Kortzichtig.

13 oktober 2013.
Met het risico als kortzichtig dom wicht bestempeld te worden, begin ik toch aan dit blogje. Daarom zeg ik het zelf maar vast: Inderdaad, ik ben ook niet wijzer. Ja, ik geef mijn giechel (bek klikt zo vervelend) ook maar een douw. En ik laat mij niet belemmeren door enige vorm van voorkennis over dit onderwerp whatsoever.
Dat gezegd hebbende, heb ik me toch een mening gevormd over een onderwerp dat me normaal geen bal zou kunnen schelen. Maar ik ben nu zo geïrriteerd dat ik het niet kan laten mijn zeer onprofessionele en ononderbouwde mening de wereld in te slingeren.

Afgelopen week keek ik naar RTL Late Night, je weet wel, het nieuwe Barend & Van Dorp maar dan met Umberto Tan. Ik zeg, dat is een fijne verbetering van het programma. Aan tafel zaten een aantal mensen waarbij ik moet bekennen dat ik alleen nog van Jim Bakkum en Peter R. De Vries de namen weet, wat meteen het niveau van de avond aangeeft. Eerlijkheidshalve moet ik vermelden dat ik binnen een kwartier heb weggezapt, want ik kon het niet meer aan. Zie daar de reden waarom ik eigenlijk geen recht van spreken heb over dit onderwerp.

Dus, ik wil het graag even hebben over de bezuinigingen bij de publieke omroep. Voor zover ik begrijp waren die al 200 miljoen gekort en nu moet er nog 100 miljoen bezuinigd worden. Nu is mijn eerste reactie; Ik snap dat programma’s maken een hoop centen kost, maar als ik de programma’s van de publieke omroep bekijk, snap ik niet waar dat geld dan naartoe gaat.
De eerste 15 minuten van deze aflevering RTL Late Night doen me vermoeden dat een groot deel naar de hypotheken en auto’s van de hoge programmaheren gaat. Er zaten namelijk een lange saaie meneer met bril en een meneer ik het best kan omschrijven als een jonge Johan Derksen zonder snor. Zij verdedigden met hand en tand dat het onoverkomelijk zou zijn als ons ganse land het zonder het genre verstrooiing op de publieke omroep zal moeten doen als het kabinet zijn duivelse plannen doorzet.

Normaal ben ik geen fan van Peter R. De Vries, want dat vind ik een zure meneer die het wat hoog in zijn bol heeft, maar vond ik het erg leuk dat hij deze meneren een beetje zat te prikken. Het kwam er op neer dat er volgens hem genoeg onzin op de publieke omroep was om van 3 naar 2 netten te kunnen gaan. De publieke omroep zou alleen kwaliteitsprogramma’s moeten maken zoals documentaires en meer van dat soort bladiebla. Dan snap ik de hoge heren wel een beetje, want als er alleen maar echte kwaliteitsprogramma’s (lees: saai, weinig spectaculair en voorbehouden aan de bekrompen intellectueel) gemaakt zouden worden, dan zou er geen hond meer naar de publieke omroep kijken. Die verstrooiing heeft het land dus niet nodig, die verstrooiing heeft de publieke omroep nodig om te kunnen concurreren met de commerciële zenders. Terwijl we daar al worden doodgegooid met verstrooiing.

Persoonlijk snap ik überhaupt niet waarom de Nederlandse staat op dit moment zoveel geld steekt in het publieke bestel. Als er legio zenders zijn die zonder overheidssubsidie het hoofd rijkelijk boven water kunnen houden, waarom zouden we dan die luiheid bij de publieke omroep stimuleren? Ik begrijp dat er allemaal verschillende potjes en motieven zijn, maar even heel kort door de bocht: Er zijn op dit moment zoveel mensen die onder de armoedegrens leven, kan Nederland dan echt niet zonder een programma als Vrije Geluiden? En zo nee, hoeveel bezwaar heeft Nederland dan echt tegen een extra reclameblokje hier en daar? Je moet toch ook een keer koffie halen of toiletteren?

Ik verwacht dat Paul de Leeuw binnenkort weer een versie van zijn wensshow (Of ‘Laat de Leeuw’ of de ‘Schreeuw van de Leeuw’, wat doet die man tegenwoordig) doet waarin hij een uur lang van de autocue opleest waarom het belachelijk is dat de publieke omroep weer moet bezuinigen. Lees: waarom hij salaris in zou moeten leveren. Dames en heren, deze man verdient ruim boven de Balkende-norm! Het zou pas klasse zijn als hij vrijwillig een deel van zijn salaris in zou leveren zodat al een deeltje van de bezuinigingen geregeld zou zijn.

Of ontsla die man gewoon helemaal. Op een gegeven moment is iemand gewoon te lang op televisie. Henny Huisman en Ron Brandsteder beseffen zich dat inmiddels, het wordt tijd dat Paul dat ook inziet. Eigenlijk zijn we volgens mij allemaal wel een beetje klaar met dat semi-grappige botte voor-gek-gezet van deze pafferige kale man. Begrijp me niet verkeerd hoor, in de tijd van ‘Vlieg met me mee naar de Regenboog’ was meneer de Leeuw natuurlijk ontzettend verfrissend en vernieuwend en Oooooh grof en Adje was natuurlijk een briljante grap. Maar moeten we met 5 december nu naar de zoveelste Sinterklaasuitzending kijken? Moet Paul echt doorgaan met haastige chaotische programma’s waar grote artiesten in te gast zijn, die zo weinig tijd krijgen dat de aftiteling al loopt als zij de eerste tonen van hun liedje inzetten?

Dat deed hij bijvoorbeeld bij de beste zanger van de wereld. Degene die een gitaar zo vasthoudt dat je als vrouw zou willen dat je die gitaar was. De man met zulk ontroerend en warm stemgeluid dat de tranen zelfs in mijn ogen springen bij een liedje over een oude priester. Jullie weten natuurlijk allemaal over wie ik het heb. Milow.

En wie dat met mijn schatje Milow doet, verdient geen cent aan subsidie!

Zomer zonder gêne.

13 oktober 2013.
Beste mannen van Nederland, ga er even voor zitten. Nu de zomer van 2013 echt voorbij lijkt te zijn, moet ik toch een even een aantal dingen kwijt. We zijn in Nederland niet heel erg gewend aan lange warme zomers, dat geef ik toe, maar sommigen van jullie maakten het wel erg bont. Veel mannen ontstegen het niveau Tokkie nauwelijks en dat moet toch beter kunnen. In je eigen tuin, bij het zwembad of op het strand kun je wat mij betreft los gaan. Maar in het openbare leven, zeg het terras waar ik ook regelmatig te vinden ben, zou het erg prettig zijn als jullie de 5 onderstaande geboden ter harte nemen.

1. BIJ EEN TEMPERATUUR LAGER DAN 2X 10, HOEF IK UW BENEN NIET TE ZIEN
Korte broeken mogen pas gedragen worden bij temperaturen hoger dan 20ᵒC. Stel je dan ook niet aan door bij de eerste zonnestraal meteen een korte broek aan te trekken. Wij dames vinden die bleke kuiten met donkere haren niet aantrekkelijk. Je bent niet Charlie Sheen of Harper en woont niet in Malibu.

2. VOELT U TOCHT BIJ UW PRIVATE DEEL, DAN ZIET UW OMGEVING OOK TE VEEL
Als het moment daar is; bij een temperatuur boven de 20 graden en subtiel getinte benen door een zonnebankje of vroege zonvakantie, dan kan de korte broek aan. Daarbij moet het woord ‘kort’ niet al te letterlijk worden genomen. Een korte broek heeft een minimale lengte tot 10 cm boven de knie. Is je korte broekje van 6 jaar geleden nog niet versleten, omdat je die alleen op vakantie aantrekt? Houd dat dan zo. Koop voor het dagelijks leven een korte broek van deze tijd. Je bent niet Ruud Gullit en speelt niet in het Nederlands elftal van ’88.

3. DRAAGT U SCHOEISEL MET GATEN, DAN ALSTUBLIEFT MET MATE
Slippers dragen we pas bij een temperatuur boven de 25 graden. In het openbaar bij lagere temperaturen, dragen we gewoon schoenen. Als je het aandurft, zorg dan dat je voeten enigszins toonbaar zijn. Er is niets viezigers dan onverzorgde voeten met te lange teennagels, zwarte haren op de grote teen of schilfers en tenenkaas. Zien ze eruit als berenklauwen, draag schoenen! Nog een ding: Als het koel genoeg is voor een lange broek, is het ook koel genoeg voor gewone schoenen. Je bent niet Chris Zegers, presenteert geen reisprogramma, en wordt niet gefilmd op het strand bij de ondergaande zon op Paaseiland.

4. DE WERELD HOUDT VAN SOKKEN, BEHALVE WIT EN OPGETROKKEN
Sokken zijn tevens een delicaat onderwerp. In open schoeisel dragen we in ieder geval nooit sokken, tenzij je bejaard bent. Dan is het ook niet charmant, maar dan zijn je voeten waarschijnlijk in zo’n staat dat ik blij ben dat je ze bedekt. In schoenen onder je korte broek draag je geen sokken, of van die halve sokjes. Dat is niet verwijfd, dat is gewoon verzorgd. Tasten halve sokjes je echt aan in je mannelijkheid, trek je sokken dan in ieder geval niet op en draag geen witte sokken. Je bent niet Richard Krajicek, je hebt nooit Wimbledon gewonnen en daar gaan opgetrokken witte sokken je ook niet bij helpen.

