Uitbalansdag.

29 april 2015
Daar zaten we weer, in de luie stoelen bij de Starbucks. Bij de balie werd ik zojuist opnieuw straal genegeerd door de koffiemeisjes die Niels enthousiast begroetten. Het ging ongeveer zo:
‘Hoi Niels, leuk dat je er weer bent! Oh, er stond nog iemand voor je? Oh, die dwerg wil ook iets bestellen? Oh, je vriendin, zeg je? Oh, die is hier ook iedere week? Goh, is me nooit opgevallen!’
Wat kan ik zeggen; het went. Ofzoiets. Maar daar zaten we dus. Ik een Cinnamon Swirl bij m’n koffie, hij een stuk Carrot Cake. En daar mocht ik een stukje van proeven. Ik kwam tot de bevredigende conclusie dat mijn swirl lekkerder was dan zijn cake. Niels wilde natuurlijk ook een stukje swirl en nam een ieniemienie stukje.

Gul als ik ben, zei ik: ‘Lieverd, ik weet dat je die swirl lekker vindt, je mag best een groter stuk nemen!’ Niels liet zich dat geen tweede keer zeggen en stak z’n vork middenin mijn swirl! Middenin! En toen viel mijn swirl half uit elkaar!
Overstuur is een groot woord, maar ik merkte dat ik op z’n zachtst gezegd not amused was vanwege het feit dat mijn eten niet meer netjes en overzichtelijk op m’n bordje lag. Dus ik zei tegen Niels dat ik wel een stukje voor hem af zou snijden. Ik probeerde mijn swirl te herstellen en sneed een mooi stukje af, zodat er precies een halve swirl overbleef. Pfoeh, gelukkig, mijn eten zag er weer netjes uit.
Plotseling besefte ik wat voor neurotische situatie zich zojuist had voorgedaan. En erger nog, dat dit geen uitzondering was. Ik ben Marissa en ik ben een Food Control Freak.

Laatst wilde Niels mijn M&M’s bijvullen, maar dat mocht niet van me. Ik had alleen nog gele, groene en blauwe M&M’s over en bijvullen zou de balans verstoren. Ik hield mijn hand boven het schaaltje. Ik wilde het niet hebben.
Het is prettig als mijn pizza uit gelijke stukken bestaat. Dus ik snijd hem eerst door de helft, dan nog eens, en nog eens. Als je vanuit het midden snijdt, bestaat het risico op scheve stukken. Vind ik niks.
Drinken waar je niet doorheen kan kijken is lastig (Wie heeft in hemelsnaam Appelsap Troebel bedacht??), en van vruchtvlees moet ik soms kokhalzen. Koffie drink ik wel, maar als er één ondefinieerbaar stukje in m’n cappuccino zit gaat ie door de gootsteen.
Verder eet ik eerst de korstjes van mijn boterham. Eet ik mijn tosti niet uit de hand, maar snijd de stukjes zo dat er een vierkantje overblijft. Mijn vlees trouwens ook. Nouja, alles wat je snijd eigenlijk.
Mijn eten mag absoluut geen saus aanraken voordat ik het opeet. Ik vind het naar als m’n frikandel per ongeluk in de mayonaise rolt. Niet dat er geen mayonaise op mijn frikandel moet, maar pas op het moment dat ik hem erin doop. Niet eerder, anders is het uit balans.
Het lekkerste stukje van mijn eten bewaar ik tot het laatst. Dat is de hele reden dat ik Cornetto-ijsjes eet. Het ijs is niet bijzonder. Het hoorntje zelfs slapjes. Maar dat aller-allerlaatste stukje. Genieten.

En voordat je me nu op wilt geven voor programma’s als ‘Levenslang met Dwang’, relax. Ik ben niet bang dat de wereld vergaat als mijn chocoladereep niet in perfecte blokjes gebroken is. Toegegeven, dat is een moeilijk moment, maar ik sla me er doorheen. Mijn controledrang heeft zich weliswaar meester gemaakt van hetgeen op mijn bord ligt. Maar ik kan er prima mee leven hoor, en Niels ook.

Ik zie het maar zo; Ik heb in ieder geval vast een indrukwekkend eisenlijstje klaarliggen voor het moment dat ik ooit een rijk en beroemd schrijfster ben. En wie weet vind ik het dan juist fijn dat geen hond me herkent als we romantisch gaan koffiedrinken bij de Starbucks.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *