om leuk op de foto te zetten. Kijk, dat was een goed begin. Heb ik toch niet voor niets al die seizoenen America’s Next Topmodel gekeken. Dus na 2 minuten nam ik de shoot over en trok de grote rode fauteuil erbij. ‘Zo, klaar!’, zei de fotomeneer. Nee, dat zijn we niet. Ik zou ik niet zijn als er geen gekke foto bij zou zitten. Dus ging ik ondersteboven in de stoel hangen en ‘klik!’. Ok, nú zijn we klaar.

Nadat we allemaal in verschillende samenstellingen op de gevoelige plaat waren vastgelegd, konden we even later de foto’s bekijken. En verdomd, wat een beetje belichting al niet kan doen. De poses zijn niet heel verrassend, maar we staan er knap op!
Ik was bijzonder benieuwd naar mijn laatste foto. Die bleek grappig en lekker spontaan. Geen afgehakte ledematen, geen rolletjes waar ik ze niet wil. Kortom, ik was tevreden.

‘Hij is best leuk geworden, hè fotomeneer, die laatste?’ Zijn gezicht betrok een beetje en aarzelend bracht hij ‘mmmjah’ uit. ‘Oh, jij vindt het niks?’,’Hmm nouww…’. ‘Goed, jij bent de expert, wat is jouw professionele mening dan?’
‘Ik vind hem een beetje hoerig.’
‘Hoerig?’
‘Ja.’
‘Ja, ik snap wel wat ie bedoelt, hoor Maris!’, beaamde schoonmoederlief.

Top.

Oordeel zelf...

Oordeel zelf…

Pleidooi voor jurkjes en hakken.

26 november 2015
Dames, we moeten meer jurkjes en hakken dragen. Ik draag dat inmiddels regelmatig. Zo ook vandaag. Vanochtend zag ik mezelf in de reflectie van de glazen deur op mijn werk en dacht: ‘Verdikkeme, dat staat me goed!’ Tegelijkertijd vond ik mezelf nogal arrogant en narcistisch om die gedachte. En dat is nu precies waar hem de schoen wringt. Mensen sporten zich suf of leven op een blaadje sla omdat ze een beter figuur willen. Durven niet naar het zwembad omdat ze zich dan in zwemkleding moeten vertonen. Iedereen is maar onzeker over zichzelf. Blijkbaar is dat hip. Maar het enige dat je nodig hebt, is een goed jurkje en een paar mooie hakken.

Zelf was ik eerst ook niet blij. Omdat ik niet meer het figuur heb van toen ik 18 was. Ik was altijd petite en smal. En plotseling was dat afgelopen. Mijn broeken kwamen niet meer over mijn heupen, bloesjes konden niet meer dicht. Onder een kort rokje zag ik alleen twee grote hompen vlees. Totdat ik bedacht; ‘Ik ben niet dik, ik ben een vrouw!’
Natuurlijk, de mode die 15-jarige modellen showen kan ik beter niet meer aantrekken. Maar moet ik dat nog willen dan?

Nee dus. Ik koop vrouwelijke kleding die bij mijn figuur past. Sterker nog; kleding waarin mijn figuur wordt benadrukt. En in jurkjes en hakken lukt dat nu eenmaal het best. En ik vind; beter overdressed dan underdressed. Want als ik ’s ochtends voor de spiegel sta denk ik liever ‘Zo, komt die kont even goed uit in deze jurk!’, dan ‘Zo, gelukkig ben ik weer bedekt onder een dikke slobbertrui!’. Maar niet alleen dat. Want als je er leuk uitziet, val je op. En dan krijg je daar complimenten over. En daar word je dan weer extra vrolijk van. En er is volgens mij niets hippers dan stralen van zelfvertrouwen.