5. WAT U DAN OOK HEEFT VOOR HEMD, HET IS NIET VOOR U BESTEMD
Ik snap dat vrouwen volgens jullie niet genoeg vlees kunnen laten zien in de zomer, maar dat is niet wederzijds. Shirts moeten mouwtjes hebben, hemdjes kunnen echt niet. Ook niet als je denkt over een goddelijk lichaam te beschikken. Ten eerste staat dat patserig, ten tweede zien we dat ook wel door een normaal shirt heen. Ook niet als je heel trots bent op je tattoos. Als je die gezet hebt om te showen, dan had je hem maar in je gezicht moeten laten zetten. En, dit komt misschien als een klap, maar doorgaans vind je je eigen tattoo mooier dan een ander hem vindt. Als je denkt niet over een goddelijk lichaam te beschikken, geloof me, dan klopt dat ook. En als jij dat al vindt, val mij er dan niet mee lastig. Ook niet met je ontblote bovenlichaam. Je speelt niet in de nieuwe Calvin Klein reclame, en dat heeft een reden.

Misschien heb ik nu op een paar tere zieltjes getrapt. Tja, wat kan ik zeggen… Daar was het me niet om te doen, maar de waarheid is hard. Zie het als opbouwende feedback. Neem het mee. Volgende zomer beter, toch? Alsjullieblieft…?

Wrong in so many ways...

Wrong in so many ways…

Groen, groener, groenst!

2 september 2013.
Ik ben wat rustiger geworden. En dat zegt voor een wervelwind als ik best wel wat. Mijn leven is niet ineens perfect geworden, maar laten we zeggen dat wijsheid met de jaren komt.

Nu ik bijna 30 ben begin ik te berusten in het feit dat sommige dingen zijn zoals ze zijn. En als ze nu niet zijn, misschien komt het later dan nog. Of niet. In ieder geval , het zij zo.
Zo begin ik er langzaam aan te wennen dat de beroemdheden van tegenwoordig, noem een Lady Gaga of een Jan Smit, jonger zijn dan ik. Het zou zo ongeveer meer age approriate zijn als ik een relatie zou krijgen met onze Minister President, dan met Justin Bieber. Sterker nog, voor dat laatste zou ik opgepakt worden.

Ik begin langzaam te beseffen dat het leven niet meer zo maakbaar is als toen ik 16 was. Mijn leven wordt voor een deel bepaald door keuzes die ik in het verleden heb gemaakt. Vanwege mijn opleiding en werkervaring zit ik toch een beetje vast aan een bepaald soort banen. Natuurlijk kan ik naast mijn werk nog ontzettend Psychologie studeren, maar de kans op een baan als profiler, kinderarts, professioneel ballerina of astronaut is toch een beetje verkeken. Vroeger was alles mogelijk en die mogelijkheden worden meer en meer omkaderd.

Vroeger dacht ik nog over een verborgen talent te beschikken dat er later eens uit zou komen. Iets waar ik echt in zou uitblinken. Iets dat ik nog nooit had gedaan en ineens heel goed kon. En skiën had ik nog nooit gedaan, dus dat zou het weleens kunnen zijn. Dat viel vies tegen toen ik echt een keer op ski’s stond. ‘Dit is het moment’, dacht ik nog, totdat ik beurs was van de borstelbaan en zelfs de skilift moest worden stilgezet omdat ik een gevaar voor mezelf en omgeving opleverde. Nee, dat verborgen talent moet ik heel ergens anders zoeken. Of misschien moet ik het wel helemaal niet zoeken.

Ik ben bijna 30 en gedoemd tot een middelmatig leven. Mijn leven doet er net zo weinig toe als dat van de gemiddelde grasspriet. Ik zal de wereld niet redden, geen nobelprijs winnen en niet meedoen aan de Olympische Spelen. Maar dat hoef ik ook niet zo nodig meer. Laat mij maar lekker staan in m’n grasveldje. Deze grasspriet richt zich niet zozeer meer op de wereld maar op zichzelf en de lieve mensen (en diertjes) om zich heen. Vanaf de overkant ziet dat er best gezellig uit.

En wat denk je? Dat is het ook!

ZZZZZzzzzzZZZzz…

5 augustus 2013.
Persoonlijk vind ik dat de wereld best vernuftig in elkaar zit. Alles heeft zo z’n functie, de cyclus van het water, en als je jezelf bezeert heelt je huid vanzelf. Hoe awesome is dat? Er is alleen één ding dat ik nooit heb kunnen verklaren.

Muggen! Wat een rotdingen zijn dat. Als ik er één in m’n slaapkamer heb dan moet ie dood, eerder wordt er niet geslapen. Ze zijn niet mooi, ze ruimen niets op, ze steken en ze maken herrie. Bleh. Maar aangezien ongeveer al het andere in de wereld wel nut heeft, is er maar één verklaring mogelijk: Muggen zijn niet van deze wereld.

