Dag 6: Opwinden.

3 mei 2014
Lief dagboek,

Gisteren ben ik niet aan sporten toegekomen. En dat vind ik oprecht jammer. Ik voel me er zelfs soort van schuldig over. Niet dat ik mezelf heb opgelegd dat ik iedere dag moet sporten, maar ik was gewoon lekker bezig en zat wel in een ritme. Dat schuldgevoel heeft ervoor gezorgd dat ik hele rare dingen ben gaan doen…

Ik. Ben. Vanochtend. Vroeg. Opgestaan. Om. Te. Gaan. Skaten.
Laat het even op je inwerken, dat moet het bij mij ook nog steeds. Er staan namelijk twee heel wonderlijke zaken in bovenstaande zin. Ten eerste ben ik op zaterdagochtend om 8 uur uit bed gekropen en heb een wasje gedraaid (ook nog!). Ten tweede stond ik om 9 uur op de skates. Papa was net de hond aan het uitlaten. Hij wreef zich in de ogen om te checken of hij het zich inbeeldde. Een onwerkelijke situatie voor ons beiden. Het wàs echt waar. Onvoorstelbaar, maar waar.

Aangekomen op de Kanaaldijk snoof ik de frisse zaterdagochtendlucht op. Ik had mezelf voorgenomen om tot aan het tankstation bij Gorinchem te skaten. In het kanaal zag ik onstuimige golven, nouja flinke kabbels, richting Gorinchem. ‘Da’s mooi’, dacht ik, ‘wind mee!’, gevolgd door, ‘Oh nee, ik moet ook nog terug…’. Wederom ontbrak het me aan een telefoon om de escape van het thuisfront in te roepen. Onder het motto ‘Het moet wel leuk blijven’, besloot ik daarom op het tussenliggende industrieterrein Papland wat rondjes te skaten en weer terug te gaan.

Die wind-mee bleek eigenlijk een vermomd zijwindje, dus echt paradijselijk was de heenrit nu ook weer niet. Maar ik kwam aan bij het industrieterrein, en met rondjes heb je altijd wel ergens wind mee, redeneerde ik. Nou mooi niet dus. Neem van mij aan: op een industrieterrein heb je altijd wind tegen. Maakt niet uit welke bocht je om gaat, na iedere hoek krijg je een dikke windvlaag in je snufferd. Na 2 flinke rondes zette ik met rood aangelopen hoofd de terugtocht in, om erachter te komen dat die zijwind van net helemaal niets voorstelde bij de tegenwind waar ik nu tegenop moest nemen. In ieder geval heb ik wel het gevoel dat ik iets heb uitgevoerd.

Vandaag heb ik een belangrijke les geleerd: Met sporten, draait de wind altijd met me tegen.
Ach, in ieder geval gaat het me verder wel voor de wind.

Dag 4: Ieder pondje… Toch een rondje.

1 mei 2014
Lief dagboek,

Vandaag ben ik streng toegesproken door vriendinnetje N. ‘Ieder pondje gaat door het mondje, Marissa.’ Ja, daar heeft ze gelijk in, en ‘Als je gezond eet, kun je dat sporten gewoon laten zitten.’ Nu klinkt dat me als muziek in de oren. Vriendinnetje N. is een absolute keukenkoningin. Nee, geen prinses, een koningin. Enkele jaren geleden is ze op de gezonde voedsel tour gegaan, en ze maakt de heerlijkste gerechten. Ze regeert haar keuken met verve en houdt E-nummers, varkensvlees, poedertjes, suikers en pakjes buiten de deur. Èn houdt er een ontzettend leuke website op na: veranderingvanspijs.wordpress.com . Ze beloofde dat er allemaal makkelijke dingen op staan!

Dus ik besloot een kijkje te nemen. Het eerste gerecht dat ik zie: Kruidige quinoa met wokgroenten en quorn. Wat? En Wat? Quinoa. Dat is dat nieuwe hippe graan-ding, toch? Ik hoor er van alles over, vooral over hoe je het uit moet spreken. Maar hoe je het ook uitspreekt, het klinkt voor mij als droge graankorrels. Ik heb het ook nog nooit gezien. Waar vind ik zoiets? In welk Appie-schap ligt dat? En quorn is zo’n vleesvervanger, toch? Klinkt suf. Maar ik geef toe, de foto ziet er bijzonder smakelijk uit.

Dan lees ik de ingrediënten. Kruidnagels, komijnzaad, knoflook… Heb ik niet allemaal zo in huis, maar weet ik te vinden in de Appie. 5 Kardemonpeulen en een eetlepel miso. Wat zijn in vredesnaam kardemonpeulen en miso? Ik weet dat Amsterdam (daar woont ze) veel hipper is dan Arkel, maar we spreken gewoon een compleet andere taal! Hoe kan ik een gerecht maken waarvan ik de helft van de ingrediënten niet ken? ‘ Maris, niet alle gerechten hebben vreemde ingrediënten’. Ok, de amandel-honing-koekjes dan, dat lijkt me wel wat. Het eerste ingrediënt: amandelmeel. Nooit van gehoord. I rest my case.

Misschien is het best makkelijk, maar ik heb niet al die kruidjes, potjes en snufjes in m’n kruidenrek. Ik heb niet eens een kruidenrek. Nee, ik ben geen sporter, maar ook zeker geen keukenprinses.
Laatst had ik ook zo’n gesprek met collegaatje L. die fanatiek kookt. ‘Ik heb zoiets lekkers gemaakt!’, zei ze, ‘En zo gemakkelijk!’ Nou vooruit, als het gemakkelijk is wil het wel horen. ‘Ik heb eerst worteltjes gekookt, en die heb ik even gekarameliseerd met verse bloemenhoning…. blabla fruiten… blabla snufje…. blabla op een bedje…’.
Kortom, ik hoor alleen maar ‘blabla veel werk’ en je was me al kwijt bij ‘worteltjes’.

Maargoed, vriendinnetje N. heeft gelijk. Ieder pondje gaat door het mondje. En ik hoef niet meteen te beginnen met kikkererwten, kurkuma en gojibessen, maar verantwoorder dan friet met frikandel moet kunnen. Daarom was ik blij dat Niels net bezig was met het bereiden van een maaltijdsalade. Lekker sla, tomaatjes, eitje, pijnboompitjes en augurk. En honing-mosterd-dressing en spekjes. Dat dan weer wel. Op mijn manier verantwoord, want het moet wel leuk blijven. En ik weet niet of ik die frikandel helemaal kan afzweren hoor…

Niels, zullen we een rondje snelwandelen?