En dat gun ik jou ook! Echt, er zouden meer jurkjes gedragen moeten worden. Daar wordt de wereld een stuk leuker van. Want dames, ik wil niet vervelend zijn, maar sommige van jullie lopen erbij als een stel uitgezakte zeugen. Zonde. Want aandacht voor je uiterlijk is een verkapte vorm van aandacht voor de ander. Te veel moeite? En zou jouw vent ook weer voor je kiezen als hij je nu voor het eerst zou ontmoeten? In je verwassen trainingspak en je scheve Uggs? Laten we eerlijk zijn, hij zou met een grote boog om je heen lopen. En dat is gewoon je eigen schuld. En ja, dan kan ik het ook niet helpen als zijn blik per ongeluk eens naar mij afdwaalt. Want je kunt er ook voor zorgen dat ie elke dag opnieuw weer een beetje verliefd op je wordt.
Dames, draag jurkjes. Doe je het niet voor jezelf, doe het dan voor je vent. Wees trots op je lijf, want je mag er zijn. Je moet alleen wel een beetje aandacht besteden aan de verpakking.

Een waarschuwing is echter wel op zijn plaats, want voor je het weet brengt je man je plotseling ontbijt op bed! En als je maar genoeg complimentjes krijgt, zie je straks nog je eigen reflectie en denkt: ‘Verdikkeme, dat ziet er goed uit!’ En dat zou natuurlijk maar arrogant en narcistisch zijn.

Stralen maar!

Stralen maar!


En kijk mijn man eens trots zijn!

En kijk mijn man eens trots zijn!

Je suis Minnie.

14 november 2015
‘Niels, wil je iets anders opzetten?’ Ik kijk liever geen ‘slechte’ dingen voordat ik ga slapen, want dan lukt me dat niet. Slecht-nieuws-televisie verdraag ik met de tijd steeds minder goed. Ik word er intens verdrietig van, dus sluit me daar op sommige momenten voor af. Titanic kijk ik bijvoorbeeld ook nog maar totdat ie gaat zinken.

Vanochtend was de schok des te groter. Daar zat ik op de bank, 08:50 uur. En ik zag een reclame voor ‘Playback je Gek’, met Jandino in een gouden glitterjasje en al die extra tanden in zijn mond. Nu vind ik toch al dat Jandino de laatste tijd nogal vaak op televisie is, maar vanochtend moest hij bijna bukken voor mijn afstandsbediening.
Het contrast met enkele seconden geleden kon namelijk niet groter zijn. Toen prikten de tranen achter mijn ogen bij het zien van de extra nieuwsuitzending. Ik mijmerde over de mooie dagen ik in Parijs heb beleefd. Aan de tas die m’n moeder wilde, maar de winkel was dicht. Aan alle keren dat ik met een gelukzalige glimlach door Disneyland liep. Nu voel ik verslagenheid, onbegrip, woede. Angst.

En wat een hoop machtsvertoon. Hele legers worden aangerukt om in Parijs te patrouilleren. Soldaten die met hun geweer moeten zorgen voor de veiligheid. Achteraf.
Ik hoor krachttermen als: We laten ons niet klein krijgen! We zijn in opperste staat van paraatheid! We geven ons niet gewonnen!
Gaan extra militairen en extra wapens de boel veiliger maken? Er loopt sinds Charlie Hebdo al een hele kudde militairen door de straten van Parijs. En dat heeft dus geen drol uitgehaald. Sowieso een beetje paradoxaal om meer veiligheid te willen creëren met meer wapens.

Begrijp me niet verkeerd, ik heb ook het antwoord niet. De waarheid is: We hebben allemaal geen idee. Mannen in pak veinzen met hun commissies en terrorisme-experts een gevoel van zekerheid en veiligheid dat keer op keer onderuit wordt gehaald. Maar feit is dat iedere malloot met een pistool een bloedbad kan aanrichten zonder dat iemand iets in de smiezen heeft. In Nederland is de terreurdreiging nog steeds ‘substantieel’. Wat zoveel betekent als dat er geen concrete aanwijzingen zijn voor aanslagen, maar dat het ook niet wordt uitgesloten. Ik hoor: we hebben geen idee, dus we houden maar een flinke slag om de arm. Daar sta je dan met je terrorisme-expertise.
Niemand heeft de oplossing. Maar duidelijk is dat wat we nu doen, niets oplost.
Misschien is dit een dreiging waar we mee moeten leren leven. Wil ik dat accepteren? Nee. Maak ik me er druk over? Ja. Maar ik heb er geen invloed op. Dus, wat dan?

Er zijn drie dagen van nationale rouw afgekondigd en Disneyland is vandaag dicht. Allemaal begrijpelijk, maar het heeft zo weinig zin. We moeten doorgaan en ons leven leven. Plezier hebben in elke dag. Carpe Diem en dat soort shit. En dan kan ik veel van Jandino vinden, maar hij staat vanavond toch maar mooi te playbacken in z’n gouden glitterjasje.

Dus besluit ik ook door te gaan. Vandaag wil ik bij de bootcamp niet bij de laatste groep horen. En vandaag wil ik lekker samen gaan lunchen in de stad.
Bij wijze van statement draag ik daarbij natuurlijk mijn Minnie Mouse trui. Omdat bang zijn zo weinig zin heeft. En omdat mijn gedachten uitgaan naar hen die vandaag voor een gesloten Disneyland staan. Dat moet verschrikkelijk zijn.

Op de dansvloer.

2 september 2015
Ik kreeg de mail en ik dacht meteen: Ja leuk, ga ik doen! Ik heb mezelf zonder enige twijfel direct opgegeven voor iets dat ik niet snel zou doen. Ik heb me niet afgevraagd of ik het wel kon. Of het er stom uit zou zien. Me geen zorgen gemaakt over het feit dat er foto’s en filmpjes worden gemaakt. Ik heb anderen zelfs geadviseerd lak te hebben aan hoe je dan op zo’n filmpje staat, want je doet het tenminste. En dat is avontuurlijker dan aan de zijlijn staan.

Als kind omschreef mijn broer me als een ‘meisje van de wereld. Ik deed alles, wilde alles. Vroeg me niet af of het wel zou lukken, of ik geen modderfiguur zou slaan, wat anderen ervan zouden vinden. Korfballen, playbackshows, dansjes, stratenloop, tochten schaatsen, voorleeswedstrijden, tafeltennissen. Niets was te gek. Werd er iets georganiseerd, dan was ik erbij! Vanzelfsprekend! Zelfs bij de kerstboomverloting. Wat moest ik nou met een dode kerstboom? Ik zat op paardrijden, ballet, speelde klarinet en zong in een kinderkoor. Was ik klassenvertegenwoordiger, deed mee aan de toneelstukken en zat in de feestcommissie. Wist ik veel hoe je een goed feest organiseerde, dat zag ik dan wel weer. Als een ander het kon, kon ik het ook.

Ergens tussen toen en nu is dat ontzettend mis gegaan. Ik heb me ervan laten overtuigen dat ik er niet leuk uitzag, raar beweeg, niet kan dansen, niet kan zingen, geen leuke kleding draag, mijn haar stom zit, een vervelende stem heb, raar loop en… nou ja je snapt het. De impact op het pubermeisje van toen zou nog lang doordreunen. Ik durfde niet meer, was het niet meer waard, kon het niet meer, wilde niet meer. Dus deed ik maar niet meer. En ik had het zelf niet eens zo door. Alsof je een steen in het water gooit. De steen zinkt, maar de kringen groeien oneindig door in het water.

Tot ik vanavond de komkommer stond te snijden voor de salade en ik terugdacht aan hoe heldhaftig ik me vandaag had opgegeven voor dat ene. Ik besefte me plotseling: Hee, ik doe weer dingen! Ik probeer weer dingen! En dat doe ik eigenlijk al een poosje! Tot mijn verbazing lukt er ook nog weleens wat. Bootcampen is één van die dingen. Maar ook squashen. Hoewel ik mensen die blijven kijken wel kan schieten. Jullie tijd is om, opzouten. Geef het nog een paar weken en dan denk ik; Ik speel Golden Retriever squash, ik sta ver boven jullie bureaucratische spelregels. Ik herinnerde me dat ik best creatief kan zijn en ging haken. Als vrijwilliger geef ik nu huiswerkbegeleiding aan kinderen die dat goed kunnen gebruiken. Vriendinnen hebben ontdekt dat ik handig ben met haar. Invlechten, opsteken, knotjes… Ik doe nu hun haar als ze een bruiloft hebben. En het blijft nog zitten ook. Dat deed ik eigenlijk vroeger al in de schoolpauze.
Na jaren aan de kant te hebben gestaan, sta ik nu weer op de dansvloer. Als ik struikel, dan maak ik er een nieuwe dansmove van. En als ik val, is Niels er om me op te vangen.

Na meer dan 10 jaar is het water is tot stilstand gekomen en herken ik mezelf weer in de reflectie. De steen zal er altijd blijven, maar wel op de bodem. En weet je wat; Het maakt me niet uit of ik iets nu wel of niet goed kan, als ik het leuk vind, probeer ik het gewoon. Het maakt me niet zoveel meer uit wat anderen ervan vinden. Om maar even een intelligent citaat van Gordon aan te halen: Daar heb ik zoveel schijt aan dat ik stront tekort kom.

Feeling hot, hot, hot…

25 oktober 2015
Beste trainer E.,

Ik weet dat ik al twee weken niet heb gebootcampt.
Wees gerust, binnenkort zal ik weer mijn vertrouwde positie achteraan in de groep weer innemen. Maar ik heb een paar planning-issues waaronder de kapper, en je begrijpt; Hoe hard we ook bootcampen, ons haar moet wel goed zitten.

Een paar maanden geleden zou ik blij zijn geweest dat ik mijn bed niet uit hoefde om in een koud donker bos rond te hupsen, maar ik ben veranderd. Niet dat ik elke zaterdagochtend onder luid gezang uit bed spring, maar als ik er eenmaal weer sta vind ik mezelf echt een leeuwin.
Bij de eerste passen vraag ik me nog steeds af wat ik er ook alweer doe, maar dan denk ik ‘RRRROAR!!’ en ga ervoor. Bovendien, de zaterdaggroep is een feestje op zich! We moeten onszelf er allemaal naartoe slepen, maar we doen het toch maar mooi. Onder het genot van de door jou bedachte martelgang houden we ons theekransje, om uiteindelijk vol trots een energiedrankje naar binnen te slurpen.

Ik kijk serieus uit naar dat uur gaan-met-die-banaan. Een uur niets meer dan zorgen dat ik het volhoud zonder neer te vallen. En ik voel me er goed bij. M’n lontje is wat langer, ik maak bewustere keuzes en bruis van de energie. En ik wil niet dat dat gevoel verloren gaat nu ik even niet kan op zaterdagochtend. Bovendien is mijn conditie best verbeterd. Het zou zonde zijn om weer opnieuw te moeten beginnen.

Dus trainer E., ik heb de stoute schoenen aangetrokken. De stoute hardloopschoenen welteverstaan. Jawel! En dat niet alleen; ik heb mezelf schuin opgedrukt tegen een brugleuning. Afgewisseld met die oefening tegen bovenarm-flapjes. Het voelde wel ongemakkelijk. Ik liep langs een school en voelde minderjarige oogjes priemen in m’n sportieve rug. Werd aangestaard door gemeentewerkers. Werd zelfs nagehijgd door schorriemorrie onder de half-pipe. Maar ik liet me niet uit het veld slaan. Want daar liep een mevrouw met een hondje. Die vindt ongetwijfeld dat ik heel goed bezig ben en gaat vast iets positiefs zeggen. Ze zei inderdaad iets: ‘Nou, lekker koud zo zonder jas’. Pardon?

Zweetdruppeltjes parelen op mijn voorhoofd. Brandweerauto’s zijn minder rood dan mijn gezicht nu. Aardbeien zouden jaloers zijn. Clini Clowns willen mijn hoofd als neus. Ik kan zo in een paprika-stoplicht. Of een gewoon stoplicht. Dat liedje van Marco Borsato gaat over mijn wangen. Kreeften springen beschaamd terug de pan in. Symphonica in Rosso belde of ze hun rosso terug mogen.
Hoe komt die muts erbij dat ik het koud heb? Dus…
´Nou mevrouw, ik ben al heet genoeg van mezelf, hoor.´

Geen zorgen trainer E., binnenkort is deze leeuwin weer terug. Met vers geknipte manen.
Kan ik nog heter worden.

Ein-de-lijk vakantie.

16 oktober 2015
Zo, we zijn lekker een paar daagjes naar Maastricht geweest. Oh ja, niet lekker een weekje naar de zon? Nee. Niet lekker naar de zon. Sterker nog, het was ijzig koud in Maastricht en we hebben ervan genoten. Maar jullie wilden toch wel naar de zon? Ja. Dat wilden we, ja.

Wekenlang struinden we internet af naar ‘een lekker weekje naar de zon’. Ik kan geen azuurblauw zwembad meer zien. Als ik nu zou kotsen, zou het azuurblauw zijn. Op een gegeven moment wist ik niet eens meer waarnaar ik nu op zoek was, of waarnaar niet. Natuurlijk, je kunt het eerste zwembad boeken dat je ziet, maar nee. Ik moet onderzoek verrichten! Ik moet het perfecte hotel vinden!
Dus ik klik op het blauwste zwembad en lees iedere letter die ik erover kan vinden. Zijn de pannenkoekjes en inbegrepen? En de strandbedjes? Hoe lang duurt de transfer? Hoe ver is het stadje? Spoelen er geen vluchtelingen aan? Zijn de vliegtijden gunstig? En dan: Zoover.nl.
Die website weet ieder greintje vakantie-voorpret vakkundig de kop in te drukken.

Wat een ongenuanceerde zuurpruimerij van oliedomme tokkies is dat, zeg! Alsof die mensen in het dagelijks leven altijd op hun tong moeten bijten en nu de kans pakken om alle opgekropte frustraties er met veel bravoure uit te persen. Als ik Zoover moet geloven heeft niemand een leuke vakantie. Ik vraag ik me af waarom Nederlanders überhaupt nog op vakantie gaan. De klachten variëren van ‘Het eten was te Turks’, ‘Me teen gestoten aan nachtkastje’ tot ‘Zeewater koud’ en ‘Personeel sprak geen Nederlands’. Verder zie ik te veel boze hoofdletters te weinig leestekens. En als dat soort mensen ook nog klaagt dat het personeel ‘onbeschofd’ was, kun je me echt wegdragen.

Maargoed, je besteedt er best wat centjes aan, dat begrijp ik. En dan wil je ook genieten. Want daar doe je het voor. Om lekker te genieten. Dat hoort zo. Je móét genieten. Moet. Persé. Genieten!
Je werkt je namelijk het hele jaar drie slagen in de rondte. De boog staat het hele jaar strak gespannen. Je spaart er het hele jaar voor. Je staat het hele jaar stijf van de stress. Je werkt er het hele jaar naartoe. Je danst het hele jaar naar de pijpen van je baas. En dan mag je ein-de-lijk op vakantie. Dus die 8 dagen dat je met je kont aan de Turkse, Egyptische of Portugese Rivièra ligt zal er potdomme genoten worden! En daar focus je je volledig op. Je moet en zal genieten. Obsessief relaxen.

En dan is iedere schreeuwende meeuw er eentje teveel. Dan verpest de ober die niet genoeg glimlacht je dag. Word je pissig als je even op je pannenkoek moet wachten.
Mensen, we zijn compleet verkeerd bezig. Hoe kan het zo zijn dat we het hele jaar van hot naar her vliegen en alleen tot rust kunnen komen in de 8 dagen dat we 3000km van huis zijn? Misschien is het omdat we onszelf dan pas de kans geven om te genieten. Onszelf dan pas centraal durven te stellen. Om 8 dagen later weer naar huis te vliegen, je overvolle inbox te openen en een jaar te moeten bikkelen totdat we weer 8 dagen onszelf kunnen zijn.

Na die beoordelingen had ik er geen zin meer in. In geforceerd genieten aan een troebel pierenbadje. Dan maar geen gebruinde voetjes in het zand. Dus we hebben 2 dagen genoten van Bourgondisch Maastricht en zijn verder lekker thuis gebleven. In ons fijne huis met heerlijke bank. En dat kunnen we het hele jaar door doen! Mijn leuke man en ik. Genieten!