Ik ga even terug naar een aflevering van Pinky & the Brain. Voor wie deze helden niet kent: dat is een tekenfilm van Warner Bros waarin 2 laboratoriumratten (of muizen, pin me er niet op vast) elke nacht een nieuw plan smeden om de wereld te veroveren. Één van die plannen is het bouwen van een tweede aarde, genaamd Chi-earth, waar ze zichzelf tot leiders uitroepen, en ondertussen de bestaande wereld vernietigen zodat iedereen naar Chi-earth vlucht. Jahaa, en dat voor een stel laboratoriumratten (of muizen).

Nou, muggen doen dus net zoiets. Jij denkt dat ze elke nacht jouw bloed opzuigen omdat ze honger hebben? Nou mooi niet. Het zijn eigenlijk kleine robotjes en ze slurpen je DNA op. Jij denkt dat je gezoem hoort? Dat is gewoon hun motortje. En jij denkt dat je ervan af bent als je ze doodslaat? Nee hoor, een ‘dode’ mug zend gewoon een signaaltje en dan komt er een andere aan. Ze zijn niet uit te roeien. Echt niet. En eigenlijk wil je dat ook niet.

Want zoals ik al zei; Muggen zijn niet van deze wereld. Ze zijn op de aarde gezet door dezelfde intelligente orde die de piramides, Stonehenge en die hoofden op Paaseiland hebben gemaakt. Deze orde van wijze eenhoorns heeft gezien dat wij eigenlijk nog een beetje te dom zijn voor de verantwoordelijkheid over een hele planeet. Maar die wijze eenhoorns zijn de beroerdste niet. Ze geven ons een tweede kans.

Want als het reservoirtje van de robotmuggetjes vol zit met jouw DNA, dan vliegen ze naar onze nieuwe planeet, waar het DNA wordt opgeslagen. Als onze aarde dan bezwijkt onder de wreedheden van onze dommige soort, en we ver genoeg geëvolueerd zijn om wel voor een planeet te kunnen zorgen, wordt ons DNA tot leven gewekt. Net als in Jurassic Park.

Dus vanaf nu voel ik me zwaar vereerd als ik onder de muggenbulten zit. Want blijkbaar is er dan op die andere planeet een mooi plan voor me weggelegd. Ja, als ze zo graag mijn DNA willen hebben, kan ik er niets anders van maken, toch? Dat het me hier nu allemaal niet zo lukt is dus niet zo belangrijk. Over duizend jaar heb ik het helemaal gemaakt! Lekker puh.

En ondertussen slaat mijn fantasie me er wel doorheen ;-)

Ouwe Trouwe Blauwe.

23 juli 2013.
Ze is niet meer. Na jaren lief en leed te hebben gedeeld hebben we afscheid moeten nemen. Altijd stond je voor me klaar. Door weer en wind, door warmte en kou. Nooit liet je me in de steek. Of ik nu thuis was of juist ver weg, of ik snel terug was of juist niet, je wachtte geduldig tot ik terugkwam. Je hebt eerst een ander baasje gehad, maar ik mocht als tweede voor je zorgen. Je hebt in 7 jaar tijd altijd voor me klaargestaan, dus dit afscheid valt me zwaar.

Maargoed, na 14 jaar trouwe dienst en meer dan 200.000 km op de teller was het dan ook wel een beetje tijd voor je pensioen. Naïef als ik was dacht ik dat je zo wel even door de keuring kwam. Maar het oordeel van de auto-gynaecoloog was vernietigend. Als aan de grond genageld was ik, toen ik het schokkende eindoordeel hoorde. Je moest nieuwe schoenen, nieuwe remschijven, nieuwe lagers, je uitlaat was incontinent en meer van dat soort auto-jargon waar ik toch niets van snap. Heel even dacht ik dat je het wel zou gaan redden, Sjef is immers een goede auto-dokter en misschien had je nog een paar mooie jaren. Maar toen drong de realiteit tot me door. Op Marktplaats met jou!

De meneer van het auto-asiel (laten we hem Armando noemen) wilde je wel overnemen voor een fijn prijsje. Dus ik wist dat ik in ieder geval meer voor je zou moeten kunnen krijgen via internet. Om je mooi op de foto te zetten heb ik je nog even lekker in bad gedaan. Je glom als een spiegel, ik had je zelfs lekker gewaxt. En toen gebeurde er iets ongelofelijks, nog terwijl we samen in de auto-badkamer stonden. Voor het eerst in de 7 jaar dat ik m’n leven met je heb mogen delen, gaf je het op. Je kon niet meer. ‘Laat me nu maar’, leek je te willen zeggen.

Nu had ik daar als je moeder natuurlijk alle begrip voor, want dat heb je als je van elkaar houdt. En eerlijk gezegd had ik al helemaal geen zin in dat gezeur op Marktplaats, maar dat fijne prijsje laat ik toch mooi niet aan m’n neus voorbij gaan. Dus wat doe je als je in een auto-crisis zit? Dan bel je ome R. Oftewel, de auto-crisis-dokter. Niks geen ge-er-moet-een-nieuwe-uitlaat-op-en-eigenlijk-moet-ik-de-helft-van-je-onderdelen-vervangen. Nee, ome R. fixt auto’s met een doosje gum en een tie-wrap en dan kan ie weer jaren mee.

Dus ome R. kwam ons redden. De motorkap ging open (als ik hier bloesje neer had gezet was ik te ver gegaan hè? Denk het ook.) en ome R. spoot eens wat met een of andere spuitbus, maar het zag er vrij terminaal uit. En als ome R. dat zegt, dat weet je dat er echt geen eer meer aan te behalen is. Maar, ik zeg niet voor niets auto-crisis-dokter. Want een paar minuten later bleek, ondanks dat er geen compressie in de motor was en de koppakking stuk was, mijn autootje in een laatste stuiptrekking toch nog te starten. Dus snel naar Armando’s auto-asiel waar ik mijn fijne prijsje handje contantje heb ontvangen. Armando was ontroerd dat ik zoveel van mijn autootje hield dat ik haar speciaal nog in bad had gedaan voordat ze naar haar nieuwe baasje ging. Ofzo. Succes ermee Armando!

Bedankt ome R., en vaarwel ouwe trouwe blauwe Twingo. Ik zal je missen, want als m’n eerste autootje houdt je altijd een speciaal plekje in m’n hart.

Bubbels.

16 juli 2013.
Eindelijk was het dit weekend zover. We gingen naar Europapark! En daar had ik echt ontzettend veel zin in. Want als fanatiek pretpark-bezoeker is er voor mij niets leukers dan een heel nieuw pretpark. Om elke hoek een weer een verrassing. Een wereld vol onontdekte magie. In elke attractie stappen en niet weten wat er gaat gebeuren. Heerlijk!

De heenreis was wel een beetje lang. Voor de pretpark-barbaren: het ligt in Rust, een Duits plaatsje vlakbij de Franse grens, een kleine 6 uur rijden. En ik ben echt nog nooit wagenziek geweest, behalve afgelopen zaterdag. Goede timing. Maar daar kan Europapark niets aan doen.

Ik moest om 3 uur opstaan, zodat we om 4 uur konden vertrekken en we hadden ook nog eens geen tomtom. Dat is niet avontuurlijk, dat is gewoon ontzettend moeilijk doen midden in de nacht. En daar word ik doorgaans niet heel vrolijk van. Maar daar kan Europapark niets aan doen.

De rij voor de attracties was ook niet altijd prettig. Het dieptepunt was een fijn onderonsje tussen vòòr mij een formaat sumo-worstelaar met de lijfgeur van een natgeregende Sint-Bernhard, en achter mij een luidruchtige Fransoos (mèt jengelend zoontje!) die 3 kwartier tegen mijn rugzak duwde, als hint dat ik moest aansluiten bij mijn forse zweterige voorganger. Deze heren hadden duidelijk een kleinere persoonlijke ruimte dan ik. Bleh. En bleh. Maar ook daar kan Europark niets aan doen.

De attracties waren erg leuk; goede achtbanen voor de dare-devils onder ons, vrolijke treintjes voor de kinderen. Het park zag er netjes uit en werd goed schoongehouden, zelfs de wc’s waren schoon. Er rijdt een soort metro boven het park met verschillende stationnetjes, zodat je niet steeds hoeft te lopen (awesome). Er waren heel veel verschillende soorten eettentjes en de show die we gezien hebben was van een prima niveau met goede zangers en zangeressen. Kortom, wanneer ga ik mijn volgende tripje boeken??

Eeehm, niet dus. Ik denk niet dat ik nog eens terugga. Zoals gezegd was de hardware allemaal tiptop in orde. Maar de medewerkers van het park hadden duidelijk geen lol in hun baan. Natuurlijk zijn de outfits in de Griekse waterachtbaan niet heel erg flatteus, en ja het was warm en druk. Maar hallo, ik heb betaald voor een magische wereld! Kan best zijn dat je je werk niet leuk vindt, maar daar heb ik als gast niet zoveel mee te maken. Dan doe je maar alsof en zoek je ondertussen naar een baan onder de grond ofzo.

Nee, de volgende keer zet ik mijn Minnie Mouse oren weer op en rijd 5 uur de andere kant op, naar Disneyland. Daar snappen de medewerkers dat gasten betoverd willen worden. Dat gasten zich in hun in eigen magische kwetsbare bubbel bevinden en dat medewerkers er alles aan doen om deze niet te laten knappen. Ik laat me dan ook graag betoveren en dartel als een vlinder rond in mijn magische bubbel. Het is maar goed dat ik inmiddels een vrouwelijk figuur heb zodat ik al die prinsessenjurkjes niet pas, want het liefst zou ik in die betoverde staat alle winkeltjes leegkopen.