Hallo!

Ik vind het allemaal heel erg wat er in de wereld speelt. Dat mensen huis en haard verlaten om een betere toekomst op te bouwen. Dat Volkswagen failliet is. Dat de NS nog steeds niet doen wat ze moeten doen. Maar mag ik ook even aandacht voor het lokale leed in Gorinchem?

Dames en heren, mijn vertrouwde Albert Heijn is het aan het verbouwen. Is dat zo erg? Nou en of dat erg is! Je ziet zo’n aankondiging staan en dan denk je ‘Ach, dat duurt nog zo lang…’. De datum komt steeds dichterbij en je bent in ontkenning. Maar dan loop je ineens in het Piazza Centrum en zie je dat de winkel, waar je trouw iedere zaterdag je boodschapjes doet samen met half Gorinchem, in duister gehuld is. Ik spiekte naar binnen en zag een grote stoffige leegte. Weg zijn de schappen, producten, kassa’s en wagentjes. En dan komt het besef keihard binnen. Ik. Moet. Naar. De. Jumbo.

Niets ten nadele van de Jumbo, maar het is niet mijn vertrouwde supermarkt. In mijn Albert Heijn weet ik waar de gorgonzola Ligt. Welke kar ik het fijnste vind. Op welke volgorde ik het boodschappenlijstje moet maken. Welke worstenbroodjes het lekkerste zijn. Wanneer het foldertje door de bus valt. Ik ben een gewoontediertje. Van de Jumbo weet ik helemaal niets. Het is al vervelend als ik dat ene product niet kan vinden in mijn eigen supermarkt. Laat staan wanneer ik die lijdensweg 46 keer moet doormaken in een vreemde supermarkt! Boodschappen doe je niet voor je plezier, boodschappen doe je zo snel mogelijk. Maar Niels zag onze zaterdag in de interim-supermarkt als een leuk uitje. Alsof we een nieuw restaurant proberen. ‘Laten we gewoon de hele winkel doorlopen en pakken wat we nodig hebben!’ Nou, klinkt dat even gezellig. Mijn gevoel verhoudt zich tussen het gevoel dat ik krijg als ik een nieuwe achtbaan uitprobeer en totale paniek.

En met mij waren er vele supermarktbezoekers in paniek. We herkenden elkaar aan de verwilderde blik in onze ogen. En aan de bonuskaart aan onze sleutelbos. Stel je een drukke zaterdag voor in de supermarkt. Tel daar een kudde kippen zonder kop bij op die al stuiptrekkend door de winkel crost, op zoek naar de soepstengels. En zolang we tussen de paden bleven was het allemaal nog te overzien. Maar in het gedeelte voor de kassa’s heeft de Jumbo iets verschrikkelijks. De Jumbo heeft een versplein. Zo’n gedeelte met verse producten dat ze hebben ingericht als een soort markt. Allemaal losse ´kraampjes´ die willekeurig schots en scheef in de ruimte staan, opgeleukt met plastic hammen en keramieken schapen. Dat moet dan het authentieke biologische gevoel geven. Dat zou dan bijdragen aan de shop-ervaring. Nou niets ervaring, ik word er onrustig van. Mensen gaan er langzaam van lopen. Struinen, zeg maar. Ze gaan ervan in de weg staan. Voor mijn voeten.

Maar ik moet nog even doorbijten, want mijn Albert Heijn opent haar vertrouwde deuren pas weer over een week. Maar oh nee, die is dan helemaal verbouwd. Moet ik het hele circus weer opnieuw ondergaan. Òf ik accepteer het versplein… Een duivels dilemma… Well played, Jumbo. Well played.

Drommelse Duinen.

27 september 2015
Zoals bekend ben ik sinds een paar weken ontzettend sportief bezig. Ik houd het al 2 maanden vol en dat op zich is al een hele prestatie. Soms moet je dan ook gewoon blij zijn met zo’n prestatie. Gewoon trots zijn op het feit dat je ondanks je onderontwikkelde motorische en conditionele gaven toch maar iedere zaterdagochtend uit je bed weet te klimmen om een beetje stoer te doen in het bos. Dat alleen al is meer dan ik in de afgelopen 31 jaar aan sport heb gedaan. Ik werd er al moe van als ik het op de televisie zag. Maar sinds twee maanden is de douche na de bootcamp de lekkerste van de week. Het voldane gevoel dat ik heb als ik na een bootcamp het zand uit mijn haar, oksels en bilnaad spoel is met geen pen te beschrijven. Maargoed, het zou dus een goed idee zijn geweest als ik genoegen zou hebben genomen met die prestatie.

Zo niet Harmsen. Want als Harmsen iets doet, dat doet ze het goed. En dan wil ze weleens overenthousiast worden. Meestal is dat geen ramp. Bij het haken van berenmutsjes bijvoorbeeld, kleuren ter ontspanning. Heb ik eenmaal de smaak te pakken, ben ik niet meer te stoppen. Dat heeft best z’n charmes, maar soms krijg ik hem dubbel en dwars terug.

Na de stormbaan van vorige week zaterdag waarin ik ontdekte toch geen totale sport-mislukking te zijn (ik heet sindsdien Monkey-bar Harmsen), dacht ik dat ik de hele wereld aankon. Dus toen collegaatje A. voorstelde om maandagavond naar de bootcamp-heavy te gaan, heb ik dat gewoon gedaan. En verdomd, ik kon nog best meekomen.
Vrijdagavond deden we met het werk een spinningsessie om geld in te zamelen voor een weeshuis in Zuid-Afrika. ‘Wie bootcamp aankan, kan alles aan’, vond ik. Maar dat spinnen is toch wel even wat anders. Waar je met bootcamp steeds een andere spiergroep aanpakt, doen bij spinnen je benen al het werk. En dat was intens. Ik ging fanatiek van start, wilde zo snel mogelijk spinnen, met als gevolg dat m’n trappers sneller gingen dan mijn benen. M’n voeten schoten van de trappers, ‘kedeng!’ dat wordt een blauw scheenbeen. Bergopwaarts staan op de pedalen lukte ook zeker 30 seconden voor de verzuring intrad. Binnen een mum van tijd zag ik in de spiegel een roder hoofd dan de gemiddelde bavianenkont en onder mijn fiets vielen druppeltjes zweet. Ieuw! Mijn collega’s hebben me nog nooit zo charmant gezien. ‘Gelukkig’ werd alles gefilmd. Ik kan niet ontkennen dat spinnen best zwaar is, ook voor deze kersverse sportbikkel.

‘Gelukkig’ kon ik wel de hele nacht bijkomen, want de volgende ochtend trokken we naar de Drunense Duinen voor de bootcamp XL, mijn derde intensieve sportactie deze week. Mensen, ik heb nog nooit zo’n hekel gehad aan zand. Bij iedere stap die ik zette stierven mijn benen een beetje af en uiteindelijk leken ze te zeggen: Harmsen, je zoekt het maar uit. ‘Gelukkig’ bestond het programma van deze extra lange bootcamp voornamelijk uit hardlopen door dat zand, dus dat trof ik! Na een pijnscheut in elk bovenbeen na een sprintwedstrijdje (winnen is belangrijker dan het meedoen, natuurlijk), haakte ik bij het laatste stuk crossen door de heuvels af. Ik voelde me een oud wijf en schaamde me een beetje dat ik als enige zat te rusten. Ik keek over de zandvlakte en hoorde helemaal niets. Geen auto’s, geen telefoons. Alleen vlagen van instructeur E. die de groep opjutte om nog een heuveltje te beklimmen. Ik sloot mijn ogen, het zonnetje scheen in m’n gezicht en een fris briesje speelde door mijn haar. De fijnste 10 minuten van de hele week. En die had ik mooi niet gehad als ik daarvoor niet zo overmoedig op de pedalen had gestaan. Bevalt me best zo, dat sporten.

Apie.

22 september 2015
Zaterdag was geen gewone bootcamp. Nee, zaterdag was de stormbaan-bootcamp. Èn ik droeg mijn nieuwe kittige sportpakje. In de verte doemde de stormbaan op. Een meterslang strijdtoneel met flinke obstakels waar ik weldra overheen zou klimmen en onderdoor zou tijgeren.