In Disneyland glimlacht iedereen totdat ze kramp in hun kaken hebben, en ja dat is nogal Amerikaans. Maar in Europapark heb ik werkelijk geen enkele medewerker op een glimlach kunnen betrappen. En ja, daar kan Europapark dus wel iets aan doen.

PS: Met dank aan Regardz voor de ‘bubbel-wijsheid’.

Ambitchion.

25 december 2012.
Opeens heb je het: ‘Ik ben mislukt’. Noem het m’n ‘one-third-life-crisis’, het ‘is-dit-het-dan-syndroom’ of de ‘ik-wil-geen-dertig-worden-aanstelleritus’, maar wat het ook is; Ik heb het. Big time.

Na het afronden van de Hotelschool en eindstage bij Hilton lag de wereld aan mijn voeten, dacht ik. Nu zou het helemaal goedkomen met die langverwachte carrière, dacht ik. Nu ging ik al die potentie eindelijk waarmaken, dacht ik. Ik was altijd diegene waarvan men verwachtte dat ik een imposant leven zou opbouwen in een of andere hippe stad in het buitenland.
Maar nee. Ik ben bijna 29 en woon op 50 meter afstand van mijn ouderlijk huis in Arkel. Gezellig hoor! En handig als de melk op is. Maar niet echt de gedroomde jetset.

Eigenlijk mag ik ook niet klagen. Ik ben gelukkig in de liefde, heb een fijn huis met autootje voor de deur, een prima baan en de liefste kat van de wereld. M’n familie is gezond, mijn oma is 98 en nog fief dus da’s een goed vooruitzicht, ik word omringd door mensen die van me houden en ik kan in principe doen, laten en kopen wat ik wil. Het huisje, boompje, beestje dat ik leid is voor velen meer dan genoeg of zelfs een droom. Maar niet voor mij.

Ik verveel me. Ik wil meer. Ik wil een carrière met huisje, boompje, beestje on the side. Maar ik heb het gevoel vast te zitten in banen die prima zijn, maar waar ik geen voldoening uithaal. En natuurlijk, werk is maar werk. Maar waar haal ik dan m’n motivatie uit? Sporten is een gepasseerd station. Een schoon huis? Nee, dat is geen prestatie, dat hoort gewoon zo. Een lekkere maaltijd? Nee, ik heb niks met koken en mijn eten smaakt toch best. Een blij vriendje? Ja, daar word ik ook blij van. Maar dat moet je ook geen dagtaak kosten, lijkt me. Als het maar leuker is mèt dan zonder elkaar. Anyway, dat heb ik dus en hoewel ik daar ontzettend blij mee ben, helpt het niet tegen deze lamlendigheid.

Nu heb ik wel echt een talent voor zelfmedelijden en mokken op de bank terwijl hele seizoenen GTST, Criminal Minds, Friends en Teen Mom aan me voorbij vliegen. En toen ik geen Comedy Central of MTV’s Weekend Break meer kon kijken zonder alleen maar herhalingen te zien, was het echt tijd om van de bank te komen.
In een poging mezelf te redden van de hersendood zette ik de tv uit, sloeg m’n fleece-dekentje energiek van me af, sprong in een Stayin’-Alive-pose en daar stond ik! In de huiskamer, in m’n roze Betty Boop pyjama en berensloffen, boordevol motivatie. Tjakkaa!

Waarop de kat vanuit haar warme mandje eens verveeld naar me gaapte. Ik dacht nog: ‘Ha poes, jij voelt je vast niet zo kéígoed als ik!’ Maar eigenlijk is zij de hele dag aan het slapen en eten en straalt een en al tevredenheid uit, terwijl ik me druk maak om banen, voldoening, toekomst en…. ambitie!
Dat is het dus. Ik lijd aan ambitie.

Ambitie wordt gezien als een positieve eigenschap. Nou, het is een last. Vanwege ambitie zit ik in de put, kan het voor mij allemaal niet goed genoeg zijn en ben ik Marisje-nooit-genoeg. Lekker dan.
En vol ambitie zak ik weer terug in de bank. Je hebt namelijk niets aan ambitie en motivatie als je niet weet wat je ermee moet. Maar één ding weet ik wel: Ik moet òfwel van de bank af komen en wel nú (want ik word er ook niet jonger op), òfwel ik moet me erbij neerleggen.

Met een eigengereid snoetje springt Zaznoba op schoot, overlaadt me met kopjes en spint tevreden. Was ik toch maar meer zoals zij…

Bestemming bereikt.

27 mei 2013.
Sushi met lief vriendinnetje N. vanavond. Jammie! En jippie!
Dus op tijd weg van mijn werk en gaan met die banaan. Het doel was duidelijk, de weg ernaartoe nog niet, maar de navigatie gaf 32 minuten aan dus vol goede moed vertrok ik naar Utrecht. Een of andere sushi-gigant aan de snelweg, hoe moeilijk kon het zijn?