Na het warmlopen sopten m’n sokken al bij iedere stap. En na wat rekken en strekken begon de strijd. Onder netten door, over houten stellages, door de rioolbuis, over gladde buizen met water eronder. Wat een feest! Hardlopen is de hel, maar laat mij klauteren en het aapje komt in me los. Na 3 keer stormbaan begint de moeheid in te slaan. Komt trainer E. doodleuk met vrachtwagenbanden aanzetten! Zie ik eruit als de ‘Sterkste Man’? Gelukkig mocht de helft van de groep naar de Monkey Bar.

Dat leek me wel iets voor mij. Hangend aan je armen van stang naar stang als een slingeraap. Eitje, dacht ik. Maar trainer E. waarschuwde voor deze zware oefening. ‘De steigerbuizen zijn iets te breed en glad door de regen, dus als je tot 3 of 4 stangen komt is het al heel wat’. Trainer E. heeft er best een beetje verstand van, dus dan zal het wel . Maar… dit deed ik als kind toch ook? In de speeltuin? En dat ging toch altijd prima? Ok, toen hoefde ik die borsten en kont nog niet mee te zeulen, maar zo erg is het toch niet met me gesteld? Wat nou 3 stangen? Ik doe die 5 meter toch gewoon even? Dus ik ging op het blok staan en reikte naar de stang. ‘Zal ik je benen vasthouden om te ondersteunen?’ vroeg trainer E. op le moment suprême. Hallo zeg, ik kan het best zelf hoor, dacht ik. ‘Mag ik het eerst even zelf proberen?’ ‘Ja hoor!’ zei trainer E. terwijl hij er vast erachteraan dacht: Tuurlijk joh, doe jij maar lekker eigenwijs. Maar ik was er klaar voor. Ik zou ze eens een poepie laten ruiken.

In gedachten hoorde ik ‘Eye of the Tiger’. Lag het aan mij of ging alles ineens in slow motion? Ik stond op mijn tenen, maakte een klein sprongetje en hing aan de eerste stang. Ging soepeltjes door naar de tweede. En de derde en de vierde. Zo, het poepie is inmiddels wel geroken, dacht ik. Nu maak ik het af ook. Om me heen hoorde ik de meiden juichen. ‘Kijk nou, ze gaat het gewoon halen!’ Ik voelde me als Gianni Romme. Is het een mens? Komt ze van mars? Als het Nederlands Elftal op weg naar het winnende doelpunt. Dennis Bergkamp! Dennis Bergkamp! Dennis Bergkamp! Komt dat schòòòòòòt! Inmiddels overwoog ik mijn afsprong. Zou ik een salto doen? Een flikflak? Een buiging? Nee, dat is misschien te veel van het goede. Trainer E. rende mee om het einde te kunnen filmen. Harmsen blijkt toch iets sportiefs te kunnen, dat moeten we vastleggen! Ik hing aan de laatste sport, liet me vallen en deed een ‘sassy’ sprongetje. En daarna heb ik ook gewoon nog die vrachtwagenbanden geflipt. Zo, had iemand nog wat?

En nu vermoedt trainer E. dat ik al die tijd maar deed alsof ik motorisch niet helemaal ontwikkeld ben. Dat ik al die tijd undercover a-sportief was. Dat ik dat knalrode hoofd en die ademnood fakete. Kortom, ik mag niet meer schrijven dat ik niet kan sporten.

We weten allemaal dat een beetje apenkooien me nog geen Sporty Spice maakt. Maar ik kijk tegenwoordig wel uit naar de zaterdagochtend en verheug me zelfs op de bootcamp in de Drunense Duinen volgende week. En stiekem heb ik me door collegaatje A. zelfs over laten halen om ook gisteravond nog even de Bootcamp Heavy mee te pakken.

Ik kan dus niet anders dan het toegeven: Dames en heren, ik ben een Sportbikkel.
Waar zo’n nieuw kittige sportpakje al niet goed voor is.