Dat viel dus vies tegen. Mijn telefoonnavigatie reageerde niet zo snel als mijn autootje reed, met als gevolg dat ik keer op keer een afslag later nam dan had gemoeten. En geloof me, dan kom je er dus niet. Bovendien ligt m’n telefoon een beetje onhandig te schuiven op m’n schoot, waardoor het beeld steeds verspringt en ik om de haverklap een robotachtige pinnige vrouwenstem hoor zeggen: ‘GPS signaal verdwenen’. Top.

Na een uur laat ik vriendinnetje N. opgefokt weten dat mijn navigatie nog een kwartier nodig heeft om mij naar de plaats van bestemming te loodsen. Dat is gedurende de reis ook al 3 minuten geweest, maar ik was blijkbaar al 2 keer straal langs de plaats van bestemming gereden. Inmiddels had ik weer een stuk snelweg gehad (da’s foute boel) en kon mijn navigatie me maar niet duidelijk maken welke afslag van de rotonde ik moest nemen. Bleek ik er vòòr de rotonde al af te moeten. De wanhoop was me nabij en ik betrapte mezelf erop dat ik paniekerig tegen mijn navigatie begon te jammeren; ‘Waar moet ik nou toch heen, ik snap je niet!’ Wat natuurlijk complete onzin is, want die pin praat wel terug, maar geruststellen ho maar.

En terwijl ik mezelf in een wisselende staat bevond van zelfmedelijden en frustratie kwam ik tot het hoopvolle besef: ‘Dit is gewoon een plagerige, trieste metafoor voor mijn leven’.
Mijn doel was duidelijk, ik ben er vast een paar keer vlakbij geweest, maar ergens heb ik de verkeerde afslag bergafwaarts genomen. En als ik krampachtig probeer de juiste weg naar de top te vinden, verdwaal ik steeds.

Begrijp me niet verkeerd, het is niet alleen kommer en kwel, hoor. En je schijnt je vooral te moeten focussen op het positieve in plaats van het negatieve. Maar is dat niet vooral iets dat niet-zo-heel-succesvolle mensen zeggen? Precies. En daarom roep ik het dus ook maar mee.

Na een uur en een kwartier zit vriendinnetje N. lekker in het zonnetje op de parkeerplaats en terwijl ik door een tactische toeter nog net heel smooth kan voorkomen dat iemand mijn Pandaatje ramt, zoek ik een parkeerplekje. Onder het genot van zweterige, slechte sushi en zo mogelijk nog slechtere bediening zie ik in dat ik zojuist wel mijn doel heb bereikt, maar dat het ook hier verre van perfect is.
Maar dat ik wel gezellig met mijn lieve vriendinnetje ben. Wat kan mij die smerige plakrijst nou nog schelen?
Misschien moet ik me dus niet zo focussen op dat doel, en is het belangijker om te zorgen dat ik intussen lol maak. Dat ik leef. Dat ik loslaat.

Dan bereik ik mijn bestemming maar wat later. Heb ik toch weer een extra stukje van de wereld gezien.

De Grote Boze Toekomst.

16 juni 2013.
Over een kleine week stappen mijn broer en zijn grote liefde in het huwelijksbootje. Blij en vereerd ben ik, dat ik getuige èn ceremoniemeesteres mag zijn, samen met de zus van de grote liefde. Deze laatste week ben ik dan ook druk druk druk met projectjes waar ik nu nog niets over kan zeggen, aangezien het bruidspaar ook Facebookt. En niet alleen mijn broer zegt ja. Ook mijn nichtje gaat in augustus haar boterbriefje halen. Met als gevolg dat ik straks de enige van mijn familie ben die niet getrouwd is.

Op Facebook zie ik de ene na de andere trouwfoto, pasgeboren spruit, of sleutels van nieuw aangeschafte liefdesnestjes. Nu besef ik me ook wel dat ik op dat gebied een laatbloeier ben. Als ik überhaupt ooit ga bloeien.
Want van iedere stap in de richting van De Toekomst krijg ik het Spaans benauwd. Wat zeg ik, zelfs gesprekken over eventuele stappen in de richting van De Toekomst doen me het angstzweet uitbreken. En dat vind ik volkomen logisch. Want bedenkt iedereen die zomaar samen een huis koopt, trouwt en/of een kindje krijgt wat er allemaal mis kan gaan? Er is namelijk geen enkele garantie op een ‘en ze leefden nog lang en gelukkig’. Want de verhalen die zo eindigen, juist, dat zijn sprookjes.

Aan de andere kant ben ik ontzettend jaloers op de mensen die zich blindelings in hun leven storten en binnen een jaar samen een huis, een hond en een kind op komst hebben. Ze leven.
En mij lukt dat niet. In mijn werk ben in ambitieus, word ik iebelig van stilstaan en stort mezelf vol overgave in iedere nieuwe uitdaging die op m’n pad komt. Terwijl ik privé met alle geweld mijn hakken in het zand zet.
Vriendinnetje N. vertelt trots dat zij ook een koophuis heeft en, hoewel ze in de zevende hemel is met haar wederhelft, flink in de penarie zit als daar ooit een kink in de kabel komt. En ze raadt mij doodleuk aan hetzelfde te doen. En terwijl ze mij al stamelend een beetje wit ziet wegtrekken, voegt ze eraan toe; ‘Nou ja, met kleine stapjes dan…’

Ik ben nog nooit in mijn leven dronken geweest, omdat ik niet het gevoel wil hebben de controle te verliezen. Maar zo af en toe een wijntje of Malibu cola kan toch geen kwaad? In mijn privéleven hoef ik natuurlijk ook niet meteen ladderzat te worden, maar ik kan misschien wel kleine slokjes nemen. Vriendinnetje N. heeft gelijk. Want garanties in het leven krijgen we nu eenmaal niet. En ja, er kàn zomaar een kink in de kabel komen. Maar tot die kink kan ik beter leven dan afwachten, toch?

Dus op de bruiloft van m’n broer proost ik lekker met een glaasje bubbels.

En lieve Niels, zullen we dan toch maar eens die gezamenlijke rekening gaan openen?

DWDD.

4 mei 2013.
De wereld draait door. En op sommige momenten is dat nauwelijks voor te stellen. Als jij intens verdriet hebt, trouwt op hetzelfde moment een dolgelukkig stel en finisht een ander de marathon. Momenten waarop voor jou de wereld even stilstaat. Momenten waarop het onvoorstelbaar is dat er ook mensen zijn met iets totaal anders aan hun hoofd. Dat wordt soms tergend duidelijk.

Zo ging ik vorig jaar winkelen in Rotterdam, en ik had even gemist dat toevallig ook de jaarlijkse marathon werd gelopen. Waar de deelnemers een topprestatie leverden, kon ik me slechts ergeren aan de afgesloten wegen, en de bezwete renners waar ik me doorheen moest wurmen om de H&M te bereiken. Ik dacht nog: “Ja hoor, ga ik een keer naar Rotterdam, moeten ze zo nodig hardlopen!”
Hetzelfde bekruipt me wanneer ik van een drankje geniet op de Grote Markt in Gorinchem, en een zojuist getrouwd bruidspaar een fotosessie houdt met alle mooi (en minder mooi) uitgedoste gasten. Voor hen een moment van bewustwording:“Sta ik hier in m’n apenpakkie een beetje te poseren voor een groepsfoto…” Voor mij: “Opzouten met die foto’s, ik zit hier voor m’n rust.”

Vanavond is het 4 mei. Dodenherdenking. Daar dacht ik eigenlijk nooit zo heel erg over na. Het is regelmatig voorgekomen dat ik op het moment suprême in de auto zat, op het terras, aan het werk, of aan het stofzuigen (Ok, dat laatste niet heel vaak.). Mijn wereld draaide gewoon door.

Vorig jaar ging ik er toch maar eens naartoe. Het was koud en het Arkelse Plein983 is niet zo indrukwekkend als de Dam in Amsterdam. Maar er is een trompetter en een dodenmars, 2 minuten stilte, bloemen en een vuur, dus alle ingrediënten zijn aanwezig.
Vanavond was ik er opnieuw. Dit keer samen met mijn vader en moeder. Het was weer frisjes, en was de ceremonie weer een beetje op z’n Arkels. De burgemeester noemde namen van een aantal ‘gewone’ gesneuvelden en vertelde ontroerend over haar oma. Een ‘gewoon’ mens dat de oorlog heeft overleefd. Zoals mijn opa’s en oma’s ook gewone mensen waren en zijn (Nouja, is. Ik heb alleen nog een oma.).

Ineens voelde ik dankbaarheid. Voor het leven dat ik mag leven. Voor het feit dat ik mijn eigen keuzes mag maken. En dat iedereen in Nederland dat mag. Als onze opa’s en oma’s niet zo hadden gestreden, en voor elkaar hadden gezorgd, zou het er misschien een stuk akeliger voor ons hebben uitgezien. Zouden mijn ouders en ik misschien niet eens bestaan (net als de baby-boom en de vergrijzing, maar dat is weer een ander verhaal).

Persoonlijk geloof ik niet in God of een andere hogere macht. Ik haal liever inspiratie uit de natuur, daden en woorden van onze voorouders en mensen om mij heen. En hoewel ik weet dat de wereld altijd doordraait, stond die van mij vanavond 2 minuten stil. Noem het bezinning, noem het bidden of herdenken, maar ik was even onderdeel van het grote geheel in dank voor onze vrijheid.

Hoe wij onze wereld laten draaien, daar zijn we gelukkig helemaal vrij in, misschien wel mede dankzij hen. Maar ik neem me voor om vanaf nu mijn wereld ieder jaar 2 minuten stil te zetten.

Amen. Ofzo.